De Ahkaam die gebaseerd zijn op Al-istishaab
The Ahkaam Which Are Based Upon Al-istishaab
Al-Istishaab is noodzakelijk voor de rechtsgeleerde (Faqih) en de zelfstandig rechtsgeleerde (Mujtahid) en veel rechtsregels (Hukm) komen hierdoor tot stand. Al-Qurtubiy zei: “Het handhaven van Al-Istishaab is noodzakelijk voor iedereen, omdat het de Asl (oorsprong/basis) vertegenwoordigt waarop het profentschap en de sharia zijn gebouwd. Als wij niet vast zouden hebben gehouden aan (de visie van) het voortbestaan van de toestand van die bewijzen (Daleel), dan zou er geen kennis van die zaken zijn verkregen.”
Al-Istishaab is necessary for the Faqeeh and the Mujtahid and many Ahkaam come about through it. Al-Qurtubiy said: “To uphold Al-Istishaab is necessary for everyone because it represents the Asl (origin/basis) that the Prophethood and Sharee’ah is built upon. If we had not held (the view of) the continuance of the condition of those Adillah then no knowledge of those matters would have been attained”.
Daarom blijft in alle zaken de Asl (oorsprong) van kracht en voortduren (Istishaab) totdat er een bewijs (Daleel) is vastgesteld dat hiermee in strijd is of hiermee tegenover staat. De geleerden (Ulama) hebben Al-Istishaab met betrekking tot de voorgaande rechtsregels (Ahkaam) voor de kwesties in vier categorieën onderverdeeld:
Therefore, in all matters, the Asl (origin) carries through and continues (Istishaab) until a Daleel is established contrary or in opposition to that. However, the ‘Ulamaa categorised Al-Istishaab in regards to the previous Ahkaam for the issues into four categories:
1 – Istishaab van de rechtsregel (Hukm) van Al-Ibaahah Al-Asliyah (oorspronkelijke toelaatbaarheid):
1 – Istishaab of the Hukm of Al-Ibaahah Al-Asliyah (original permissibility):
De Qaa’idah Al-Usooliyah stelt dat:
The Qaa’idah Al-Usooliyah establishes that:
De basis met betrekking tot zaken is toelaatbaarheid, zolang er geen bewijs voor het verbod is aangevoerd.
The origin in respect to the things is permissibility as long as no evidence for its prohibition has been cited.
Dat is omdat Allah (SWT) zei:
That is because Allah (swt) said:
Hij is Degene die voor jullie alles wat op de aarde is, heeft geschapen (Al-Baqarah 29).
It is He who created for you all that is on the earth (Al-Baqarah 29).
En Hij Ta’Aalaa zei:
And He Ta’Aalaa said:
En Hij heeft aan jullie onderworpen wat er in de hemelen is en wat er op de aarde is – alles van Hem (Al-Jaathiyah 13).
And He has subjected to you whatever is in the heavens and whatever is on the earth - all from Him (Al-Jaathiyah 13).
Deze Taskheer (onderwerping om gebruikt te worden) die in het bovenstaande vers (Ayah) wordt vermeld, kan niet plaatsvinden tenzij het profiteren van deze geschapen zaken toegestaan (Mubah) is. Allah (SWT) heeft echter zaken die Hij verboden (Haram) heeft gemaakt, vrijgesteld of uitgesloten van deze geschapen zaken: dat omvat het kadaver, bloed en het vlees van het varken, onder andere verboden zaken.
This Taskheer (putting at disposal to be used) mentioned in the above Aayah cannot occur unless the benefiting by these created things is permissible (Mubaah). However, Allah (swt) exempted or excluded from these created things, things that he has made Haraam: That includes the carrion, blood and flesh of the pig amongst other prohibited things.
Voorbeeld:
Example:
Als een rechtsgeleerde (Faqih) wordt gevraagd naar de rechtsregel (Hukm) van een zaak met betrekking tot het feit of het toegestaan (Halal) of verboden (Haram) is, dan is het, indien hij geen rechtsregel (Hukm) voor het verbod ervan vindt, toegestaan (Mubah) in het volgen (Istishaab) van de oorspronkelijke regel van toelaatbaarheid die is vermeld in de verzen (Ayah) en de overleveringen (Hadith).
If a Faqeeh is asked about the Hukm (legal ruling) of a thing from amongst things in respect to it being Halaal or Haraam, then if he does not find a Hukm for its prohibition it would then be Mubaah in following (Istishaab) of the original rule of permissibility that has been mentioned in the Aayaat and the Ahaadeeth.
Deze categorie van Al-Istishaab is overeengekomen door de Jumhoor (grote meerderheid) van de geleerden (Ulama).
This category of Al-Istishaab has been agreed upon by the Jumhoor (vast majority) of the ‘Ulamaa.
2 – Istishaab Al-Baraa’ah Al-Asliyah (oorspronkelijke niet-aansprakelijkheid) of al-‘Adam Al-Asliy (oorspronkelijke niet-bestaan)
2 – Istishaab Al-Baraa’ah Al-Asliyah (original non-liability) or al-‘Adam Al-Asliy (original non-existence)
Het is bekend dat de Asl (oorsprong) met betrekking tot de Dhimmah van de Insaan (de aansprakelijkheid/verantwoordelijkheid van de persoon) is dat deze niet bezwaard is met betrekking tot het recht van wie dan ook, tenzij er een Daleel (bewijs) voor wordt vastgesteld.
It is known that the Asl (origin) in respect to the Dhimmah of the Insaan (liability/responsibility of the person) is its non-preoccupation in relation to the right of anybody unless a Daleel is established over it.
Voorbeeld:
Example:
Als een persoon beweert dat er een schuld op iemand anders rust die aan hem verschuldigd is, en die persoon de schuld ontkent, dan volgt dit de Istishaab van Al-Baraa’ah Al-Asliyah (oorspronkelijke onschuld), wat de vrijwaring van zijn Dhimmah (aansprakelijkheid) van de schuld inhoudt. Dit is tenzij de eiser het bestaan van de schuld bewijst door middel van een Bayyinah (getuigenbewijs). En als degene tegen wie de claim is ingediend wordt verzocht een eed af te leggen (Hilf) maar weigert, dan wordt er vanwege zijn weigering geen vonnis tegen hem uitgesproken. Dat komt omdat de oorsprong of de oorspronkelijke positie het vrij zijn van aansprakelijkheid is, en de Yameen (het zweren van een eed) alleen op de eiser rust; en als hij dat doet, dan wordt er tegen de beschuldigde of degene tegen wie een claim is ingediend geoordeeld (d.w.z. het vonnis wordt tegen hem uitgesproken).
If a person claims that he has a debt owed to him from somebody and that person denies the debt, then it would follow the Istishaab of Al-Baraa’ah Al-Asliyah (original innocence) which is the freeing of his Dhimmah (liability) from the debt. This is unless the claimant proves the existence of the debt by way of a Bayyinah (testimonial evidence). And if the one who has the claim made against him is requested to swear an oath (Hilf) but refuses, judgment is not passed against him because of his refusal. That is because the origin or original position is being free of liability and the Yameen (swearing of an oath) is only upon the claimant and then if he does that the one being accused or who has a claim against him is judged against (i.e. the verdict is passed against him).
Nog een voorbeeld:
Another example:
Als de partner beweert dat hij geen winst heeft ontvangen uit de handel die is gevoerd, dan wordt zijn woord geloofd, aangezien winst een nieuwe zaak is die is toegevoegd aan de oorspronkelijke afwezigheid ervan, tenzij er een Bayyinah (bewijs) wordt gebracht die het behalen van winst bevestigt.
If the partner claims that he has not received profit from the trade that has been conducted, he is believed in his speech because the profit is a newly added matter upon the original non-existence unless a Bayyinah (evidence) is brought confirming the gaining of profit.
3 – Istishaab van datgene waarvan het bewijs de bevestiging ervan heeft onderbouwd
3 – Istishaab of that which the evidence has upheld its affirmation
Voorbeeld:
Example:
Als het eigendom van een bepaald goed is bewezen of bevestigd voor een persoon, dan wordt het oordeel over het voortbestaan van dit eigendom vastgesteld, zolang het bewijs (Daleel) niet heeft aangegeven dat het is verdwenen of is opgeheven. Een ander voorbeeld:
If the ownership of a certain property has been proven or affirmed for a person, the judgement of the continuation of this ownership is passed as long as the Daleel has not indicated its disappearance or removal. Another example:
Als een persoon een kleine wassing (Wudu) verricht voor het uitvoeren van het gebed en vervolgens twijfelt of hij zijn kleine wassing (Wudu) heeft verbroken of ongeldig heeft gemaakt, dan bidt hij met zijn kleine wassing (Wudu) vanwege de Istishaab van datgene wat het bewijs (Daleel) heeft vastgesteld. Dat is totdat het bewijs (Daleel) wordt vastgesteld dat aangeeft dat zijn kleine wassing (Wudu) ongeldig is gemaakt of verbroken.
If a person makes Wudoo’ for the performance of the prayer and then has a doubt in respect to having broken or invalidated his Wudoo’, he prays with his Wudoo’ due to Istishaab of that which the Daleel has established. That is until the Daleel is established that indicates the invalidation or breaking of his Wudoo’.
4 – Istishaab van de rechtsregel (Hukm) van Al-Ijmaa’ in de context van een geschil
4 – Istishaab of the Hukm of Al-Ijmaa’ in the context of dispute
Als er consensus (Ijma’) bestaat over een rechtsregel (Hukm) van een specifieke Mas’alah (kwestie) en die Siffah (beschrijvend element/kenmerk) die in de kwestie aanwezig is verandert, blijft de rechtsregel (Hukm) van de kwestie dan zoals deze is? Zij (de geleerden (Ulama)) zijn daarover van mening verschillend gegaan.
If Ijmaa’ occurs upon a Hukm of a particular Mas’alah (issue) and that Siffah (descriptive element/attribute) that is in the issue changes, then does the Hukm of the issue remain as it is? They (the ‘Ulamaa) have differed in respect to that.
Voorbeeld:
Example:
Wat is de rechtsregel (Hukm) als degene die tayammum heeft verricht vanwege het ontbreken van water, water ontdekt tijdens zijn gebed (Salah)? En hoe dient hij te handelen met betrekking tot het voltooien van zijn gebed (Salah) of het niet voltooien ervan?
What is the Hukm if the one who has made Tayammum due to the absence of water discovered water during his prayer? And how should he act in respect to completing his Salaah or not completing it?
A – Abu Haneefah vindt dat zijn gebed (Salah) ongeldig wordt zodra het water wordt gezien en dat de kleine wassing (Wudu) noodzakelijk is voor hem om zijn gebed (Salah) te hervatten. Abu Haamid Al-Ghazaaliy, Abu At-Tayyib At-Tabari, Ibn As-Sabaagh en andere rechtsgeleerden (Fuqahaa’) stemden ook in met deze mening. B – Wat Ash-Shaafi’iy betreft, hij vond dat zijn gebed (Salah) sahih (geldig) is en dat het zien van het water tijdens zijn gebed geen impact of effect heeft op zijn gebed (Salah). Deze mening werd onder anderen ook ondersteund door Dawood Azh-Zhaahiriy, Al-Aamadiy en Ibn ul-Haajib.
A – Abu Haneefah views that his Salaah is invalidated upon the sighting of the water and Wudoo’ is necessary for him and to resume his Salaah. Abu Haamid Al-Ghazaaliy, Abu At-Tayyib At-Tabari, Ibn As-Sabaagh and other Fuqahaa’ also agreed with this opinion. B – As for Ash-Shaafi’iy then he viewed that his Salaah is Saheeh (valid) and the sighting of the water during his prayer has no impact or effect upon his Salaah. This opinion was also upheld by Dawood Azh-Zhaahiriy, Al-Aamadiy and Ibn ul-Haajib amongst others.
At-Tarjeeh (het zwaarder laten wegen):
At-Tarjeeh (outweighing):
- De ongeldigheid van At-Tayammum wanneer water aanwezig is voor degene die Tayammum heeft verricht vanwege de afwezigheid van water, wordt vastgesteld door de tekst en niet door consensus (Ijma’). - Wanneer degene die Tayammum had verricht, de staat van het gebed (Salah) inging, ging hij voort op de toestand van (Istishaab) de afwezigheid van water, en hij begon zijn gebed (Salah) terwijl hij aan de voorwaarden voor de geldigheid ervan volledig had voldaan, en hij verlaat zijn gebed (Salah) niet behalve door datgene wat het ongeldig maakt. Het zien van water verbreekt of maakt het gebed (Salah) niet ongeldig, en het gebed (Salah) is één doorlopende handeling die begint met de Takbeer Al-Ihraam en eindigt met de Salaam. Daarom telt zijn uitvoering van het gebed (Salah) voor hem, zolang hij aan de voorwaarden voor de geldigheid ervan had voldaan.