Mijn mening en commentaar met betrekking tot de voorgaande voorbeelden
My Opinion And Comment In Regards To The Previous Examples
De meeste Ahkaam die in de voorgaande voorbeelden worden genoemd, zijn gebaseerd op een bewijs (Daleel) islamitisch (Shar’i) uit het Kitaab, de profetische traditie (Sunnah) of de consensus (Ijma’) van de Sahaba.
Most of the Ahkaam mentioned in the previous examples are based upon a Daleel Shar’iy from the Kitaab, the Sunnah or the Ijmaa’ As-Sahaabah.
Dus de toelaatbaarheid van het benoemen van een kalief wanneer er iemand is die meer verdienste heeft, is te wijten aan het feit dat de voorwaarden voor het sluiten van het kalifaat door hem worden vervuld in het geval dat het een zelfstandig rechtsgeleerde (Mujtahid) zijn niet tot die voorwaarden behoren. De metgezellen (Sahabah) gaven de eed van trouw (Bay’ah) aan ‘Uthmaan Ibn ‘Affaan (ra), ook al vonden sommigen van hen dat ‘Ali Ibn Abi Taalib beter was dan hem. Niemand bekritiseerde hen daarvoor en derhalve vertegenwoordigde het een consensus (Ijma’) die een overwogen bron is van de bronnen van de islamitische wetgeving.
So the permissibility of appointing a Khalifah when there is somebody who has greater merit is due to the conditions of the contraction of the Khilafah being met by him in the case where being a Mujtahid are not from amongst those conditions. The Sahaabah (rah) gave the Bai’ah to ‘Uthmaan Ibn ‘Affaan (ra) even though some of them viewed that ‘Ali Ibn Abi Taalib was better than him. None rebuked them for that and as such it represented an Ijmaa’ which represents a considered source from sources of the Islamic legislation.
Wat betreft het verbannen van de mensen van Fasaad, toen verbande ‘Umar ibn Al-Khattaab (ra) Nasr Bin Al-Hajjaaj, en niemand bekritiseerde hem daarvoor, en derhalve vertegenwoordigt dit een consensus (Ijma’) van de metgezellen (Sahabah), wat een bewijs (Daleel) is en geen belang (Maslahah).
As for banishing the people of Fasaad, then ‘Umar ibn Al-Khattaab (ra) banished Nasr Bin Al-Hajjaaj and no one rebuked him for that and as such it represents an Ijmaa’ of the Sahaabah which is a Daleel and not a Maslahah.
Wat betreft het vernietigen of ruïneren van datgene wat waarschijnlijk als een bron van kracht voor de vijand zou worden beschouwd, de moslims vernietigden de palmbomen van Bani An-Nadeer. Allah Ta’Aalaa zei:
As for destroying or ruining that which is most likely to be believed to give strength to the enemy, then the Muslims destroyed the palm trees of Bani An-Nadeer. Allah Ta’Aalaa said:
Wat jullie ook hebben omgehakt van hun palm bomen of hebben laten staan op hun stammen - dat was met de toestemming van Allah, zodat Hij de opstandige ongehoorzamen zou vernederen (Al-Hashr).
Whatever you have cut down of [their] palm trees or left standing on their trunks - it was by permission of Allah and so He would disgrace the defiantly disobedient (Al-Hashr ).
Wat betreft de toestemming om de rijken te belasten indien de Bait ul-Maal niet over de noodzakelijke voldoende middelen beschikt om te voorzien in de uitgaven die voor de Staat verplicht zijn, dan vloeit dit voort uit de plicht van de kalief om de zaken van de mensen te bevorderen en te verzorgen, en uit het principe:
In respect to the permission to tax the rich if the Bait ul-Maal doesn’t have the necessary sufficient funds to meet the expenditures which are obligatory upon the State, then this is taken from the Khalifah’s obligation to foster and take care of the affairs of the people and from the principle:
‘Datgene waartoe het verplicht (Wajib) niet voltooid kan worden, is (op zichzelf) verplicht (Wajib)’
‘That which the Waajib is not completed except with it is (in itself) Waajib’
Deze Qaa’idah (beginsel) is een Qaa’idah Shar’iyah die is afgeleid uit de teksten van de Kitaab en de profetische traditie (Sunnah).
This Qaa’idah (principle) is a Qaa’idah Shar’iyah deduced from the texts of the Kitaab and the Sunnah.
Wat betreft het garanderen van wat door de handen van ambachtslieden wordt vernield zonder enige tekortkoming (of nalatigheid) van hun kant, dan heeft de Boodschapper van Allah ﷺ een dergelijke garantie verboden in de overlevering (Hadith):
As for guaranteeing what is destroyed under the hand of the craftsmen without any shortcoming (or negligence) from them then the Messenger of Allah (saw) has forbidden such a guarantee in the Hadeeth:
Er is geen aansprakelijkheid op hetgeen is toevertrouwd (Ad-Daaruqutniy).
There is no liability upon the thing that has been entrusted (Ad-Daaruqutniy).
Wat betreft het slaan van de beschuldigde om hem tot een bekentenis te dwingen, heeft Al-Ghazaaliy dit weerlegd, naast het bestaan van de Qaa’idah Al-Fiqhiyyah (fiqh-beginsel):
In regards to hitting the one accused in order to get him to confess then Al-Ghazaaliy refuted that in addition to the existence of the Qaa’idah Al-Fiqhiyyah (Fiqhi principle):
‘De oorsprong is de onschuld van de verantwoordelijkheid’.
‘The origin is the innocence of the responsibility’.
En de Qaa’idah:
And the Qaa’idah:
‘Het bewijs rust op degene die de claim maakt, en de Yameen (eed) rust op degene die het ontkent’ (Al-Baihaqi met een Saheeh Isnaad).
‘The proof is upon the one making the claim and the Yameen (oath) is upon the one who denies (it)’ (Al-Baihaqi in a Saheeh Isnaad).
Het is daarom niet toegestaan om iemand te slaan of te raken om een bekentenis af te dwingen.
It is therefore not permitted to strike or hit someone to extract a confession.
Wat betreft het dwingen van degenen die het monopolie hebben gepakt om te verkopen wat zij hebben tegen een vergelijkbare kostprijs (d.w.z. de marktprijs), dan vertegenwoordigt dit het wegnemen van een schade (Darar) die de moslimgemeenschap (Ummah) heeft getroffen als gevolg van hun monopolisering van de goederen. Het is daarom het recht van de kalief of Haakim (heerser) om deze schade weg te nemen vanwege de Qawl van de Boodschapper ﷺ:
As for compelling those who have monopolised to sell what they have at a similar cost (i.e. market price) then this represents the removal of a harm (Darar) that has afflicted the Ummah as a result of their monopolising of the commodities. It is therefore the right of the Khalifah or Haakim (ruler) to remove this harm due to the Qawl of the Messenger (saw):
Er mag noch schade worden toegebracht, noch worden teruggegeven (Ahmad).
There should be neither harming nor reciprocating harm (Ahmad).
Het is daarom een rechtsregel (Hukm) die wordt afgeleid uit de Nass (tekst).
It is therefore a Hukm that is taken from the Nass (text).