Al-An`ām (Vee)
Al-An`ām ( Cattle )
Proloog
Prologue
Deze soera behoort tot het deel van de Qur’ān dat aan de Profeet ﷺ werd geopenbaard toen hij in Makkah was. Hoewel dit deel van de Qur’ān aan de Profeet ﷺ gedurende een periode van dertien jaar werd geopenbaard, behandelt het slechts één vraag. De aard van deze vraag veranderde niet, hoewel de wijze van presentatie varieerde volgens de stijl van de Qur’ān. Daarom zien we deze vraag voortdurend in een nieuw licht worden gepresenteerd, alsof deze voor het eerst werd gesteld. Wat is deze primaire en meest fundamentele vraag van deze nieuwe religie? In essentie is het de vraag van het geloof met de twee belangrijkste aspecten: de Godheid en Zijn dienaren, en de relatie tussen hen. Het is gericht aan ieder menselijk wezen in die specifieke hoedanigheid, namelijk als mens. In dit opzicht zijn een Arabier ten tijde van de openbaring van de Qur’ān, of in een andere daaropvolgende generatie, en een niet-Arabier van een willekeurige generatie, gelijk.
This sūrah belongs to the part of the Qur’ān revealed to the Prophet when he was in Makkah. Although this part of the Qur’ān was revealed to the Prophet (peace be upon him) over a period of thirteen years, it deals with only one question. The nature of this question did not change, although the manner of its presentation varied according to the style of the Qur’ān. We, therefore, see this question being constantly presented in a new light, just as if it were being raised for the first time. What is this primary and most fundamental question of this new religion? Essentially, it is the question of faith with its two main aspects, Godhead and His servants, and the relationship between them. It is addressed to every human being in that particular capacity, i.e. as a human being. In this respect, an Arab at the time of the revelation of the Qur’ān, or in any other subsequent generation, and a non-Arab of any generation, are equal.
Dit is de altijd aanwezige vraag waarmee de mens te maken moet krijgen; het is de vraag naar het bestaan van de mens in het universum, zijn ultieme doel, en zijn relatie met het universum en andere schepselen. Belangrijker nog, het is de vraag die gaat over de relatie tussen de mens en de Schepper van het universum en alle schepping. Wij zeggen dat deze vraag niet verandert, omdat het betrekking heeft op het wezen van de mens zelf.
This is the ever-present question with which man must deal; it is the question of man’s existence in the universe, his ultimate goal, and his relationship with the universe and other creatures. More importantly, it is the question which deals with the relationship between man and the Creator of the universe and all creation. We say that this question does not change, because it relates to man’s very being.
Het deel van de Qur’ān dat in Makkah werd geopenbaard, legt de mens het geheim van zijn bestaan en het geheim van het universum dat hem omringt uit. Het vertelt hem wie hij is, waar hij vandaan komt, met welk doel en waar hij uiteindelijk naartoe zal gaan. Wie brengt hem van het niet-zijn naar het zijn, wie neemt hem weg en naar welk lot?
The part of the Qur’ān revealed in Makkah explains to man the secret of his existence and the secret of the universe surrounding him. It tells him who he is, where he has come from, for what purpose and where he will go in the end. Who brings him from non-existence into being, who takes him away and to what destiny?
Het informeert de mens ook over de aard van de zaken die hij kan aanraken en zien, en de zaken die hij kan voelen en zich kan voorstellen zonder ze te kunnen zien. Het beantwoordt zijn vragen betreffende de Schepper van dit universum, dat vol mysteries is: Wie heeft er controle over en wie brengt veranderingen teweeg? Op dezelfde wijze vertelt dit deel van de Qur’ān de mens hoe hij zich moet verhouden tot de Schepper, tot de fysieke wereld en tot andere menselijke wezens.
It also informs man about the nature of the things he can touch and see and the things which he can sense and conceive without being able to see. It answers his questions concerning the Originator of this universe, which is full of mysteries: Who controls it and who brings about changes? Similarly, this part of the Qur’ān tells man how to relate to the Creator, to the physical world, and to other human beings.
Deze grote vraag is het draaipunt waar het menselijk bestaan omheen draait. Het zal deze positie voor de rest van de tijd blijven innemen. De volledige dertien jaar van de Makkan-periode werden gewijd aan het uitleggen en uiteenzetten van deze fundamentele vraag. Inderdaad, men kan zeggen dat alle andere vragen met betrekking tot het menselijk leven eruit voortvloeien.
This great question is the pivot around which human existence turns. It will continue to occupy this position for the rest of time. The full thirteen years of the Makkan period were devoted to explaining and expounding this fundamental question. Indeed, all other questions concerning human life may be said to stem from it.
De Qur’ān maakte deze vraag het enige onderwerp, zonder over te gaan tot de bespreking van enige nevenonderwerpen betreffende het menselijk leven. Dit bleef het geval totdat God had besloten dat de fundamentele kwestie van het geloof volledig was uitgelegd en correct was begrepen door de gemeenschap die door Hem was gekozen om het islamitische geloof te vestigen in een praktische menselijke omgeving.
The Qur’ān made this question its only subject without moving on to discuss any subsidiary topics concerning human life. This continued to be the case until God had decided that the fundamental issue of faith had been fully explained and correctly understood by the community chosen by Him to establish the Islamic faith in a practical human environment.
De pleitbezorgers van het goddelijke geloof die werken voor de vestiging van de Islam in het echte leven, zouden dit zeer belangrijke feit zorgvuldig moeten overwegen. Zij zouden moeten reflecteren op de redenen om dertien volledige jaren te wijden aan het uiteenzetten van de centrale kwestie van het geloof, zonder de details van het Islamitische systeem of de wetgeving die in een Islamitische samenleving geïmplementeerd moet worden, te bespreken.
The advocates of the divine faith who work for the establishment of Islam in real life should carefully consider this most significant fact. They should reflect on the reasons for devoting thirteen full years to the expounding of the central issue of faith, without discussing any of the details of the Islamic system or the legislation to be implemented in an Islamic society.
In Zijn oneindige wijsheid heeft God gewild dat de kwestie van geloof en overtuiging de kern vormt die door Zijn boodschap wordt aangesproken, vanaf de allereerste dag. Hij wilde ook dat Zijn Boodschapper ﷺ zijn eerste stappen in de oproep zou beginnen door mensen op te roepen te geloven dat er geen godheid is behalve God. Hij moest ook al zijn inspanningen wijden aan het uitleggen aan de mensen wie hun ware Heer is, zodat zij zich enkel aan Hem kunnen onderwerpen.
In His infinite wisdom, God willed that the issue of faith and belief should be the one addressed by His message right from its very first day. He also willed that His Messenger (peace be upon him) should start his first advocacy steps by calling on people to believe that there is no deity other than God. He was also to devote all efforts to explaining to people who their true Lord is, so that they may submit themselves to Him alone.
Vanuit het beperkte menselijke begrip lijkt dit geen gemakkelijke weg om de harten van de Arabieren in die tijd te bereiken. De Arabieren kenden hun taal goed en begrepen de betekenis van de term, ilāh, oftewel godheid, en de frase, lā ilāh illā Allāh, oftewel er is geen godheid behalve Allah, duidelijk. Zij beseften dat goddelijkheid soevereiniteit betekende, en dat wanneer werd erkend dat de soevereiniteit alleen aan Allah toebehoorde, dit betekende dat alle autoriteit uitgeoefend door priesters, stamhoofden en heersers zou terugkeren naar Allah. Zo zou alleen de autoriteit van Allah prevaleren in de harten en gewetens van mensen, zowel in zaken van religieuze naleving als in het praktische leven, zoals handel, de verdeling van rijkdom en de rechtspraak; kortom, de autoriteit over het lichaam en de ziel van de mens.
From the viewpoint of man’s limited understanding, this does not appear an easy way to reach the hearts of the Arabs at that time. The Arabs knew their language well and clearly understood the meaning of the term, ilāh, i.e. deity, and the phrase, lā ilāh illā Allāh, i.e. there is no deity other than God. They realized that Godhead signified sovereignty, and that when sovereignty was recognized to belong to God alone, this meant that all authority exercised by priests, tribal chiefs, and rulers would revert to God. Thus, only God’s authority would prevail in people’s hearts and consciences, in matters of both religious observance and practical life, such as business, the distribution of wealth and the dispensation of justice; in short, the authority over man’s body and soul.
De Arabieren wisten ten tijde van de Profeet ﷺ heel goed dat de verklaring dat ‘er geen godheid is behalve God’ een uitdaging vormde voor de wereldlijke autoriteit die het eerste en belangrijkste kenmerk van God, namelijk soevereiniteit, had toegeëigend. Het was een rebellie tegen alle situaties die op basis van een dergelijke toeëigening waren gevestigd, een rebellie tegen elke autoriteit die regeerde op basis van een door mensen gemaakte wet die niet door God Almachtig was gesanctioneerd. De Arabieren, die hun taal goed kenden, waren zich er terdege van bewust wat de boodschap gebaseerd op ‘er is geen godheid is behalve God’ betekende in relatie tot hun tradities en de macht die zij uitoefenden. Daarom was hun vijandigheid tegenover deze boodschap, en daarom hun oorlog ertegen, voortgekomen uit hun vastberadenheid om deze in de kiem te smoren.
The Arabs at the time of the Prophet knew very well that the declaration that ‘there is no deity other than God’ was a challenge to the worldly authority that usurped the first and foremost attribute of God, namely, sovereignty. It was a rebellion against all situations established on the basis of such usurpation, a rebellion against any authority that ruled on the basis of a man-made law not sanctioned by God Almighty. The Arabs, who knew their language well, were well aware what the message based on `there is no deity other than God’ meant in relation to their traditions and the powers they exercised. Hence their hostility towards this message, and hence their war against it, determined as they were to nip it in the bud.
Waarom begon de islamitische oproep dan op deze wijze? Wat was de goddelijke wijsheid achter het toestaan dat deze werd geconfronteerd met een dergelijke schaamteloze vijandigheid?
So why did the Islamic call begin in this manner? What was the divine wisdom behind allowing it to be faced with such brazen hostility?
Een oproep tot vrijheid?
A Call For Freedom?
Toen de Profeet Muhammad ﷺ zijn boodschap ontving, waren de meest vruchtbare en rijkste delen van de Arabische landen niet in Arabische handen. Syrië, in het noorden, stond onder de controle van de Byzantijnen, die marionettenregenten van Arabische afkomst aanstelden om de zaken te regelen. In het zuiden stond Jemen eveneens onder het toezicht van het Perzische Rijk, dat lokale Arabische gouverneurs aanstelde. De enige onafhankelijke Arabische gebieden waren de Ĥijāz en Najd, dorre woestijnen met hier en daar verspreid enkele oases.
When the Prophet Muĥammad (peace be upon him) was given his message, the most fertile and wealthiest parts of the Arab lands were not in Arab hands. Syria, in the north, was under the control of the Byzantines who appointed puppet Arab rulers to conduct its affairs. Similarly, in the south, Yemen was under the tutelage of the Persian Empire who appointed local Arab governors. The only independent Arab parts were the Ĥijāz and Najd, barren deserts with a few oases dotted about here and there.
Muhammad ﷺ onderscheidde zich in zijn gemeenschap door zijn eerlijkheid en waarachtigheid, en door zijn volwassen oordeelsvermogen. De leiders van de Quraysh, de belangrijkste Arabische stam, hadden hem eerder aangewezen als arbiter in een geschil dat dreigde een grote oorlog te veroorzaken, en waren zeer tevreden met zijn oordeel. Bovendien behoorde hij tot de leidende familie binnen de belangrijkste Quraysh-clan, de Hashimieten. Daarom zou het voor hem gemakkelijk geweest zijn om een Arabisch nationalistisch beweging te starten met als doel de Arabische stammen te verenigen, die verzwakt waren door lange perioden van vetes en geschillen. Hij had hen vervolgens richting het doel kunnen sturen om hun landen te bevrijden van het koloniale bewind van de Byzantijnen in het noorden en de Perzen in het zuiden. Hij had daarnavolgens in een positie kunnen zijn om een sterke en verenigde Arabische staat te vestigen in het hele Arabisch Schiereiland.
Muĥammad (peace be upon him) was distinguished in his community for his honesty and truthfulness, and for his mature judgement. The leaders of the Quraysh, the major Arab tribe, had earlier made him the arbiter in a dispute that threatened to cause a major war, and were very pleased with his judgement. Moreover, he belonged to the leading family in the top Quraysh clan, the Hashimites. Hence, it would have been easy for him to launch an Arab nationalist movement aimed at uniting the Arabian tribes that had been weakened by long periods of feuding and disputation. He could then have directed them towards the goal of liberating their lands from the colonial rule of the Byzantines to the north and the Persians to the south. He could then have been in a position to establish a strong and united Arab state throughout the Arabian Peninsula.
Men zou kunnen aanvoeren dat als de Profeet ﷺ zijn oproep op deze wijze had gericht, alle Arabieren er waarschijnlijk positief op zouden hebben gereageerd. Dit zou hem op zijn beurt dertien jaar aan martelende oppositie door degenen die de macht in Arabië uitoefenden, hebben bespaard.
Een oproep voor sociale rechtvaardigheid?
A Call For Social Justice?
Op de tijd dat de Profeet ﷺ de boodschap ontving die God aan hem had toevertrouwd, verkeerde de Arabische samenleving in een zeer slechte staat wat betreft de verdeling van rijkdom en sociale rechtvaardigheid. Een handvol mensen monopoliseerde alle rijkdom en handel. Bovendien waren zij in staat hun middelen te vermenigvuldigen door middel van woekertransacties. De grote meerderheid van de mensen was daarentegen arm en hongerig. Daarnaast genoten de rijken ook een positie van eer en onderscheid, terwijl de meerderheid daarvan beroofd was.
At the time when the Prophet received the message God entrusted to him, Arabian society was in a very bad way with regard to the distribution of wealth and social justice. A handful of people monopolized all wealth and commerce. Moreover, they were able to multiply their resources through usurious transactions. The great majority of people, on the other hand, were poor and hungry. Besides, the wealthy ones also enjoyed a position of honour and distinction, while the majority were deprived of all that.
Het zou voor Muhammad ﷺ gemakkelijk geweest zijn om een sociale beweging te starten, door de oorlog te verklaren aan de aristocratie en op te roepen tot sociale rechtvaardigheid door de herverdeling van rijkdom. Had hij dit gedaan, dan zou de Arabische samenleving in tweeën zijn gesplitst: de grote meerderheid zou hem hebben gesteund tegen de tirannie van rijkdom en adel. Dit zou beter zijn geweest dan de oppositie die hij van de gehele samenleving ondervond toen hij verklaarde dat 'er geen godheid is behalve God'. Want toen hij dat deed, waren slechts enkele nobele zielen in staat om op te stijgen naar de verhevenheid van zijn oproep.
It would have been easy for Muĥammad (peace be upon him) to start a social movement, declaring war against the aristocracy, and calling for social justice through the redistribution of wealth. Had he done so, Arab society would have been split into two: the great majority would have supported him against the tyranny of wealth and nobility. This would have been better than the opposition he faced from the whole of society when he declared that `there is no deity other than God’. For when he did so, only a few noble souls were able to rise to the sublimity of his call.
Men zou kunnen zeggen dat als Muhammad ﷺ dit pad had gevolgd, waarbij hij de steun van de meerderheid had verkregen en de minderheid die hem tegenwerkte had verslagen, hij zijn macht had kunnen gebruiken om het geloof te vestigen op basis van de eenheid van God, die God aan hem had toevertrouwd. Hij zou op die manier mensen in staat zijn geweest zich aan hun Heer te onderwerpen nadat zij zich aan zijn gezag hadden onderworpen.
It may be said that had Muĥammad (peace be upon him) followed this route, gaining the support of the majority and defeating the minority opposing him, he could have utilized his power to establish the faith based on God’s oneness which God had entrusted to him. He would, thus, have been able to make people submit to their Lord after they had submitted to his authority.
Waarom geen morele hervorming?
Why Not Moral Reform?
De morele standaarden die heersten in Arabië op het moment dat de Profeet ﷺ zijn boodschap ontving, waren zeer laag, ook al werden sommige natuurlijke deugden van het onbedorven Bedoeïenenleven nog behouden.
The standards of morality that prevailed in Arabia at the time when the Prophet was given his message were at a very low ebb, even though some natural virtues of uncorrupted Bedouin life were still retained.
Onderdrukking was de norm van de dag. Dit is vooral duidelijk in de poëzie van die tijd, zoals die van Zuhayr ibn Abī Sulmā, die schrijft: “Wie zijn bezit niet met wapens verdedigt, zal het geplunderd vinden, en wie anderen niet onderdrukt, zal zelf onderdrukt worden.” Een motto dat algemeen werd gehanteerd in het pre-islamitische Arabië was: “Help je broeder, of hij nu onrecht toebrengt of onrecht lijdt.” Drinken en gokken waren erkende sociale tradities. Mensen waren er zelfs trots op om dergelijke gewoonten te hebben. Alle Arabische poëzie uit de pre-islamitische dagen van onwetendheid weerspiegelt dit zeer duidelijk. Een voorbeeld kan worden genomen uit een gedicht van Ţarfah ibn al-`Abd:
Oppression was the rule of the day. This is especially clear in the poetry of the time, such as that of Zuhayr ibn Abī Sulmā who writes: “Whoever does not defend his property with arms will find it plundered, and whoever does not oppress others will himself be oppressed.” A motto that was commonly held in pre-Islamic Arabia was: “Help your brother, whether he inflicts or suffers injustice.” Drinking and gambling were recognized social traditions. Indeed, people took pride in such habits. All Arab poetry of the pre-Islamic days of ignorance reflects this very clearly. An example may be taken from a poem by Ţarfah ibn al-`Abd:
Als het niet was voor drie zaken waar een jonge man van geniet, zou ik er niet om geven wanneer ik mijn dood ontmoet.
Had it not been for three practices a young man enjoys, I would not have cared when I meet my death.
Een van deze is dat ik degenen die matiging adviseren sla voor een slok wijn die zo sterk is dat het borrelt wanneer het met water wordt gemengd.
One of these is that I beat those who counsel moderation to a drink of wine which is so potent that it bubbles when it is mixed with water.
Drinken, het najagen van genot en het uitgeven van alles wat ik in mijn handen krijg, zijn mijn leven geweest.
Drinking, the pursuit of pleasure and spending whatever I lay my hands on have been my life.
En daarom heeft mijn hele clan mij verlaten, als een kameel met een verschrikkelijke jeuk.
1 Jāhiliyyah is de term die vaak in de islamitische context wordt gebruikt om te verwijzen naar de situatie die heerste in Arabië voor de komst van de islam. Het is afgeleid van een wortel die 'onwetendheid' betekent. Wanneer we dus spreken over de dagen van jāhiliyyah, bedoelen we de dagen van onwetendheid. Maar de term duidt niet simpelweg op een bepaalde periode, maar verwijst eerder naar een staat of conditie waarin mensen zich niet bewust zijn van de ware aard van God en hun relatie met Hem. In dit perspectief verwijst de term naar elke menselijke situatie die het geloof in de eenheid van God niet als haar kernconcept plaatst, en wat weerspiegeld zou moeten worden in het gedrag, de literatuur en de moraal van mensen, evenals in hun sociale, economische en politieke systemen. — Noot van de redactie.
1 Jāhiliyyah is the term often used in the Islamic context to refer to the situation that prevailed in Arabia before the advent of Islam. It is derived from a root that signifies `ignorance'. Thus, when we speak of the days of jāhiliyyah, we mean the days of ignorance. But the term does not simply signify a period of time, rather it refers to a state or condition where people are unaware of the true nature of God and their relationship with Him. In this perspective, the term refers to any human situation that does not place belief in God's oneness as its prime concept, and which should be reflected in people's behaviour, literature, morality as well as their social, economic and political systems. — Editor's note.
Resultaten in overvloed
Results In Abundance
Toen, na zware inspanningen, het geloof in de harten van de mensen was gevestigd en de autoriteit daarachter naar behoren was erkend; toen mensen hun Heer erkenden en Hem alleen aanbaden; toen mensen vrij waren van de druk van andere autoriteiten en de druk van hun eigen begeerten; toen het concept van ‘geen godheid behalve God’ in de harten van de mensen was ingeprent, bewerkstelligde God daarmee, en met hen die daarin geloofden, al het wat mensen hadden voorgesteld in de weg van hervorming.
When, after strenuous efforts, the faith was established in people’s hearts and the authority behind it was properly acknowledged; when people recognized their Lord and worshipped Him alone; when people were free of the pressures of other authorities and the pressures of their own desires; when the concept of `no deity other than God’ was imprinted on people’s hearts, God accomplished with it, and with those who believed in it, all that people might have suggested in the way of reform.
Het land was nu vrij van Byzantium en Perzië, maar hun koloniale heerschappij was niet vervangen door een Arabische macht. In plaats daarvan nam de autoriteit van God hun plaats in. Het land was nu vrij van alle tirannie.
The land was now free of Byzantium and Persia, but their colonial rule had not been replaced by an Arab power. Instead God’s authority took their place. The land was now free of all tyranny.
De samenleving werd bevrijd van alle sociale onrechtvaardigheid, omdat het islamitische systeem werd gevestigd om de rechtvaardigheid van God te administreren, volgens de principes die door God Zelf zijn goedgekeurd.
Society was freed of all social injustice, because the Islamic system was established to administer God’s justice, according to the principles approved by God Himself.
De banier van sociale rechtvaardigheid werd in de naam van God geheven, maar het werd de banier van de Islam genoemd, waarop geschreven stond: ‘er is geen godheid dan God’.
The banner of social justice was raised in God’s name, but it was called the banner of Islam, on which was written, `there is no deity other than God’.
De moraal van de mensen werd verheven; harten en zielen werden gezuiverd; en het middel van controle was het eigen geweten van de mensen. Daarom waren de verplichte en discretionaire straffen die door God waren voorgeschreven niet nodig, behalve in zeer weinig gevallen. Mensen waren er naar verlangen om de beloning van God te verdienen. Ze schaamden zich ervoor om door Hem gezien te worden terwijl ze Zijn bevelen overtraden, en vreesden Zijn straf te oogsten. Dergelijke gevoelens namen de plaats in van elk politiebestuur en de diverse straffen die dit zou kunnen opleggen.
Het Geloof of de Gedetailleerde Systemen
The Faith Or Its Detailed Systems
We hebben nu een duidelijk beeld van de redenen achter het feit dat de delen van de Qur’ān die in Makkah werden geopenbaard, zich concentreerden op het in de harten en geesten van mensen inpreten van het fundamentele principe van ‘er is geen godheid behalve God’, ook al leek dit moeilijk in vergelijking met andere wegen.
We now have a clear idea of the reasons behind the fact that the parts of the Qur’ān revealed in Makkah concentrated on imprinting the fundamental principle of ‘there is no deity other than God’ on people’s hearts and minds, even though it appeared difficult in comparison to other ways.
Bovendien was het belangrijk dat de pleitbezorgers van de Islam serieus zouden nadenken over het feit dat deze Mekkaanse delen van de Qur’ān zich concentreerden op de kwestie van het geloof, zonder de details van het systeem te bespreken dat daarop gebaseerd zou worden of de wetten die de transacties onder dit systeem zouden regelen.
Moreover, it was important that the advocates of Islam should seriously reflect on the fact that these Makkan parts of the Qur’ān concentrated on the issue of faith, without discussing the details of the system to be based on it or the laws governing transactions under this system.
Het is de aard van het islamitische geloof die deze benadering noodzakelijk heeft gemaakt. De islam in haar geheel is gebaseerd op het geloof in de eenheid van God: al haar systemen en wetten ontspringen aan dit essentiële principe. Een hoge, grote boom met dikke en brede takken moet zijn wortels diep in de aarde verankeren en deze over een groot gebied verspreiden, in verhouding tot zijn omvang. Op dezelfde manier strekt het islamitische systeem zich uit over alle aspecten van het leven en houdt het zich bezig met alle menselijke aangelegenheden, groot en klein. Het reguleert het menselijk leven, niet alleen in deze huidige wereld maar ook in het hiernamaals, en niet enkel in onze omgang met de wereld die we om ons heen zien, maar ook met de wereld daarbuiten, die we wel voelen maar niet kunnen zien. De juridische bepalingen ervan dekken niet alleen materiële transacties, maar gaan ook over wat diep in het hart verborgen ligt, evenals over intenties en ideeën. Zo zien we dat het een enorme institutie vertegenwoordigt met grote en verstrekkende dimensies.
It is the nature of the Islamic faith that has necessitated this approach. Islam in its entirety is based on the belief in God’s oneness: all its systems and laws branch out of this essential principle. A high, great tree, with thick and wide branches, must establish its roots deep into the earth and spread them over a wide area, in proportion to its size. Similarly, the Islamic system extends into all aspects of life, dealing with all human affairs, large and small. It regulates human life, not only in this present world but also in the life to come, and not merely in our dealings with the world we see around us, but with the one beyond, which we sense but cannot see. Its legal provisions do not cover only material transactions, but deal also with what is kept deep at heart, as well as intentions and ideas. Thus, we see that it represents a huge institution with great and far-reaching dimensions.
2 Voor details over hoe het verbod op bedwelmende middelen werd geïmplementeerd in de islamitische samenleving, zie In the Shade of the Qur'ān, Vol. IV, pp. 172-77. Raadpleeg ook Abu'l Hasan `Alī Nadwī, Islam and the World, voor een discussie over hoe de VS er op tragische wijze niet in is geslaagd dit te doen — Noot van de auteur.
2 For details of how the prohibition of intoxicants was implemented in Islamic society see In the Shade of the Qur'ān, Vol. IV, pp. 172-77. Refer also to Abu'l Hasan `Alī Nadwī, Islam and the World, for a discussion of how the USA has miserably failed to do so — Author's note.
Een Praktisch Systeem
A Practical System
Een ander aspect van de aard van deze religie wordt weerspiegeld door de methode van handelen die zij hanteert: deze religie van de Islam is zowel praktisch als serieus, met als doel de dagelijkse zaken te reguleren en te beheersen. Zij kijkt naar praktische zaken en bepaalt of zij deze moet goedkeuren, wijzigen of geheel moet veranderen. Daarom is haar wetgeving alleen van toepassing op de bestaande omstandigheden in een gemeenschap die in de eerste plaats Gods soevereiniteit erkent.
Another aspect of the nature of this religion is reflected by the method of action it adopts: this religion of Islam is both practical and serious, aiming to regulate and control everyday affairs. It looks at practical matters and determines whether to approve, modify or change them altogether. Therefore, its legislation applies only to existing conditions in a community that recognizes God’s sovereignty in the first place.
Islam is geen theorie die zich bezighoudt met aannames. Het is een levenswijze die zich bezighoudt met bestaande situaties. Daarom moet het worden gevestigd in een moslimgemeenschap die gelooft dat ‘er geen godheid is behalve God’, en erkent dat de soevereiniteit alleen aan God toebehoort. Het ontkent de autoriteit van eenieder ander en weigert de legitimiteit van elke situatie die niet gebaseerd is op dit fundamentele principe.
Islam is not a theory dealing with assumptions. It is a way of life dealing with existing situations. Hence, it must be established in a Muslim community which believes that `there is no deity other than God’, and acknowledges that sovereignty belongs to God alone. It denies the authority of anyone else and refuses legitimacy of any situation that is not based on this fundamental principle.
Pas wanneer een dergelijke gemeenschap ontstaat en zij geconfronteerd wordt met haar eigen praktische problemen, begint deze religie haar systemen te vestigen en haar wetten te formuleren. Deze zullen worden geïmplementeerd door mensen die zich in principe al aan hen hebben onderworpen en alle andere systemen en wetten hebben verworpen. Het is ook noodzakelijk dat degenen die in het islamitische geloof geloven, voldoende macht over zichzelf en binnen hun samenleving hebben om hen in staat te stellen islamitische systemen en wetten te implementeren. Alleen op deze manier kan het islamitische systeem worden gerespecteerd en kan de islamitische wet serieus overkomen.
Only when such a community comes into existence, and it begins to face its own practical problems does this religion begin to establish its systems and formulate its laws. These will be implemented by people who in principle have already submitted themselves to them and rejected all other systems and laws. It is also necessary that those who believe in the Islamic faith should have sufficient power over themselves and in their society to enable them to implement Islamic systems and laws. Only in this way can the Islamic system be respected and Islamic law appear serious.
De Koranische behandeling van het geloofsvraagstuk
The Qur’ānic Treatment Of The Faith Issue
We moeten bespreken hoe de Qur’ān de kwestie van het geloof behandelde tijdens de dertien jaar van de Mekkaanse periode. Het presenteerde dit zeker niet in de vorm van een theorie of een theologische studie. Het werd ook niet gepresenteerd in de vorm van een scholastisch discours van het type dat later bekend zou worden als `ilm al-kalām, dat voornamelijk de handelde over het concept van de eenheid van God.
We need to discuss how the Qur’ān addressed the issue of faith during the thirteen years of the Makkan period. Certainly it did not present it in the form of a theory or a theological study. Nor was it presented in the form of a scholastic discourse of the type which was later to be known as `ilm al-kalām, which dealt mainly with the concept of God’s oneness.
Niets hiervan! De Qur’ān richt zich simpelweg tot de menselijke natuur, waarbij alle tekenen, indicatoren en aanwijzingen binnen de eigen ziel van de mens en in het universum als geheel worden benut. Zo bevrijdt het de menselijke natuur van alle druk die haar ontvankelijke vermogens heeft vertroebeld en opent het vensters naar de wereld. Op deze wijze is de menselijke natuur in staat om de juiste en passende reactie te geven. De soera die we in dit deel bespreken, biedt een perfect voorbeeld van deze unieke methode.
None of this! The Qur’ān simply addresses human nature, utilizing all the signs, indicators and pointers within man’s own soul and in the universe at large. Thus it liberates human nature from all the pressures that have beclouded its receptive faculties and opens up windows to the world. Thus is human nature able to make the right and proper response. The sūrah we are discussing in this volume provides a perfect example of this unique method.
Specifieker gezegd lanceerde de Qur’ān een praktische campagne tegen de druk die de juiste werking van de menselijke natuur verstoorde. Het slagveld bestond uit levende menselijke zielen. Succes had niet bereikt kunnen worden zonder een directe confrontatie die tot doel had de gordijnen die over de harten en geesten van mensen waren gevallen te verscheuren, en de muren en psychologische blokkades te verwijderen die tussen de mens en de waarheid stonden.
More specifically, the Qur’ān launched a practical campaign against the pressures disrupting the proper functioning of human nature. The field of battle was living human souls. Success could not have been achieved without a direct confrontation which aimed to rend the curtains that had fallen on people’s hearts and minds and to remove the walls and psychological blocks that stood between man and the truth.
Ook intellectuele argumentatie, gebaseerd op verbale logica — wat het kenmerk was van de scholastieke theologie van latere tijden — was niet passend voor dit doel. De Qur’ān confronteerde een volledige menselijke omgeving, met al haar condities en omstandigheden, en richtte zich tot de gehele menselijke entiteit binnen deze omgeving. In diezelfde zin was een puur 'theologische' benadering ongeschikt. Hoewel Islam een geloof is, omvat het ook een code die in het praktische leven moet worden geïmplementeerd. Het beperkt zich niet tot de nauwe sferen van het theologisch discours.
Een fout die vermeden moet worden
An Error To Be Avoided
Vanuit het islamitische standpunt is het een grote fout, ja zelfs een ernstig gevaar, dat het geloof simpelweg zou evolueren tot een abstracte theorie voor academische studie.
From the Islamic point of view, it is a great error, indeed a serious danger, that the faith should simply evolve into an abstract theory for academic study.
Het is niet omdat de Qur’ān voor het eerst werd geopenbaard dat het dertien jaar duurde om het geloof op te bouwen. Had Hij zo gewild, God had de Qur’ān in zijn geheel aan het begin kunnen openbaren en de nieuwe moslims een lange periode kunnen gunnen om het te bestuderen, totdat zij de 'Islamitische theorie' volledig hadden begrepen.
It is not because the Qur’ān was being revealed for the first time that it took thirteen years to build its faith. Had He so willed, God could have revealed the Qur’ān in full at the beginning and allowed the new Muslims a lengthy period to study it, until they had fully grasped the `Islamic theory’.
In Zijn oneindige wijsheid wilde God echter iets anders. Hij wilde een unieke werkwijze instellen die tegelijkertijd de basis legde voor het geloof, de gemeenschap en de beweging. Hij wilde dat de gemeenschap en de beweging gebaseerd zouden zijn op het geloof, en Hij wilde dat het geloof zou groeien met de dynamische vooruitgang van de gemeenschap. Hij wilde dat het praktische leven van die gemeenschap een spiegel van het geloof zou zijn. God, grenzeloos is Hij in Zijn glorie, wist dat de verfijning van zielen en het opbouwen van gemeenschappen niet van de ene op de andere dag bereikt konden worden. Daarom was het noodzakelijk dat het opbouwen van de structuur van het geloof evenveel tijd in beslag zou nemen als de opbouw van de gemeenschap en de verfijning van de zielen van de gelovigen. Zo, wanneer het geloof zijn volledige vorm had aangenomen, weerspiegelde de gemeenschap haar volwassenheid in de praktijk.
In His infinite wisdom, however, God wanted something different. He wanted to put in place a unique method of operation that laid the foundation of the faith, the community and the movement all at the same time. He wanted the community and the movement to be founded on faith, and He wanted the faith to grow with the dynamic progress of the community. He wanted the practical life of that community to be a mirror of the faith. God, limitless is He in His glory, knew that the refinement of souls and the building of communities could not be achieved overnight. Hence, it was necessary that raising the structure of the faith should take the same length of time as the building of the community and the refinement of believers’ souls. Thus, when faith had taken its full shape, the community reflected its maturity in practice.
Dit is de aard van deze religie, zoals gedefinieerd in het licht van de Koranische openbaringen in Makkah. We moeten haar aard begrijpen en niet proberen deze te veranderen onder invloed van een ongeduldige, defeatistische mentaliteit, voortgekomen onder druk van door de mens gemaakte theorieën en leerstellingen. Het is met deze specifieke aard en met haar specifieke kwaliteiten dat de Islam in staat was om de eerste moslimgemeenschap tot stand te brengen.
Een Goddelijke Methode
A Divine Method
De voorstanders van de Islam moeten zich er goed van bewust zijn dat, net zoals deze religie een goddelijke openbaring is, de wijze waarop zij functioneert, die in harmonie is met haar aard, eveneens door God gegeven is. Het is niet mogelijk om de waarheid van de Islam en haar methode van handelen van elkaar te scheiden. Zij moeten ook beseffen dat, net zoals de Islam de overtuigingen en praktijken van mensen wil veranderen, zij ook hun intellectuele en operationele methoden wil veranderen die concepten van geloof formuleren en sociale verandering teweegbrengen. De Islam streeft ernaar om een geloof op te bouwen, terwijl zij tegelijkertijd een gemeenschap en een natie opbouwt. Zij initieert ook haar eigen onafhankelijke wijze van denken, op dezelfde manier als zij haar eigen concepten en levenswijze initieert. Dit alles zijn onderdelen van een compleet geheel.
The advocates of Islam must be well aware that just as this religion is a divine revelation, its method of operation, which is harmonious with its nature, is also God- given. It is not possible to separate the truth of Islam and its method of action. They must also realize that just like Islam wants to change people’s beliefs and practices, it also wants to change their intellectual and operational methods which formulate concepts of belief and bring about social change. Islam aims to build a faith at the same time as it builds a community and a nation. It also initiates its own independent mode of thinking, in the same way as it initiates its own concepts and way of life. All are parts of a complete whole.
Nu we weten welke methode van handelen de Islam hanteert, moeten we ook weten dat deze methode permanent is: deze is niet alleen van toepassing op een bepaalde fase, omgeving of de speciale omstandigheden die golden toen de eerste moslimgemeenschap ontstond. Het is een methode van handelen die onmisbaar is voor de islamitische revival. De Islam heeft haar doel nooit beperkt tot het veranderen van de overtuigingen en omstandigheden van mensen; zij streeft er ook naar om hun wereldbeeld en manier van denken te veranderen. Als methode van handelen is de Islam goddelijk en fundamenteel verschillend van alle menselijke methoden. Wij kunnen het type leven dat deze goddelijke religie wil vestigen niet bereiken, tenzij wij haar door God verordende methode overnemen, die door God is bedoeld om het menselijk denken en handelen te hervormen.
Now that we know what method of action Islam adopts, we should also know that this method is permanent: it is not applicable to just a certain stage, environment or the special circumstances that pertained when the first Muslim community came into existence. It is a method of action which is indispensable for Islamic revival. Islam has never confined its objective to changing people’s beliefs and conditions; it also aims to change their outlook and way of thinking. As a method of action, Islam is divine and fundamentally different from all human methods. We cannot achieve the type of life this divine religion wants to establish unless we adopt its divinely- ordained method, intended by God to reform human thought and practice.
Een voorbeeld van Mekkanische openbaringen
A Sample Of Makkan Revelations
Deze soera, de eerste Mekkanische soera die we in dit werk bespreken, biedt een volledig voorbeeld van de delen van de Qur'ān die in Mekka zijn geopenbaard. We hebben hierboven de aard, de kenmerken en de methode van deze delen geschetst. We zien dit allemaal in deze soera: het hoofdthema, de wijze waarop het wordt benaderd en hoe het wordt gepresenteerd. Tegelijkertijd heeft de soera, net als elke individuele soera van de Qur'ān, haar eigen onderscheidende karakter dat geen enkele aandachtige lezer kan missen. Inderdaad, elke soera heeft zijn eigen karakter, kenmerken, centrale idee en methode om het hoofdthema te presenteren. Niet alleen dat, maar elke soera maakt gebruik van zijn eigen inspiratie, beelden, subtiliteiten van betekenis en algemene sfeer. Deze komen allemaal naar voren in de presentatie van de onderwerpen. Bovendien gebruikt elke soera zijn eigen speciale uitdrukkingen die met tussenpozen kunnen worden herhaald, zelfs wanneer het één thema of verschillende verwante thema's behandelt. Het is niet het thema dat het karakter van een soera bepaalt, maar de speciale en onderscheidende kenmerken ervan.
This sūrah, the first Makkan sūrah we discuss in this work, provides a complete sample of the parts of the Qur’ān revealed in Makkah. We have outlined above the nature, characteristics and method of these parts. We see all these in this sūrah, its main theme, the way it is approached and how it is presented. At the same time, the sūrah has, like every individual sūrah of the Qur’ān, its distinctive character which no attentive reader can fail to recognize. Indeed, every sūrah has its own character, features, central idea, and method of presenting its main theme. Not only so, but each sūrah uses its own inspiration, images, subtleties of meaning, and general ambience. These are all featured in its presentation of its subject matter. Moreover, each sūrah uses its own special expressions that may be repeated at intervals, even when it tackles one theme or several related themes. It is not the theme that delineates the character of a sūrah, but its special and distinctive features.
Desalniettemin behandelt deze soera zijn onderwerp op een unieke manier. Bij elke wending, in elke situatie of scène, brengt het de ontzagwekkende pracht van wat wordt uitgebeeld scherp in beeld, waardoor we betoverd blijven en ademloos de scènes volgen en het veranderende, krachtige ritme horen. Dit is zeker waar! Ik voel het in mijn hart terwijl ik de stroom van de soera volg, haar scènes en ritmes. Ik denk dat geen enkele lezer of luisteraar, ongeacht het niveau van intelligentie, het zou kunnen nalaten om iets van de ontzagwekkende pracht ervan te waarderen.
Nevertheless, this sūrah tackles its subject matter in a unique way. At every turn, in every situation or scene, it brings out in sharp relief all the awesome splendour of what is being portrayed, keeping us spellbound, breathless as we follow its scenes and hear its changing, powerful rhythm. This is certainly true! I feel it in my heart as I follow the flow of the sūrah, its scenes and beats. I think that no reader or listener of any degree of intelligence could fail to appreciate something of its awesome splendour.
Om God werkelijk te kennen
To Truly Know God
Deze soera behandelt de hoofdvraagstukken van het geloof, de godheid en de slavernij aan Allah. De benadering is om mensen bekend te maken wie hun ware Heer is, door vragen te beantwoorden als: Wie is Hij? Wat is de oorsprong van dit bestaan? Wat zijn de geheimen daarbuiten? Wie zijn deze schepselen? Wie brengt hen voort; en wie geeft hen hun voorziening en beheerst hun zaken? Wie keert hun harten en hun blikken? Wie beheerst de opeenvolging van hun dagen en nachten? Wie brengt hen voort; en vervolgens weer opnieuw?
This sūrah tackles the main issue of faith, Godhead and servitude. Its approach is to make known to people who their true Lord is, answering questions like: Who is He? What is the origin of this existence? What are the secrets beyond it? Who are these creatures? Who brings them into being; and who gives them their provisions and controls their affairs? Who turns their hearts and sights? Who controls the sequence of their days and nights? Who initiates them; and then re-initiates them?
Met welk doel heeft Hij hen geschapen? Welke term heeft Hij voor hen vastgesteld? Naar welk lot leidt Hij hen? En dan, wat betreft dit leven dat hier en daar ontspringt: wie initieert het in een dergelijke levenloze omgeving? Hoe zit het met de neerdalende regen, de bloeiende knoppen, het dicht opgestapelde graan, de doorborende ster, de aanbrekende dageraad, de duisternis van de nacht terwijl zij alles bedekt, en het heelal daarbuiten: wie beheerst dit alles? Welke geheimen verbergen zij en welk nieuws brengen zij? Dan weer, al deze generaties die komen en gaan, bloeien en vergaan: wie geeft hen macht op aarde en wie neemt die macht weg en laat hen vergaan? Waarom worden zij de controle over de wereld toevertrouwd, en waarom worden zij aan hun ondergang overgelaten? En wat blijft er over voorbij de dood van verantwoording en beloning?
For what purpose has He created them? What term has He appointed for them? To what destiny does He deliver them? And then, as regards this life springing up here and there: who initiates it in such a lifeless environment? What about the pouring rain, the opening buds, the tightly piled grain, the piercing star, the breaking dawn, the darkness of the night as it covers all, and the cosmos beyond: who controls all this? What secrets do they hide and what news do they bring? Then again, all these generations that come and go, prosper and perish: who gives them power on earth and who takes it away and leaves them to perish? Why are they placed in control of the world, and why are they left to be ruined? And what remains beyond death of reckoning and reward?
De soera neemt onze harten en geesten mee naar dergelijke eindeloze horizonten en dergelijke diepten. Er wordt geen poging gedaan om een theorie over het geloof te bieden, of om een theologisch argument te starten. De soera heeft simpelweg tot doel de mensen bekend te maken wie hun ware Heer is, zodat zij zich aan Hem alleen kunnen onderwerpen, waarbij zij hun geweten, zielen, inspanningen, tradities, aanbidding en al hun levens overgeven aan de Almachtige, de enige godheid in het universum.
De openbaring van de soera
The Sūrah’s Revelation
Verschillende overleveringen van Ibn `Abbās, Asmā’ bint Yazīd, Jābir, Anas ibn Mālik en `Abdullāh ibn Mas`ūd bevestigen dat deze soera bij één gelegenheid in Makkah werd geopenbaard.
Several reports by Ibn `Abbās, Asmā’ bint Yazīd, Jābir, Anas ibn Mālik and `Abdullāh ibn Mas`ūd confirm that this sūrah was revealed in Makkah on one occasion.
Niets in deze rapporten of in de onderwerpen van de soera wijst op de specifieke tijd van de openbaring in de Mekkaanse periode. Volgens de meest waarschijnlijke chronologische volgorde van openbaring komt deze soera na soera 15, Al-Ĥijr, wat haar nummer 55 geeft in die volgorde. Maar zoals we hebben gezegd in de inleiding bij soera 2 (Vol. I), kunnen we op basis van deze informatie geen definitief oordeel vellen over de tijd van openbaring van verschillende soera's. De rapporten die we hebben over dit specifieke punt spreken voornamelijk over de openbaring van het begin, niet het geheel, van een specifieke soera. Het kan zijn dat sommige latere delen van een eerdere soera worden geopenbaard na delen van een latere soera. De soera die we in dit deel bespreken, werd in zijn geheel in één keer geopenbaard, maar we kunnen de exacte datum van de openbaring ervan niet vaststellen, hoewel we het waarschijnlijk achten dat het na de vroege jaren van de islamitische boodschap was, misschien in het vijfde of zesde jaar. Bij het stellen van deze waarschijnlijkheid vertrouwen we enkel op haar nummer in de volgorde van openbaring en de grote verscheidenheid aan onderwerpen die zij uitgebreid behandelt. Dit alles suggereert een langdurig lopend debat met de ongelovigen, die volhielden in hun verwerping van de boodschap van de Profeet ﷺ. Dit is wellicht wat een gedetailleerde discussie van kwesties in de lijnen die we hier hebben vereist, en wat het noodzakelijk maakt om de Boodschapper van God ﷺ te troosten, om zo de effecten van langdurige en vastberaden oppositie tegen zijn boodschap weg te nemen.
Nothing in these reports or in the subject matter of the sūrah indicates the particular time of its revelation in the Makkan period. According to the most likely chronological order of revelation, this sūrah comes after Sūrah 15, Al-Ĥijr, which gives it number 55 in that order. But as we said in the Prologue to Sūrah 2 (Vol. I), we cannot, on the basis of this information, make any definitive judgement as to the time of revelation of different sūrahs. The reports we have on this particular point speak mainly of the revelation of the beginning, not the whole, of any particular sūrah. It may be that some later parts of an earlier sūrah are revealed after parts of a later sūrah. The sūrah we are discussing in this volume was revealed in its entirety at one go, but we cannot define the exact date of its revelation, although we feel it likely that it was after the early years of the Islamic message, maybe in the fifth or sixth year. In stating this probability we rely only on its number in the order of revelation and the wide variety of subjects it tackles at length. All this suggests a long ongoing argument with the unbelievers, who persisted in their rejection of the Prophet’s message. This is, perhaps, what requires a detailed discussion of issues on the lines we have here, and necessitates comforting God’s Messenger so as to remove the effects of long and determined opposition to his message.
Het Hoofdthema
The Main Theme
We hebben kort verwezen naar het hoofdonderwerp en de algemene kenmerken van de soera.
We have referred briefly to the main theme and overall characteristics of the sūrah.
We moeten hier een kort woord over hen toevoegen.
We need to add here a brief word on them.
Anas ibn Mālik citeert de Profeet ﷺ die zei: “De soera al-An`ām werd van hoog boven neergezonden, met een groot aantal engelen in aanwezigheid, die de horizon blokkeerden, hun stemmen verheven met de verheerlijking van God, en de aarde die onder hen schudde.” De Boodschapper van God ﷺ herhaalde: “Grenzeloos in Zijn glorie is God Almachtig.” Deze grote processie van engelen en dit schudden van de aarde geven een duidelijke indruk aan de soera. De soera zelf kan inderdaad worden beschreven als een processie die onze harten en het hele universum doet schudden. Het biedt een veelheid aan situaties, scènes, inspiraties en ritmes, die als golven na elkaar voortstromen.
Anas ibn Mālik quotes the Prophet as saying: “The sūrah al-An`ām was bestowed from on high, with a great many angels in attendance, blocking the horizon, raising their voices with God’s glorification, and the earth shaking under them.” God’s Messenger was repeating: “Limitless in His glory is God Almighty.” This great procession of angels and this shaking of the earth impart a clear impression to the sūrah. Indeed, the sūrah itself may be described as a procession which makes our hearts and the whole universe shake. It provides multitudes of situations, scenes, inspirations and rhythms, which flow like waves one after another.
Terwijl de ene golf zijn breekpunt bereikt, volgt de volgende zeer nauw op zijn hakken, bijna reikend naar de golf die hem voorafgaat. De stroom blijft continu, onophoudelijk.
As one wave reaches its breaking place, the next one follows very closely on its heels, almost reaching out to the one that precedes it. The flow remains continuous, unending.
Het centrale thema ervan wordt als een geheel gezien. Het is niet mogelijk om de soera op te delen in secties die elk een specifiek aspect van het hoofdthema behandelen. Wat we hebben is een opeenvolging van golven, of rondes, waarbij elke golf voortbouwt op waar de vorige ophield en deze aanvult. Daarom zullen we in deze inleidende opmerkingen niet de onderwerpen bespreken die de soera aanstipt. We zullen slechts enkele voorbeelden geven van de opeenvolgende golven.
Its central theme is seen as a whole. It is not possible to break the sūrah into sections, each dealing with a particular aspect of the main theme. What we have is a succession of waves, or rounds, each picking up where the previous one left off and complementing it. Hence, we are not going to discuss in these introductory remarks the topics the sūrah touches on. We will only give samples of its successive waves.
Unieke behandeling van het onderwerp
Unique Subject Treatment
We hebben reeds gezegd dat deze soera haar onderwerp op een zeer unieke wijze behandelt. Bij elke wending, in elke situatie of scène, brengt zij de ontzagwekkende pracht van wat wordt uitgebeeld scherp in beeld, waardoor wij gefascineerd en ademloos blijven terwijl wij haar volgen. Nu zullen wij verwijzen naar specifieke verzen die dit bevestigen, en de lezer dient deze zorgvuldig te overwegen voor een volledige waardering. Hoe hard we ook proberen dit effect te beschrijven, we kunnen niet meer geven dan een vaag gevoel ervan.
We have already said that this sūrah deals with its subject matter in a very unique way. At every turn, in every situation or scene, it brings out in sharp relief all the awesome splendour of what is being portrayed, keeping us spellbound, breathless as we follow it. Now we will refer to particular verses confirming this, and the reader needs to carefully consider these for full appreciation. No matter how hard we try to describe this effect, we cannot give more than a vague feeling of it.
Het centrale thema van de soera is het verkondigen van de waarheid van de Godheid en het geven van voldoende kennis aan de mens over hun ware Heer, zodat zij zich enkel aan Hem onderwerpen. Daarom heeft het veel te zeggen over het leveren van de juiste getuigenissen en het trekken van de grenzen die de gelovigen scheiden van de ongelovigen. Zo wordt deze waarheid duidelijk in de geest van een gelovige, waardoor hij deze met kracht en standvastigheid kan verkondigen tegenover degenen die een tegengestelde houding aannemen. (Versen 14-19)
The central theme of the sūrah is to state the truth of Godhead and to give human beings sufficient knowledge about their true Lord so that they submit themselves to Him alone. Thus, it has much to say about providing proper witnesses and demarcating the lines that separate the believers from the unbelievers. Thus, this truth becomes clear in a believer’s mind and he is able to declare it with power and firmness in the face of those who take the opposite attitude. (Verses 14-19)
Wat betreft waarschuwingen laat de soera zien hoe de macht van God alles omvat. Wanneer men geconfronteerd wordt met de macht van God, wordt de menselijke natuur bevrijd van alle verstikkende druk en keert zij zich tot haar ware Heer, waarbij zij de valse goden vergeet die mensen met Hem associëren. (Verzen 40-7)
On warnings, the sūrah shows how God’s power encompasses all. When confronted with God’s power, human nature is freed of all stifling pressures and turns to its true Lord, forgetting the false deities people associate with Him. (Verses 40-7)
De soera heeft veel te zeggen over de kennis van God over alles wat geheim of verborgen is, en de vastgestelde tijd voor de dood van elk levend wezen. Hij heeft de volledige macht over alles op het land en in de zee, dag en nacht, in dit leven en in het leven daarna. (Versen 59-62)