Handelen in overeenstemming met de rukhsah en de ‘azeemah
Acting In Accordance To The Rukhsah And The ‘azeemah
Wanneer de ‘Udhr (excuus) zich voordoet, wat de Sabab (oorzaak) is voor de Rukhsah, dan is het de Mukallaf toegestaan om naar wens te handelen. Hij kan ervoor kiezen om te handelen in overeenstemming met de ‘Azeemah of in overeenstemming met de Rukhsah. Dat komt omdat de teksten met betrekking tot de Rukhas (speciale vergunningen) dit hebben aangegeven. Allah (SWT) zei:
If the ‘Udhr (excuse) arises, which is the Sabab (cause) for the Rukhsah, it is permitted for the Mukallaf to act with whichever one he wishes. He can choose to act in accordance to the ‘Azeemah or in accordance to the Rukhsah. That is because the texts related to the Rukhas (special permissions) have indicated that. Allah (swt) said:
En wanneer je door het land reist, is er geen blaam op je voor het verkorten van het gebed (An-Nisaa’ 101).
And when you travel throughout the land, there is no blame upon you for shortening the prayer (An-Nisaa’ 101).
Het opheffen van de ‘Junaah’ (schuld) die in het vers (Ayah) wordt vermeld, betekent Al-Ibaahah (toestemming). Dienovereenkomst is de Musaafir die de afstand voor verkorting aflegt, voorzien van de keuze tussen de ‘Azeemah, wat het voltooien van het gebed (Salah) met vier Rak’aaat inhoudt, en tussen het nemen van de Rukhsah en het verkorten van het gebed (Salah) door de gebeden die uit vier Rak’aaat bestaan te verrichten met twee Rak’ah (d.w.z. Zhohr, Asr en ‘Ishaa).
The lifting of the ‘Junaah’ (blame) mentioned in the Aayah means Al-Ibaahah (permissibility). As such, the Musaafir who travels the distance of shortening is provided with the choice between the ‘Azeemah, which is to complete the Salaah with four Rak’aaat, and between taking the Rukhsah and shortening the Salaah by praying the prayers consisting of four Rak’aaat with two Rak’ah (i.e. Zhohr, Asr and ‘Ishaa).
Allah (SWT) zei:
Allah (swt) said:
Dus wie van jullie ziek is of op een reis is [tijdens die dagen] - dan zijn er een gelijk aantal andere dagen [in te halen] (Al-Baqarah 184).
So whoever among you is ill or on a journey [during them] - then an equal number of other days [are to be made up] (Al-Baqarah 184).
Dit duidt ook op Al-Ibaahah (toelaatbaarheid), wat wil zeggen dat er een keuze is tussen vasten en het verbreken van het vasten (of niet vasten).
This also indicates Al-Ibaahah (permissibility) i.e. a choice between fasting and breaking the fast (or not fasting).
En de Boodschapper van Allah ﷺ zei:
And the Messenger of Allah (saw) said:
Voorwaar, Allah houdt ervan dat Zijn Rukhas worden benaderd, net zoals Hij ervoor houdt dat Zijn ‘Azaa’im’ worden benaderd (d.w.z. worden ondernomen) (Ibn Hibbaan).
Verily Allah loves that his Rukhas are approached just as He loves for His ‘Azaa’im to be approached (i.e. undertaken) (Ibn Hibbaan).
Dit legt uit dat zij gelijk zijn wat betreft de gehoorzaamheid aan Allah in hun uitvoering of ondername, terwijl de Talab (verzoek) van de een geen voorrang heeft op de Talab van de ander.
This explains that they are equal in respect to the obedience of Allah in regards to their performance or undertaking whilst the Talab (request) of one of them does not have precedence over the Talab of the other.
Handelen volgens de ‘Azeemah krijgt soms de voorkeur boven de Rukhsah:
Acting with the ‘Azeemah sometimes takes precedence over the Rukhsah:
De Shaari’ heeft door middel van de Adillah (bewijzen (Daleel)) uitgelegd dat er omstandigheden zijn waarin handelen volgens de ‘Azeemah voorrang heeft op handelen volgens de Rukhsah, en sommige van de geleerden (Ulama) beschouwden het als aanbevolen (Mandub). Dit is bijvoorbeeld in het kader van de Qawl van Allah Ta’Aalaa:
The Shaari’ has explained by the Adillah (evidences) that there are circumstances when acting with the ‘Azeemah takes precedence over acting with the Rukhsah and some of the ‘Ulamaa considered it to be Mandoob (recommended). This is like in respect to the Qawl of Allah Ta’Aalaa:
En vasten is beter voor jullie (Al-Baqarah 184).
And for you to fast is better for you (Al-Baqarah 184).
Het vers (Ayah) geeft aan dat vasten tijdens de Safar (reis) Awlaa (bevoorrecht) is dan het verbreken van het vasten.
The Aayah indicates that fasting during the Safar (travel) is Awlaa (preferential) than breaking the fast.
Er is overgeleverd dat twee van de metgezellen (Sahabah) (rah) werden bedreigd met de dood door de afgodendienaars (Mushrikeen) vanwege hun bekering tot de Islam. Een van hen sprak toen woorden van ongeloof uit, terwijl de ander dit naliet. De Boodschapper van Allah ﷺ zei vervolgens met betrekking tot degene die dit naliet: “Hij is de beste van de Shuhadaa’ en hij is mijn metgezel in de Paradijs (Jannah)”. Dit is daarom een bewijs (Daleel) dat aangeeft dat handelen volgens de ‘Azeemah in deze situatie te verkiezen is boven handelen volgens de Rukhsah.
It was related that two of the Sahaabah (rah) were threatened with death by the Mushrikeen due to their embracing of Islaam. One of them then pronounced words of disbelief whilst the other refrained from doing so. So the Messenger of Allah (saw) said in respect to the one who refrained: “He is the best of the Shuhadaa’ and he is my companion in Jannah”. This is therefore a Daleel indicating that acting by the ‘Azeemah in this situation is preferential to acting by the Rukhsah
De Wujoob (verplichting) om in bepaalde gevallen gebruik te maken van de Rukhsah:
The Wujoob (Obligation) of acting by the Rukhsah sometimes:
In het geval dat handelen in overeenstemming met de ‘Azeemah zal leiden tot de zekerheid van de dood, is handelen in overeenstemming met de Rukhsah verplicht (Wajib), terwijl het vasthouden aan de ‘Azeemah verboden (Haram) is. Dit is vergelijkbaar met de speciale toestemming om het vlees van een kadaver (Al-Maitah) te eten met betrekking tot degene die de dood vreest. Het is in de basis toegestaan (Mubah) vanwege de Rukhsah, maar het zou verplicht (Wajib) worden indien de dood een bevestigde, onvermijdelijke realiteit wordt. Het vasthouden aan de ‘Azeemah zou dan verboden (Haram) worden vanwege de Qaa’idah Ash-Shar’iyah:
In the case where acting in accordance to the ‘Azeemah will lead to sure death, acting in accordance to the Rukhsah is Waajib (obligatory) whilst adhering to the ‘Azeemah is Haraam. This is like the special permission to eat the carrion meat (Al-Maitah) in regards to the one who fears death. It is Mubaah due to the Rukhsah in origin, however, it would become Waajib if the death becomes a confirmed inevitable reality. Adherence to the ‘Azeemah would then become Haraam due to the Qaa’idah Ash-Shar’iyah:
‘De weg naar het verbodene (Haram) is verboden (Haram)’
‘The means to the Haraam is Haraam’
De vernietiging van een persoon of een leven is verboden (Haram) en daarom is het niet naleven van de ‘Azeemah, die in dit voorbeeld wordt geuit in het niet eten van de Maitah (aangeslagen vlees), verboden (Haram).
The destruction of the person or life is Haraam and so adherence to the ‘Azeemah, which in this example is manifested in not eating the Maitah (carrion meat), is Haraam.
Deze gevallen waarin de Rukhsah verplicht (Wajib) is en het handelen ernaar verplicht (Wajib) is, zijn echter geen werkelijke weergave van de Rukhsah. In plaats daarvan vertegenwoordigen zij een Takleefiy Hukm (rechtsregel), en hetzelfde geldt voor het geval het aanbevolen (Mandub) was en het handelen ernaar aanbevolen (Mandub) was.
These cases in which the Rukhsah is Waajib and acting by it is Waajib, are not however actually a representation of the Rukhsah. Rather they represent a Takleefiy Hukm and the same applies in the case if it was Mandoob and acting by it was Mandoob.
Dat komt omdat de Rukhsah, met betrekking tot haar werkelijkheid en met betrekking tot het feit dat zij als een Rukhsah is vastgesteld, toegestaan (Mubah) is wat betreft haar rechtsregel (Hukm). Indien het achterlaten ervan en het handelen naar de ‘Azeemah onvermijdelijk leidt tot verboden (Haram), dan zou de Rukhsah, die toegestaan (Mubah) is, verplicht (Wajib) worden. Deze omstandigheid zou haar dan doen ontsnappen aan het zijn van een Rukhsah, en het zou een Hukm Takleefiy worden en geen Hukm Wad’iy.
That is because the Rukhsah, in respect to its reality, and in respect to it being legislated as a Rukhsah, is Mubaah in regards to its Hukm. Then if by leaving it and acting by the ‘Azeemah, it leads inevitably to Haraam, the Rukhsah, which is Mubaah, would become Waajib. This circumstance would then take it out from being a Rukhsah and it would become a Hukm Takleefiy and not a Hukm Wad’iy.
Het wordt daarom beschouwd als een Rukhsah zolang de Hukm ervan die van Al-Ibaabah (toestemming) is en zolang de Mukallaf de keuze wordt gegeven tussen het doen ervan of het doen van de ‘Azeemah.
It is therefore considered to be a Rukhsah as long as its Hukm is that of Al-Ibaahah (permissibility) and as long as the Mukallaf is given the choice between doing it or doing the ‘Azeemah.
Dus het vasten (Sawm) van Ramadhaan is verplicht (Wajib), terwijl het verbreken van het vasten (of het niet vasten) voor de zieke persoon een vergemakkelijking (Rukhsah) vertegenwoordigt die toegestaan (Mubah) is.
So the Sawm of Ramadhaan is Waajib whilst the breaking of the fast (or not fasting) for the ill person represents a Rukhsah which is Mubaah.
Echter, als het niet verbreken van het vasten zou leiden tot het overlijden van de zieke, dan zou in dat geval het vasten (Sawm) verboden (Haram) worden en het verbreken van het vasten verplicht zijn. Deze nieuwe situatie of omstandigheid zou dan buiten de sfeer van de Rukhsah en ‘Azeemah worden geplaatst en zou representatief zijn voor een geval waarop het volgende Shar’iyah-principe van toepassing is:
‘De weg naar het verbodene (Haram) is verboden (Haram)’
‘The means to the Haraam is Haraam’