Wat het verbod (an-Nahi) aangeeft vanuit de aspecten van herhaling, het eenmalige verbod, continuïteit en onmiddellijkheid
What The Nahi Indicates From The Angles Of Repetition, The Single Forbiddance, The Continuity And Immediacy
1 – Het Nahi (verbod) van een handeling dicteert het altijd onthouden ervan, mits de vorm ervan niet is veranderd. Dit komt doordat het Nahi de verzoek of de eis vertegenwoordigt om een handeling niet uit te voeren, en dat verzoek om de handeling achter te laten voortduurt samen met de aangegeven betekenis van de vorm (Madlool As-Seeghah), tenzij er een Qareenah komt die dat beëindigt. Dit is vergelijkbaar met zijn Qawl ﷺ:
1 – The Nahi (forbiddance) of an action dictates refraining from it always if its form has not changed. That is because the Nahi represents the request or demand to not undertake an action and that request to leave the action continues along with the indicated meaning of the form (Madlool As-Seeghah) unless a Qareenah has come that halts that. This is like his Qawl (saw):
Ik had jullie verboden om de graven te bezoeken. Bezoek ze daarom (nu), zodat ze jullie herinneren aan jullie hiernamaals (Sunan van Ad-Daaru Qutniy).
I had forbidden you from visiting the graves. So (now) visit them so that it reminds you of your hereafter (Sunan of Ad-Daaru Qutniy).
Zou het verbod op het bezoeken van graven niet zijn opgeheven, dan zou het bezoeken ervan verboden zijn gebleven.
Had the forbiddance of visiting the graves not been abrogated, then visiting them would have remained forbidden.
2 – Het Nahi (verbod) van een handeling houdt in dat deze onmiddellijk wordt nagelaten. Het vestigt de noodzaak van het herhaaldelijk onthouden en de voortzetting daarvan op alle tijden. De Sahabah (rah) begrepen die betekenis van het Nahi ten tijde van de Messenger ﷺ, en dus toen de Ayah werd onthuld voor de Tahreem (verbod) van Khamr, die eindigde met de woorden:
2 – The Nahi (forbiddance) of the action establishes that it is left immediately. It establishes the repetition of refraining and its continuation in all times. The Sahaabah (rah) at the time of the Messenger (saw) understood that meaning for the Nahi and so when the Aayah was revealed for the Tahreem (prohibition) of Khamr which ended with the speech:
Zullen jullie dan niet ophouden? (Al-Maa’idah 91)
So will you not desist? (Al-Maa’idah 91)
Zij (de Sahabah) verklaarden: ‘Wij hebben ons onthouden’ en zij goten wat zij hadden van Khamr uit op de straten van Al-Madinah.
They (the Sahaabah) declared: ‘We have refrained’ and they poured what they had of Khamr out upon the streets of Al-Madinah.
3 – Wat betreft het verbod (Nahi) dat voortvloeit uit een beletsel (Maani’) zoals het vasten en het gebed in relatie tot de menstruerende vrouw, dan verdwijnt dit verbod of houdt het op zodra de oorzaak ervan wegvalt. Dat is omdat de islamitische (Shar’i) oorzaak (Sabab) datgene is wat, bij de aanwezigheid ervan, de aanwezigheid (van de rechtsregel (Hukm)) dicteert, en bij de afwezigheid ervan, de afwezigheid (van de rechtsregel (Hukm)).
3 – As for the Nahi that has come due to a preventer (Maani’) like the fasting and prayer in relation to the menstruating woman, then this Nahi disappears or ceases upon the ceasing of its cause. That is because the Shar’iy Sabab (cause) is that which dictates from its presence, the presence (of the Hukm), and from its absence, the absence (of the Hukm).