Mijn mening met betrekking tot de Madhhab as-sahaabiy
My Opinion In Respect To The Madh’hab As-sahaabiy
De Ra’y (mening) van de Sahaabiy moet worden bekeken vanuit het perspectief dat het zijn zelfstandige rechtsvinding (Ijtihad) is, en als zodanig wordt het niet gebruikt als bewijs (Daleel) op basis van het feit dat het een islamitisch (Shar’i) bewijs (Daleel) is. Dat is omdat Allah (SWT) zei:
The Ra’y (opinion) of the Sahaabiy is to be viewed from the perspective of it being his Ijtihaad and as such it is not used as a proof upon the basis of it being a Daleel Shar’iy. That is because Allah (swt) said:
En wat de Boodschapper jullie geeft, neem dat, en wat hij jullie verbiedt, weerhoud u daarvan (Al-Hashr 7).
And whatever the Messenger has given you take it and whatever he has forbidden you from abstain from it (Al-Hashr 7).
De Mafhoom (impliciete betekenis) van dit vers (Ayah) is dat u niets aanneemt dat u is gekomen van iemand anders dan de Boodschapper van Allah (peace be upon him). En Allah (SWT) zei:
The Mafhoom (implied meaning) of this Aayah is that you do not take anything that has come to you from other than the Messenger of Allah (saw). And Allah (swt) said:
"En als jullie geschillen hebben in een zaak, verwijs deze dan terug naar Allah en de Boodschapper" (An-Nisaa’ 59).
Then if you dispute in any matter then refer it back to Allah and the Messenger (An-Nisaa’ 59).
Daarom is het op het moment dat er een verschil van mening ontstaat, verplicht om terug te keren naar het Kitaab van Allah en de profetische traditie (Sunnah) van Zijn Boodschapper. Het verwijzen naar de mening van de Sahaabiy, zijn zelfstandige rechtsvinding (Ijtihad) of de uitspraken die hij heeft gedaan, valt echter niet onder de betekenis van het terugkeren naar Allah en Zijn Boodschapper.
Therefore, at the time of the occurrence of difference, referring back to the Kitaab of Allah and the Sunnah of His Messenger is obligatory. Referring to the opinion of the Sahaabiy or his Ijtihaad or judgments that he has passed does not however fall under the meaning of referring back to Allah and His Messenger.
Daarnaast stemden de metgezellen (Sahabah) (Ridwaan Allah ‘Alaihim) in (Ijma’) over de toelaatbaarheid dat de zelfstandig rechtsgeleerde (Mujtahid) metgezellen (Sahabah) meningen hadden die tegenover elkaar stonden. Als hun meningen en Ijtihaadaat een Hujjah hadden vertegenwoordigd, dan zou dat niet het geval zijn geweest. De metgezellen (Sahabah) (rah) verschilden van mening in Masaa’il (zaken) en zij hadden meningen die tegenover elkaar stonden, zoals in de Mas’alah van At-Talaaq (scheiding) door drie uitspraken waarbij Abu Bakr en ‘Umar verschilden, of zoals de kwestie van de verdeling van het land van Irak onder de strijders waarbij ‘Umar en Bilaal verschilden. Hieruit is het evident dat de meningen van de metgezellen (Sahabah) en hun Ijtihaadaat en oordelen die zij velden, geen bewijs (Daleel) vertegenwoordigen onder de Adillah Ash-Shar’iyah zoals de Kitaab, de profetische traditie (Sunnah) en Al-Qiyaas.
In addition, the Sahaabah (Ridwaan Allah ‘Alaihim), agreed (Ijmaa’) upon the permissibility of the Mujtahid Sahaabah holding contrary opinions to each other. If their opinions and Ijtihaadaat had represented a Hujjah then that would not have been the case. The Sahaabah (rah) differed in Masaa’il (issues) and they held opinions contrary to one another like in the Mas’alah of At-Talaaq (divorce) by three pronouncements where Abu Bakr and ‘Umar differed or like the issue of the distribution of the land of Iraq amongst the fighters where ‘Umar and Bilaal differed. From this, it is evident that the opinions of the Sahaabah and their Ijtihaadaat and judgments that they passed do not represent a Daleel from amongst the Adillah Ash-Shar’iyah like the Kitaab, the Sunnah and Al-Qiyaas.
De metgezellen (Sahabah) nemen echter een positie in binnen de Islam en dit is de hoogste positie na de Anbiyaa (profeten), aangezien Allah (SWT) hen expliciet heeft geprezen in de Qur'aan en de overleveringen (Hadith).
However, the Sahaabah occupy a standing in Islaam and it is the highest standing after the Anbiyaa (prophets) as Allah (swt) has praised them explicitly in the Qur’aan and the Ahaadeeth.
Daarom waren de moslims zeer zorgvuldig met het verzamelen van hun meningen, ijtihaadaat en oordelen (of fatwa's), en zij brachten deze over op dezelfde wijze als zij de profetische overlevering (Hadith) overbrachten. Hierdoor is er geen enkel boek van overlevering (Hadith) dat niet de meningen van de metgezellen (Sahabah) bevat, waaronder de verzamelingen van Al-Bukhaari, Muslim en de Muwatta.
En (ook) degenen die hen volmaakt volgden. Allah is tevreden met hen, zoals zij tevreden zijn met Hem. Hij heeft voor hen tuinen bereid waaronder rivieren stromen (het Paradijs), om daar voor eeuwig te verblijven. Dat is het ultieme succes (At-Tawbah 100).
And (also) those who followed them perfectly. Allah is well-pleased with them as they are well-pleased with Him. He has prepared for them Gardens under which rivers flow (Paradise), to dwell therein forever. That is the supreme success (At-Tawbah 100).