De Boodschapper van Allah ﷺ leidde naar het gebruik van analogie (Qiyas) en voorbeelden van dergelijke bewijzen zijn de volgende:
The Messenger of Allah (saw) guided towards the utilisation of Qiyaas and examples from amongst such evidences are the following:
Er is van hem ﷺ overgeleverd dat een man uit Khath’am hem vroeg: “Mijn vader werd moslim toen hij al op hoge leeftijd was en hij is niet in staat om op kamelen te rijden, terwijl de hadj voor hem verplicht is gesteld. Kan ik de hadj namens hem verrichten?” Waarop hij ﷺ vroeg:
It has been narrated from him (saw) that a man from Khath’am asked him: “My father became Muslim whilst he was of an elderly age and he is not capable of riding camels whilst the Hajj has been proscribed upon him. So can I make Hajj on his behalf?” So he (saw) asked:
“Ben jij de oudste van zijn zonen?” Hij antwoordde: “Ja”. (Toen) zei hij: “Zie je in dat als jouw vader een schuld had en jij zou deze voor hem hebben afbetaald, zou dat dan voor hem tellen?” Hij antwoordde: “Ja”.
“Are you the oldest of his sons?”. He replied: “Yes”. (Then) he (saw) said: “Do you see that if your father had a debt and you paid it off for him, would that count for him?” He replied: “Yes”.
(Dus) hij (zei) tegen hem: “Vervolg dan de hadj namens hem” (AnNasaa’iy).
(So) he (saw) said: “Then perform Hajj on his behalf” (AnNasaa’iy).
‘Umar (ra) vertelde: “Ik was op een dag in goede stemming, dus ik kuste (mijn vrouw) terwijl ik aan het vasten was, en daarna ging ik naar de Profeet (Nabi) ﷺ en zei: ‘Ik heb vandaag iets heel ernsts gedaan. Ik kuste terwijl ik aan het vasten was.’ En de Boodschapper van Allah ﷺ zei: ‘Zie je wat de situatie zou zijn als je je mond had uitgespoeld met water (Madmadah) terwijl je aan het vasten was?’ Ik zei: ‘Daar is niets mis mee.’ En hij ﷺ zei: ‘En wat is dan het probleem?’ (Abu Daawood) oftewel: Waar ben je bang voor wanneer je een toegestane handeling hebt verricht die het vasten niet ongeldig maakt?”
‘Umar (ra) related: “I was in good spirits one day so I kissed (my wife) whilst I was fasting and after that I went to the Nabi (saw) and said: “I did something very serious today. I kissed whilst I was fasting” And so the Messenger of Allah (saw) said: “Do you see what the case would be if you had washed your mouth out with water (Madmadah) whilst you were fasting”. I said: “There is nothing in that”. And so he (saw) said: “And so what’s the problem?” (Abu Daawood) i.e. What are you fearing when you have undertaken a permissible act that does not invalidate the fasting?
Het is vastgesteld dat Abu Bakr (ra) erfenis toewees aan de moeder van de moeder, maar niet aan de moeder van de vader, waarop sommigen van de helpers (Ansar) tegen hem zeiden: “U heeft een erfenis toegekend aan een vrouw van een overleden man, terwijl hij, indien zij overleden was geweest, niet van haar zou hebben geërfd. En u heeft een vrouw overgeslagen die, indien zij overleden was geweest, hij alles zou hebben geërfd wat zij achterliet.” Hij herzag vervolgens zijn standpunt om hen te laten delen in het zesde, terwijl geen van de metgezellen (Sahabah) hem hiervan berispte of dit ontkende, en als zodanig vertegenwoordigde het een consensus (Ijma’).
It has been authenticated that Abu Bakr (ra) allocated inheritance to the mother of the mother but not the mother of the father and so some of the Ansaar said to him: “You have given inheritance to a woman from a dead (man) whilst had she been dead he would not have inherited from her. And you left a woman who if she had been dead he would have inherited all that she left”. And so he revised his position to make them share in the sixth whilst none of the Sahaabah rebuked or denied this from him and as such it represented an Ijmaa’.
In deze consensus (Ijma’) maakte de Ansaari een analogie tussen de moeder van de vader en de moeder van de moeder met betrekking tot de erfenis en presenteerde zijn argument aan Abu Bakr op basis van dit bewijs of dit bewijs.
In this Ijmaa’ the Ansaari made analogy between the mother of the father and the mother of the mother in respect to inheritance and presented his argument to Abu Bakr based on this evidence or proof.
Abu Bakr (ra) accepteerde het argument vervolgens omdat het gebaseerd was op een islamitisch (Shar’i) bewijs (Daleel).
Abu Bakr (ra) then accepted the argument because it was based upon a Daleel Shar’iy.