Denk aan die broer van de 'Ad die zijn volk waarschuwde, die leefde in de Vallei van de Zandduinen. Andere waarschuwer zijn gekomen en gegaan, zowel voor hem als na hem. Hij zei: 'Aanbid niets anders dan God. Ik vrees dat er lijden over jullie zal komen op een verschrikkelijke dag' (Vers 21)
Remember that brother of the 'Ad who warned his people who lived in the Valley of the Sand Dunes. Other warners have come and gone both before and after him. He said: 'Worship none but God. I fear lest suffering befall you on a terrible day' (Verse 21)
De broeder van de ‘Ad is de profeet Hud (vrede zij met hem)
The brother of the ‘Ad is the Prophet Hud (peace be upon him)
wie hier wordt genoemd in zijn positie als een broeder voor zijn volk. Dit benadrukt de relatie van wederzijdse liefde en zorg die tussen hem en zijn volk bestond, hetgeen hen responsiever had moeten maken voor zijn oproep en hen had moeten motiveren om goed over hem en wat hij leerde te denken. Dezelfde band bestond tussen Muhammad ﷺ en zijn volk die hem op vergelijkbare wijze tegenwerkten.
who is mentioned here by his position as a brother to his people. This highlights the relation of mutual love and care that existed between him and his people, which should have made them more responsive to his call and motivated them to think well of him and what he taught. The same bond existed between Muhammad (peace be upon him) and his people who similarly opposed him.
De ‘Ad bouwden hun huizen op de hoge zandduinen in een vallei in het zuiden van het Arabisch Schiereiland, die naar verluidt nabij Hadramawt lag.1 God in Zijn glorie richt Zijn boodschapper ﷺ tot het herinneren van Hud en hoe hij zijn volk waarschuwde in de Vallei van de Zandduinen. Dit om hem bemoediging te geven, aangezien hij beseft dat Hud op soortgelijke wijze werd verworpen door zijn volk.
The ‘Ad used to build their homes on the high sand dunes in a valley in the south of the Arabian Peninsula, said to be near Hadramawt.1 God in His glory directs His messenger to remember Hud and how he warned his people at the Valley of the Sand Dunes. This to give him encouragement as he realizes that Hud was similarly rejected by his people.
Dergelijke herinnering dient ook om de ongelovigen van Mekka te herinneren aan het lot van die eerdere gemeenschappen die de boodschappen van Allah verwierpen.
Such remembrance also serves to remind the Makkan unbelievers of the fate of those earlier communities that rejected Gods messages.
Hud waarschuwde zijn volk, maar hij was niet de eerste boodschapper die zijn gemeenschap waarschuwde. Andere boodschappers deden hetzelfde voor hem: “Andere waarschuwers zijn gekomen en gegaan, zowel voor hem als na hem.” Die boodschappers kwamen hem in tijd en plaats dichtbij, maar waren ook ver van hem verwijderd.
Hud warned his people, but he was not the first messenger to warn his community. Other messengers did the same before him: “ Other warners have come and gone both before and after him” Those messengers came close to him in time and place as also far from him.
De keten van de boodschappen van Allah is een voortdurende, en de waarschuwingen worden te allen tijde gegeven. Deze gehele kwestie is bekend bij iedereen. Hud ﷺ gaf hen dezelfde waarschuwingen die alle boodschappers aan hun gemeenschappen gaven:
The chain of Gods messages is a continuous one, and the warnings are given at all times. This whole issue is familiar to all. Hud gave them the same warnings given by all messengers to their communities:
“Aanbid niets anders dan God. Ik vrees dat er een verschrikkelijke dag over jullie zal komen” (Vers 21) God aanbidden betekent geloof in het hart en een levenswijze.
“ Worship none but God. I fear lest suffering be fall you on a terrible day” (Verse 21) Worshipping God means faith at heart and a code of living.
Het verwerpen van dit alles leidt onvermijdelijk tot vreselijk lijden in dit huidige leven, of in het leven daarna, of in beide. Wanneer er wordt verwezen naar een dag, zoals hier gebeurt, wordt hiermee de Dag des Oordeels bedoeld, wanneer het lijden veel groter en vreselijker is.
To discard all this inevitably leads to terrible suffering in this present life, or in the life to come, or in both. When reference is made to a day, as it is made here, it means the Day of Judgement when the suffering is far greater and more terrible.
Welke reactie gaven de mensen van Hud ﷺ op zijn zorgzame instructies en waarschuwingen? “Zij zeiden tot hem: 'Ben je gekomen om ons af te wenden van onze goden? Breng dan op ons datgene waarmee je ons bedreigt, als wat je zegt waar is.' (Vers 22) Hun reactie verraadt wantrouwen, een gebrek aan begrip, de verwerping van de waarschuwing, het haasten van de straf waar hij hen voor waarschuwde, arrogantie en een hardnekkige vasthoudendheid aan valse overtuigingen.
What response did Hud’s people give him for his caring instructions and warnings? “They said to him: 'Have you come to turn us away from our gods? Bring, then, upon us that with which you threaten us, if what you say is true. (Verse 22) Their response betrays mistrust, lack of understanding, rejection of the warning, hastening the punishment he warned them against, arrogance and a persistent adherence to false beliefs.
Voor zijn deel ontvangt Hud dit alles met geduld, waarbij hij de manieren toont die bij een profeet horen. Hij maakt geen persoonlijke aanspraken terwijl hij zijn houding uiteenzet en zijn grenzen aan hen duidelijk maakt: “Hij zei: 'Alleen God weet wanneer het zal komen. Ik breng jullie slechts de boodschap over die aan mij is toevertrouwd; maar ik zie dat jullie onbeschaafde mensen zijn. (Vers 23) Ik geef jullie deze waarschuwing zoals mij is bevolen, maar ik weet niet wanneer een dergelijke straf zal vallen, of welke vorm het zal aannemen. Dit alles is alleen aan God bekend. Ik lever slechts een boodschap aan die aan mij is toevertrouwd, zonder verdere aanspraken te maken. “Maar ik zie dat jullie onbeschaafde mensen zijn” (Vers 23) Wat zou er dwazer en onbeschaafder kunnen zijn dan een dergelijk vijandig ontvangst bieden aan een broeder die slechts oprechte en eerlijke raad geeft?
For his part, Hud receives all this with patience, showing the manners that behove a prophet. He makes no personal claims as he outlines his attitude and makes his limits clear to them: “He said: 'Only God knows when it will come. I only convey to you the message I am entrusted with; but I see that you are insolent people. (Verse 23) I am giving you this warning as I was commanded to do, but I do not know when such punishment falls, or what form it will take. All this is known to God alone. I am only delivering a message entrusted to me, making no further claim. “But I see that you are insolent people” (Verse 23) What could be more foolish and insolent than to give such a hostile reception to a brother who is only offering sincere and honest advice?
De soera geeft geen verdere details over de lange discussie die plaatsvond tussen Hud en zijn volk, maar gaat direct over tot het rapporteren van het lot dat zij te verduren kregen. Dit is hier bedoeld als een antwoord op hun uitdaging en het voortijdig eisen van de straf:
The surah gives no further details of the long argument that took place between Hud and his people, moving straight to report on the fate they suffered. This is intended here as a reply to their challenge and hastening of punishment:
Toen zij een wolk zagen naderen naar hun valleien, zeiden zij: ‘Deze wolk zal ons regen brengen.’ Nee, integendeel. Het is precies datgene wat jullie wilden bespoedigen: een stormachtige wind die een pijnlijke straf met zich meebrengt, die alles zal vernietigen op bevel van zijn Heer. Toen de ochtend aanbrak, was er van hen niets meer te zien behalve hun verwoeste woningen. Zo vergelden Wij de schuldigen. (Versen 24—25)
When they saw a cloud approaching their valleys, they said: ‘This cloud will bring us rain.9 ‘No, indeed. It is the very thing you wanted to hasten: a storm wind bearing painful suffering which will destroy everything by the command of its Lord.9 When the morning came, there was nothing to see of them except their ruined dwellings. Thus do We requite guilty people. (Verses 24—25)
Rapporten suggereren dat de ‘Ad een periode van intense hitte ondergingen, gepaard gaand met het uitblijven van regen. Zij verduurden dit ondragelijke klimaat gedurende enige tijd. Toen stuurde God wolken naar hen, en zij waren verheugd.
Reports suggest that the ‘Ad suffered a period of intense heat, coupled with absence of rain. They endured this unbearable climate for some time. Then God sent them clouds, and they were delighted.
Ze trokken de omliggende valleien in, in de hoop dat er snel regen zou volgen. Toch betekende de waarheid van wat de wolken brachten hun uiteindelijke ondergang: “Nee, integendeel. Het is precies datgene wat jullie wilden bespoedigen: een stormwind die een pijnlijke kwelling met zich meebrengt, die alles zal vernietigen op bevel van zijn Heer.” Elders in de Qur’an wordt deze stormwind beschreven als “woest raasend” (69: 6). Een andere beschrijving ervan stelt dat het “niets van wat het trof spaarde, maar alles tot dode en vergane botten maakte.” (51: 42)
They went into the surrounding valleys hoping that rain would quickly ensue. Yet the truth of what the clouds brought signified their ultimate demise: “No, indeed. It is the very thing you wanted to hasten: a stormwind bearing painful suffering which will destroy everything by the command of its Lord” Elsewhere in the Qur’an, this stormwind is described as “furiously raging” (69: 6) Another description of it states that it “spared nothing of what it came upon, but caused it all to become like bones dead and decayed.” (51: 42)
De Qur'anische tekst beschrijft de wind alsof deze levend was, zich bewust van wat hij deed, en zijn bevelen vervulde om alles in zijn pad te vernietigen:
The Qur’anic text depicts the wind as if it was alive, aware of what it was doing, fulfilling its orders to destroy everything in its wake:
“die alles zal vernietigen op bevel van zijn Heer.” Dit is een universeel feit dat de Qur’an gewend is aan de mensen op te leggen. Dit universum is levend, en elke kracht daarin is zich bewust van wat God van haar wil en gaat te werk om dit te vervullen. De mens is een van deze krachten. Wanneer hij een ware gelovige is, wordt zijn hart geopend voor grotere kennis en wordt hij in staat om meer van de universele krachten om hem heen te begrijpen en daarop te reageren. Dit opent de weg naar een wederzijdse respons die verschilt van wat mensen over het algemeen weten over het leven en begrip. Alles om ons heen heeft leven, maar wij waarderen dit niet omdat vormen en gedaanten ons begrip beperken. Het universum om ons heen is vol geheimen die worden gewaardeerd door vermogens van begrip, ook al kunnen ze niet door onze ogen worden gezien.
“which will destroy everything by the command of its Lord.” This is a universal fact which the Qur’an is wont to impress on people. This universe is alive, and every force in it is aware of what God wants of it, proceeding to fulfil it. Man is one of these forces. When he is a true believer, his heart becomes open to greater knowledge and he becomes able to understand more of the universal forces around him and respond to them. This opens the way to a mutual response that differs from what people generally know of life and understanding. Everything around us has life, but we do not appreciate this because shapes and forms limit our understanding. The universe around us is full of secrets which are appreciated by faculties of understanding, even though they cannot be seen by our eyes.
De stormwind volbracht de taak die eraan was toegewezen en vernietigde alles. Zo was er, “toen de ochtend aanbrak, niets meer van hen te zien behalve hun verwoeste woningen.” (Vers 25) Er bleef geen enkel spoor van de ‘Ad over, zelfs niet hun dieren of bezittingen. Alles verdween. Alles wat overbleef waren verlaten woningen, leeg en zonder enige tekenen van leven: “Zo vergelden Wij de zondaars” (Vers 25). Deze regel geldt voor alle zondaars.
The stormwind fulfilled the task assigned to it, destroying everything. Thus, “when the morning came, there was nothing to see of them except their ruined dwellings.” (Verse 25) No trace of the ‘Ad was left behind, not even their animals or belongings. Everything disappeared. All that was left were desolate dwellings, empty, lacking all signs of life: “Thus do We requite guilty people” (Verse 25) This rule applies to all guilty people.