De meningen van de geleerden (Ulama) met betrekking tot Al-istishaab
The Opinions Of The ‘ulamaa In Respect To Al-istishaab
Ten eerste: De meerderheid van de geleerden (Ulama), inclusief de Hanabilah, de meerderheid van de Shafi'iyah, naast een deel van de Malikiyah en de Zahiriyah en sommigen van de Hanafiyah, beschouwden dat Al-Istishaab een Hujjah (juridisch bewijs) vertegenwoordigt, of dit nu met betrekking is tot bevestiging of ontkenning, omdat zij van mening waren dat de rechtsregel (Hukm) die in het verleden is vastgesteld, blijft bestaan zolang de verandering van de rechtsregel (Hukm) niet is bewezen of vastgesteld. Daarom wordt de vermiste persoon als levend beoordeeld totdat het tegendeel daarvan, namelijk de dood, is bewezen, vanwege het voortzetten en volgens de continuïteit (Istishaab) van zijn leven dat in het verleden was bevestigd. Om die reden wordt zijn vermogen en bezit niet geërfd, kan zijn vrouw niet opnieuw trouwen en zou hij bijvoorbeeld erven van zijn vader als deze zou overlijden en zou hij zijn rechtmatige deel van de erfenis ontvangen. In hetzelfde geval, als een persoon beweert dat hij geld of bezit bij een ander persoon heeft, maar hij brengt geen bewijs (Daleel) hiervoor en die persoon geeft niet toe dat hij het bezit heeft, dan is de Asl (oorspronkelijke positie) Baraa’at Udh-Dhimmah (vrijwaring van aansprakelijkheid) zolang er geen Bayyinah (getuigenbewijs) bestaat dat vaststelt dat hij het bezit heeft ontvangen.
Firstly: The majority of the ‘Ulamaa including the Hanaabilah, the majority of the Shaafi’iyah in addition to a section of the Maalikiyah and the Zhaahiriyah and some of the Hanafiyah, viewed that Al-Istishaab represents a Hujjah (legal proof) whether this was in respect to affirmation or negation because they viewed that the Hukm established in the past remains as long as the changing of the Hukm has not been proven or established. Therefore, the missing person is judged to be alive until the contrary to that, which is death, has been proven, due to the carrying forward and according to the continuance (Istishaab) of his life that had been affirmed in the past. For that reason, his wealth and property is not inherited, his wife cannot remarry and he would, for example, inherit from his father if he passed away and would receive his rightful share from the inheritance. Similarly, if a person claimed that he had money or property with another person but he did not bring a Daleel for that and that person did not admit that he had the property, then the Asl (original position) is Baraa’at Udh-Dhimmah (quittance/innocence of liability) as long as no Bayyinah (testimonial evidence) exists establishing that he had taken the property.
Ten tweede: De meeste Mutakallimeen en sommigen van de Hanafiyah stelden dat Al-Istishaab geen Hujjah is. Dit komt doordat zij van mening waren dat het voortbestaan van de rechtsregel (Hukm) op wat het is, een bewijs (Daleel) behoeft om dit te ondersteunen. Dat komt omdat het bewijs (Daleel) dat de rechtsregel (Hukm) voor een werkelijkheid uit de werkelijkheden vaststelt, een bewijs (Daleel) is voor het bestaan van de rechtsregel (Hukm) en de vestiging ervan, maar niet voor de voortduur en het voortbestaan ervan. De voortduur en het voortbestaan ervan vereist volgens hun mening een ander bewijs (Daleel) dan het bewijs voor het bestaan ervan. Zo vereist de vermiste man in het eerder genoemde voorbeeld na een bepaalde periode bijvoorbeeld een bewijs dat aangeeft dat hij nog in leven is. Het is daarom een Hujjah van ontkenning (Nafy) en geen Hujjah voor bevestiging (Ithbaat). Dit betekent dat de door middel van Istishaab vastgestelde toestand datgene wat hiermee in strijd is ontkent, maar dat het geen nieuwe rechtsregel (Hukm) vestigt die het bewijs (Daleel) niet heeft vastgesteld. Daarom, indien de erfgenamen de verdeling van het vermogen en de bezittingen van de vermiste man eisen, weigeren wij hun verzoek, net zoals we het verzoek van zijn vrouw om opnieuw te trouwen weigeren. Dat komt door Ghalabat Azh-Zhann met betrekking tot het feit dat hij in leven is via Istishaab, en dat houdt aan totdat het tegendeel in de werkelijkheid (Haqeeqatan) bewezen is, of met betrekking tot de rechtsregel (Hukm). Echter, vanuit een ander oogpunt is zijn recht om een erfenis te ontvangen van degene van wie hij erft niet vastgesteld als hij sterft, wat in strijd is met de mening van hen die zeggen dat Al-Istishaab een Hujjah is voor (zowel) de ontkenning als de bevestiging, zoals we eerder vermelden. Dat komt omdat de vermiste persoon, naar hun mening, wordt behandeld en behandeld wordt in overeenstemming met degene die in leven is met betrekking tot zijn rechten die van hem zijn en de verplichtingen die op hem rusten.
Secondly: Most of the Mutakallimeen and some of the Hanafiyah held that Al-Istishaab does not represent a Hujjah. This is because they viewed that the remaining of the Hukm upon what it is needs a Daleel to support it. That is because the Daleel establishing the Hukm for a reality from the realities is a Daleel for the existence of the Hukm and its establishment but not for its continuance and its remaining. Its continuance and remaining, in their opinion, requires another Daleel other than the one for its existence. So for instance, the missing man in the previously mentioned example, requires after a certain period, an evidence indicating that he is still alive. It is therefore a Hujjah of negation (Nafy) and not a Hujjah for affirmation (Ithbaat). This means that the established condition by way of Istishaab negates that which is contrary to it but it does not establish a new Hukm that the Daleel has not established. Therefore, if the inheritors demand the division of the missing man’s wealth and property we refuse their request just as we refuse the request of his wife to remarry. That is due to the Ghalabat Azh-Zhann in respect to him being alive through Istishaab and that continues until contrary to that is proven in reality (Haqeeqatan) or in respect to the Hukm. However, from another angle, his right to receive inheritance from the one he inherits from is not established if he dies which is contrary to the view of those who say that Al-Istishaab is a Hujjah for (both) the negation and the affirmation which we mentioned earlier. That is because the missing person, in their opinion, is treated and dealt with in accordance to the one who is living in respect to his rights that are his and the obligations that are upon him.