Al-Sajdah De Prostratie (De Belangrijkste Zaken van het Geloof) 1-30
Al-Sajdah The Prostration ( The Main Issues Of Faith) 1-30
In de Naam van God, de Heer van Genade, de Altijddure Barmhartige.
In the Name of God, the Lord of Grace, the Ever Merciful.
Alif. Lām. Mīm. (1)
Alif. Lām. Mīm. (1)
De openbaring van dit Boek komt, zonder enige twijfel, van de Heer van alle werelden. (2)
The revelation of this Book comes, beyond any doubt, from the Lord of all the worlds. (2)
Zeggen zij: ‘Hij heeft het verzonnen?’ Het is inderdaad de waarheid van jouw Heer, opdat jij een gemeenschap kunt waarschuwen aan wie geen waarschuwer voor jou is gekomen, en opdat zij geleid mogen worden. (3)
Do they say: ‘He has invented it?’ It is indeed the truth from your Lord, so that you may warn a community to whom no warner has come before you, and that they may be guided. (3)
Het is God die de hemelen en de aarde en alles wat daartussen is in zes dagen heeft geschapen, en Zichzelf op de Troon heeft gevestigd. Je hebt niemand om je te beschermen tegen God, en niemand om bij Hem voor je te bemiddelen. Zullen jullie dan niet nadenken?
God it is who created the heavens and the earth and all that is between them in six days, and established Himself on the Throne. You have none to protect you from God, and none to intercede with Him for you. Will you not, then, reflect?
(4)
(4)
Hij reguleert en bestuurt alles wat bestaat, van de hemelruimte tot de aarde; en uiteindelijk zullen allen tot Hem opstijgen [voor het oordeel] op een dag waarvan de lengte volgens jullie berekening duizend jaar is.
He regulates and governs all that exists, from the celestial space to the earth; and in the end all shall ascend to Him [for judgement] on a day the length of which is one thousand years by your reckoning.
(5)
(5)
Zodanig is Hij die alles weet wat buiten het bereik van de menselijke waarneming ligt, en alles wat waargenomen kan worden, de Almachtige, de Meest Barmhartige, (6)
Such is He who knows all that is beyond the reach of human perception, and all that can be witnessed, the Almighty, the Most Merciful, (6)
Wie alles wat Hij schept op de meest voortreffelijke wijze maakt. Hij begint de schepping van de mens uit klei; (7)
who makes most excellent everything that He creates. He begins the creation of man out of clay; (7)
toen liet Hij zijn nakomelingen voortkomen uit een nederige vloeistof; (8)
then He causes his progeny to be begotten out of the essence of a humble fluid; (8)
toen vormde Hij hem en blies Hem van Zijn geest in. Zo heeft Hij jullie, de mensheid, voorzien van gehoor, zicht en harten. Toch zijn jullie zelden dankbaar! (9)
then He fashions him and breathes into him of His spirit. Thus He endows you, mankind, with hearing and sight and hearts. Yet seldom are you grateful! (9)
Zij zeggen: ‘Hoe! Nadat wij in de aarde zijn verdwenen, zullen wij werkelijk [tot leven worden gewekt] in een nieuwe schepping?’ Nee, zij ontkennen inderdaad dat zij hun Heer zullen ontmoeten. (10)
They say: ‘What! After we have vanished into the earth, shall we be [restored to life] in a new act of creation?’ Nay, they indeed deny that they will be meeting their Lord. (10)
Zeg: ‘De engel van de dood die aan jullie is belast, zal jullie verzamelen, en daarna zullen jullie tot jullie Heer worden teruggebracht.’ (11)
Say: ‘The angel of death who has been given charge of you will gather you, and then to your Lord you will be brought back.’ (11)
Als je maar kon zien hoe die misdadigers hun hoofden zullen buigen voor hun Heer en zullen zeggen: ‘Onze Heer! Wij hebben nu gezien en wij hebben gehoord. Laat ons terugkeren [naar ons aardse leven] en wij zullen goede daden verrichten. Wij zijn nu gelovigen.’ (12)
If you could but see when those evildoers will hang down their heads before their Lord and say: ‘Our Lord! We have now seen and we have heard. Return us [to our earthly life] and we will do good deeds. We are now firm believers.’ (12)
Als Wij dat zo gewild hadden, hadden Wij inderdaad Onze leiding aan ieder mens kunnen opleggen. In plaats daarvan zal Mijn woord vervuld worden: ‘Ik zal de hel zeker vullen met djinn en mensen gezamenlijk.’ (13)
Had We so willed, We could indeed have imposed Our guidance on every human being. Instead, My word shall be fulfilled: ‘Most certainly will I fill hell with jinn and humans all together.’ (13)
‘Proef dit, want jullie zijn vergeten dat jullie deze dag ooit zouden ontmoeten. Wij zullen ook jullie vergeten; en proef deze blijvende straf vanwege al het kwaad dat jullie hebben gedaan.’ (14)
‘Taste this, for you [deliberately] forgot you would ever meet this day. We, too, will forget you; and taste this abiding suffering for all the evil you did.’ (14)
Alleen zij die aan Onze openbaringen geloven, zijn zij die, wanneer zij eraan worden herinnerd, neerbuigen in aanbidding en de grenzeloze glorie en lof van hun Heer prijzen, en die nooit hoogmoedig zijn; (15)
Only they believe in Our revelations who, whenever they are reminded of them, fall down prostrating themselves in adoration, and extol their Lord’s limitless glory and praise; and who are never arrogant; (15)
zij die zichzelf 's nachts uit hun bedden slepen om hun Heer te bidden in vrees en hoop; en zij die liefdadigheid verrichten met wat Wij hen verstrekken. (16)
who drag themselves out of their beds at night to pray to their Lord in fear and hope; and who are charitable with what We provide for them. (16)
Niemand kan zich voorstellen welke zalige genoegens er voor hen bewaard zijn als beloning voor wat zij deden. (17)
No one can imagine what blissful delights have been kept in store for them as a reward for what they used to do. (17)
Zal de gelovige dan vergeleken worden met degene die goddeloos is? De twee zijn zeker niet gelijk. (18)
Is, then, the one who is a believer to be compared to one who is wicked? The two are certainly not equal. (18)
Zij die geloven en goede daden verrichten, zullen de tuinen van rust als verblijfplaats hebben, als beloning voor wat zij deden; (19)
Those who believe and do righteous deeds will have the gardens of repose for an abode in recompense for what they used to do; (19)
terwijl de bozen het vuur als hun verblijfplaats hebben: telkens wanneer zij proberen daaruit te komen, zullen zij er weer in worden geworpen, en zal hen gezegd worden: ‘Proef deze straf door het vuur, dat jullie altijd als een leugen beschouwden.’ (20)
whereas the wicked have the fire as their abode: whenever they try to come out of it, they will be thrown back in it, and they will be told, ‘Taste this suffering through fire which you always thought to be a lie.’ (20)
Wij zullen hen zeker een lijden laten proeven dat dichterbij is, voordat zij het grotere lijden ervaren, opdat zij [terugkeren naar het juiste geloof].
We will certainly let them taste a suffering closer at hand before they experience the greater suffering so that they might return [to the right faith].
(21)
(21)
Wie doet er een groter onrecht dan degene die herinnerd wordt door de openbaringen van zijn Heer, maar die zich desondanks van hen afkeert? Wij zullen zeker Onze straf toebrengen aan de misdadigers.
Who does a greater wrong than one who is reminded [of the truth] by his Lord’s revelations but he, nevertheless, turns away from them? We shall certainly inflict Our retribution on the evildoers.
(22)
(22)
Wij hebben het Boek aan Mozes zeker gegeven, wees dus niet in twijfel over de overeenstemming ermee. Wij hebben daarvan een leidraad gemaakt voor de Israëlieten, (23)
We certainly gave the Book to Moses, so be not in doubt about convergence with it. We made of it guidance for the Children of Israel, (23)
en Wij stelden onder hen leiders aan die, zolang zij standvastig bleven en een zeker geloof hadden in Onze openbaringen, leiding verspreidden overeenkomstig Onder Gebod. (24)
and We raised among them leaders who, so long as they remained steadfast and had sure faith in Our revelations, spread guidance in accordance with Our command. (24)
Uw Heer is zeker de Genadevolle die tussen de mensen zal beslissen over dat waarover zij verschilden op de Dag van de Opstanding. (25)
Your Lord is certainly the One who will decide between people on the Day of Resurrection with regard to all that on which they differ. (25)
Reflecteren zij niet op hoeveel generaties Wij voor hen hebben vernietigd, in wiens woonplaatsen zij nu rondwandelen? Hierin zijn inderdaad tekenen: zullen zij niet luisteren? (26)
Do they not reflect on how many a generation We have destroyed before their time, in whose dwelling places they now walk about? In this there are signs indeed: will they not listen? (26)
Zijn zij zich er niet van bewust dat Wij het water naar een droog land brengen waar geen gewas op groeit, en daarmee gewassen voortbrengen waarvan hun vee en zijzelf eten? Zien zij het niet? (27)
Are they not aware that it is We who drive water to dry land devoid of herbage, and with it We bring forth crops of which their cattle and they themselves eat? Can they not see? (27)
Zij zeiden: ‘Wanneer zal dit oordeel plaatsvinden, als jullie de waarheid spreken?’ (28)
They say: ‘When will this judgement be, if you are telling the truth?’ (28)
Zeg: ‘Op de dag waarop het oordeel wordt gebracht, zal het de ongelovigen geen voordeel doen dat zij dan geloven; noch zal aan hen uitstel worden verleend.’ (29)
Say: ‘On the day when judgement is made no benefit will it be to unbelievers if they then believe; nor will they be granted respite.’ (29)
Laat hen daarom met rust en wacht af.
Therefore, leave them alone, and wait.
Zij wachten zeker. (30)
They are certainly waiting. (30)
Het wegnemen van alle twijfel
Dispelling All Doubt
Alif. Lām. Mīm. De openbaring van dit Boek komt, zonder enige twijfel, van de Heer van alle werelden. Zeggen zij: ‘Hij heeft het verzonnen?’ Het is inderdaad de waarheid van jouw Heer, opdat jij een gemeenschap kunt waarschuwen aan wie geen waarschuwer voorafgegaan is, en opdat zij geleid mogen worden. (Versen 1-3)
Alif. Lām. Mīm. The revelation of this Book comes, beyond any doubt, from the Lord of all the worlds-. Do they say: ‘He has invented it?’ It is indeed the truth from your Lord, so that you may warn a community to whom no warner has come before you, and that they may be guided. (Verses 1-3)
De drie afzonderlijke letters waarmee de soera begint, waren goed bekend bij de Arabieren die de eersten waren die door de Qur’ān werden aangesproken. Zij wisten welk soort spraak zij met deze en dergelijke letters konden samenstellen. Zij wisten terdege wat het grote verschil was tussen hun compositie en deze Qur’ān. Het is een diepe kloof die wordt erkend door elke taaldeskundige en iedereen die de kunst beoefent om ideeën en betekenissen in woorden en zinnen te gieten.
The three separate letters the sūrah begins with were well known to the Arabs who were the first to be addressed by the Qur’ān. They knew what speech they could compose of them and their like. They knew full well the great difference between their composition and this Qur’ān. It is a wide gulf recognized by any speech expert and anyone who practises putting ideas and meanings into words and sentences.
Zo iemand realiseert zich dat de Qur’ānicische tekst een inherente, subtiele kracht bezit die hem bijzonder effectief maakt, omdat hij de harten en geesten van mensen aanspreekt. Geen enkele menselijke compositie kan een vergelijkbaar effect hebben. Dit is een feit dat niet ontkend kan worden. Een luisteraar naar de Qur’ān zal dit ongetwijfeld herkennen en ermee interageren, met uitsluiting van alle andere spraak, zelfs als hij wellicht niet weet dat wat hij beluistert de Qur’ān is. Talrijke voorbeelden van mensen van alle soorten en maten hebben dit bevestigd, wat dit feit onderstreept.
Such a person realizes that the Qur’ānic text has an inherent, subtle power that makes it particularly effective as it addresses people’s hearts and minds. No human composition can have any similar effect. This is a fact that cannot be denied. A listener to the Qur’ān will definitely recognize it and interact with it, to the exclusion of all other speech, even though he might not know that what he is listening to is the Qur’ān. Numerous are the examples people of all sorts have experienced, confirming this fact.
Het verschil tussen de Qur’ān en wat mensen verzinnen, met behulp van letters en klanken, is onoverbrugbaar. Het is hetzelfde als de kloof tussen de schepping van God en wat mensen maken in welk specifiek vakgebied dan ook. Wat door God is gemaakt, is uniek en opmerkelijk. Het kan door mensen niet worden geëvenaard, zelfs niet in de meest alledaagse zaken.
Zes dagen van de schepping
Six Days Of Creation
Degenen tot wie de Boodschapper van God ﷺ is bevolen om te waarschuwen, waren polytheïsten, mensen die partners aan God toeschreven. Daarom legt de soera Gods eigenschap uit waarmee zij de waarheid van de goddelijkheid kennen. Het maakt ook onderscheid tussen wie deze grote naam, God, verdient te hebben, en wie nooit geassocieerd mag worden met Zijn status:
Those whom God’s Messenger is ordered to warn were polytheists, people who associated partners with God. Therefore, the sūrah explains God’s attribute by which they know the truth of Godhead. It also distinguishes who deserves to have this great name, God, and who must never be associated with His status:
Het is God die de hemelen en de aarde en alles wat daartussen is in zes dagen heeft geschapen, en Zichzelf op de Troon heeft gevestigd. Jullie hebben niemand die jullie beschermt tegen God, en niemand die bij Hem voor jullie kan bemiddelen. Zullen jullie dan niet nadenken? Hij reguleert en bestuurt alles wat bestaat, van de hemelruimte tot de aarde; en uiteindelijk zullen allen tot Hem opstijgen [voor het oordeel] op een dag waarvan de lengte volgens jullie berekening duizend jaar is. Dat is Hij die alles weet wat buiten het bereik van de menselijke waarneming ligt, en alles wat waargenomen kan worden, de Almachtige, de Meest Barmhartige, die alles wat Hij schept, volmaakt maakt. Hij begint de schepping van de mens uit klei; daarna laat Hij zijn nageslacht voortkomen uit de essentie van een nederige vloeistof; daarna vormt Hij hem en blaast Hij Zijn geest in hem. Zo schenkt Hij jullie, mensheid, gehoor, zicht en harten. Toch zijn jullie zelden dankbaar! (Verzen 4-9)
God it is who created the heavens and the earth and all that is between them in six days, and established Himself on the Throne. You have none to protect you from God, and none to intercede with Him for you. Will you not, then, reflect? He regulates and governs all that exists, from the celestial space to the earth; and in the end all shall ascend to Him [for judgement] on a day the length of which is one thousand years by your reckoning. Such is He who knows all that is beyond the reach of human perception, and all that can be witnessed, the Almighty, the Most Merciful, who makes most excellent everything that He creates. He begins the creation of man out of clay; then He causes his progeny to be begotten out of the essence of a humble fluid; then He fashions him and breathes into him of His spirit. Thus He endows you, mankind, with hearing and sight and hearts. Yet seldom are you grateful! (Verses 4- 9)
Dergelijke is God, en dergelijke zijn de effecten en aanwijzingen van de Godheid. Ze zijn overal in het universum te zien, voelbaar in de sfeer die buiten de menselijke waarneming ligt, en herkenbaar in de oorsprong van de mens en de stadia van zijn ontwikkeling. God vertelt hen hierover in Zijn ware boek.
§ Voor verdere discussie over het kenmerk van Istiwā’, verwijs u alstublieft naar sectie 1.1 van A Critique of ‘In the Shade of the Qur’ān.
§ For further discussion on the Istiwā’ attribute, please refer to section 1.1 of A Critique of ‘In the Shade of the Qur’ān.
Perfectie van de Schepping
Perfection Of Creation
“Hij is Degene die alles weet wat buiten het bereik van de menselijke waarneming ligt, en alles wat waargenomen kan worden, de Almachtige, de Meest Barmhartige.” (Vers 6) De Schepper die alles reguleert, is Degene die alles weet, hetzij in afwezigheid of in aanwezigheid. Hij heeft de volledige controle over de gehele schepping, en Hij is in staat om te doen wat Hij wil. Maar Hij is ook Meest Barmhartig in wat Hij wil en plant voor Zijn schepping.
“Such is He who knows all that is beyond the reach of human perception, and all that can be witnessed, the Almighty, the Most Merciful.” (Verse 6) The Creator who regulates everything is the One who knows everything, whether absent or present. He is in complete control of all creation, and He is able to accomplish what He wills. But He is also Most Merciful in what He wills and plans for His creation.
“Degene die alles wat Hij schept, uitmuntend maakt.” (Vers 7) Mijn Heer! Dit is inderdaad de waarheid zoals wij die zien en voelen met onze ogen, harten en geest. Dit is de waarheid die duidelijk is in de vormen en functies van alle dingen; in hun individuele aard, en in hun harmonie, complementariteit, vormen, verschillende situaties en handelingen, en in alles waarop uitmuntendheid van toepassing is.
“Who makes most excellent everything that He creates.” (Verse 7) My Lord! This is indeed the truth as we see and feel with our eyes, hearts and minds. This is the truth apparent in the shapes and functions of all things; in their individual natures, and in their harmony, complementarity, forms, different situations and actions, and in all that to which excellence applies.
Alle lof zij aan Hem. Zijn schepping is zodanig dat wij alles in de hele schepping duidelijk kunnen zien. Het weerspiegelt uitmuntendheid en perfectie. Niets is in overmaat gemaakt en niets schiet tekort. In plaats daarvan wordt volledige perfectie behouden in alles, in grootte, vorm, gestalte en functie.
All glory to Him. Such is His making that we see clearly in all creation. It reflects excellence and perfection. Nothing is made in excess and nothing falls short. Instead, complete perfection is maintained throughout, in size, shape, form and function.
Niets overschrijdt de grens van perfecte harmonie, en niets vindt plaats vóór of later dan de juiste tijd. Alles, van het kleinste deeltje tot de grootste zaken, van de enkele cel tot de meest complexe lichamen, weerspiegelt uitmuntendheid en perfectie. Hetzelfde geldt voor handelingen, stadia en gebeurtenissen, die allemaal door God zijn geschapen. Ze vinden plaats in overeenstemming met een doordacht plan, op de tijd en op de plaats en ruimte die voor hen zijn bepaald. Het geheel past binnen het overkoepelende plan dat voor dit bestaan is gemaakt, van het begin tot het einde.
Genen en evolutie
Genes And Evolution
“Hij die alles wat Hij schept, volmaakt maakt. Hij begint de schepping van de mens uit klei.” (Vers 7) Een aspect van Zijn volmaakte schepping is het feit dat de schepping van de mens is begonnen vanuit klei. De formulering van dit vers maakt het mogelijk om dit te begrijpen als de betekenis dat de klei aanwezig was aan het begin, in de eerste fase. Er wordt geen melding gemaakt van het aantal, de lengte of de duur van de fasen die op deze initiële kleifase volgden. Daarom staat de deur open voor elke nauwkeurige studie, vooral wanneer we deze uitspraak koppelen aan die in soera 23, De Gelovigen, waarin staat: “Voorwaar, Wij scheppen de mens uit de essentie van klei.” (23: 12) Deze uitspraak maakt het begrip mogelijk dat er een bepaalde opeenvolging was in de fasen van de menselijke schepping, teruggaand naar de fase van klei.
“Who makes most excellent everything that He creates. He begins the creation of man out of clay.” (Verse 7) One aspect of His excellent creation is the fact that man’s creation was begun from clay. The phraseology of this verse allows it to be understood as meaning that the clay was present at the beginning, in the first stage. No mention is made of the number, length or duration of the stages that followed this initial clay stage. Hence, the door is open for any accurate study, particularly when we join this statement to the one in Sūrah 23, The Believers, which says: “Indeed, We create man out of the essence of clay.” (23: 12) This statement allows the understanding that there was some sequence in the stages of human creation going back to the clay one.
Dit kan een verwijzing zijn naar het ontstaan van de eerste levende cel op aarde, wat betekent dat het begon vanuit klei, en dat dit voorafging aan het moment waarop God er leven in blies. Niemand heeft dit geheim nog kunnen ontrafelen: wat het is of hoe het is gebeurd. Het is uit de levende cel dat de mens is voortgekomen. De Qur’ān vermeldt niet hoe dit plaatsvond, of hoe lang het duurde voordat het was voltooid, of hoeveel stadia het moest doorlopen. Daarom staat het open voor onderzoek. Een dergelijk onderzoek is echter geenszins in strijd met de accurate Qur’ānicische uitspraak dat de eerste oorsprong van de mens klei was. Binnen deze grenzen kunnen we met zekerheid zeggen dat we vertrouwen op de definitieve Qur’ānicische uitspraak en het resultaat van deugdelijk wetenschappelijk onderzoek accepteren.
This may be a reference to the start of the first living cell on earth, meaning that it started from clay, and which was prior to God breathing life into it. No one has unfathomed this secret yet: what it is or how it happened. It is from the living cell that man originated. The Qur’ān does not mention how this took place, or how long it took to be accomplished, or how many stages it had to go through. Therefore, it is open to investigation. Such investigation, however, is by no means contrary to the accurate Qur’ānic statement that man’s first origin was clay. Within these limits we can safely say that we rely on the definitive Qur’ānic statement and accept the result of proper scientific investigation.
De schepping van de mens
The Making Of Man
“Vervolgens laat Hij zijn nageslacht voortkomen uit de essentie van een nederige vloeistof.” (Vers 8) Dit is een verwijzing naar sperma, de vloeistof die de eerste fase van het foetus vertegenwoordigt, waarna het een kleverende celmassa wordt, en vervolgens een embryo dat spoedig botten en organen verkrijgt voordat de foetus zijn volledige vorm bereikt. Het is een geweldige reis wanneer we de buitengewone ontwikkeling overwegen die deze kleine druppel nederige vloeistof doormaakt totdat het een menselijk wezen wordt met een perfecte vorm en constitutie. De kloof tussen de eerste en de laatste fasen is inderdaad groot. Dit wordt in de Qur’ān in één enkel vers uitgedrukt: “Vervolgens vormt Hij hem en blaast in hem van Zijn geest. Zo schenkt Hij jullie, mensheid, gehoor, zicht en harten.” (Vers 9)
“Then He causes his progeny to be begotten out of the essence of a humble fluid.” (Verse 8) This is a reference to semen, the fluid that represents the first stage of the foetus, going on to become a clinging cell mass, then an embryo that soon acquires bones and organs before the foetus reaches its complete form. It is a great journey when we consider the extraordinary development that this tiny drop of humble fluid goes through until it becomes a human being with perfect shape and constitution. The gulf between the first and the final stages is great indeed. This is expressed in the Qur’ān in a single verse: “Then He fashions him and breathes into him of His spirit. Thus He endows you, mankind, with hearing and sight and hearts.” (Verse 9)
Het is inderdaad een groot wonder, maar mensen zijn er vaak onoplettend voor. Hoe ver verwijderd is die kleine druppel vloeistof van het wezen waarin het zich ontwikkelt. Geen enkele macht had dit kunnen doen behalve God, Die de enkele cel leidt op haar weg van groei en ontwikkeling om zo een zeer complex wezen te maken.
It is indeed a great miracle, but people are often heedless of it. How far removed is that tiny drop of fluid from the creature it develops into. No power could have done this other than God who directs the single cell along its way of growth and development to make such a highly complex creature.
Aanvankelijk deelt en vermenigvuldigt één cel zich. Wat daarna gebeurt, is een grote diversificatie van cellen met verschillende aard en functies. Elke cel vermenigvuldigt zich zodanig dat elke groep cellen een specifiek orgaan met een bepaalde functie vormt. Ditzelfde orgaan bevat onderdelen met speciale functies en verschillende aard, gevormd door meer gespecialiseerde cellen. Nogmaals, hoe vindt een dergelijke deling en vermenigvuldiging plaats binnen de eerste enkele cel, waarbij een dergelijke grote diversiteit ontstaat? Waar waren de kenmerken en eigenschappen die vervolgens in elke groep gespecialiseerde cellen naar voren komen in relatie tot de eerste cel? Waar waren de onderscheidende kwaliteiten van de menselijke foetus, in plaats van van welk ander type foetus dan ook? En waar waren diegene die elk specifiek individu onderscheiden van alle menselijke foetussen? Waar waren die kwaliteiten die alles wat later in elke foetus verschijnt aan potentieel, speciale functies en onderscheidende kenmerken voor de rest van zijn leven, behouden? Wie had ooit kunnen denken dat dit wonder kon gebeuren, behalve het feit dat het gebeurde, en voortdurend blijft gebeuren?
Schandelijke bekentenis
Shameful Admission
Omdat zij bezwaar maken tegen het concept van de opstanding zelf en twijfels uiten over het terugkeren naar het leven, roept de soera een scène van de Dag des Oordeels voor hun ogen op die vol leven en beweging is. Bovendien verslaglegt zij de dialoog alsof deze nu plaatsvindt:
Since they object to the very concept of resurrection, and express doubts about coming back to life, the sūrah raises before their eyes a scene of the Day of Judgement which is full of life and movement. Moreover, it reports its dialogue as if it was taking place now:
Als je maar kon zien wanneer die kwaad doeners hun hoofden zullen buigen voor hun Heer en zullen zeggen: ‘Onze Heer.’ Wij hebben nu gezien en wij hebben gehoord. Laat ons terugkeren [naar ons aardse leven] en wij zullen goede daden verrichten. Wij zijn nu gelovigen. Als Wij dat gewild hadden, hadden Wij inderdaad Onze leiding aan ieder mens kunnen opleggen. In plaats daarvan zal Mijn woord vervuld worden: Voorwaar, Ik zal de hel vullen met djinn en mensen gezamenlijk.
If you could but see when those evildoers will hang down their heads before their Lord and say: ‘Our Lord.’ We have now seen and we have heard. Return us [to our earthly life] and we will do good deeds. We are now firm believers. Had We so willed, We could indeed have imposed Our guidance on every human being. Instead, My word shall be fulfilled: Most certainly will I fill hell with j inn and humans all together.
‘Proef dit, want jullie zijn vergeten dat jullie deze dag ooit zouden ontmoeten. Wij zullen ook jullie vergeten; en proef deze blijvende straf vanwege al het kwaad dat jullie hebben gedaan.’ (Versen 12-14)
‘Taste this, for you [deliberately] forgot you would ever meet this day. We, too, will forget you; and taste this abiding suffering for all the evil you did.’ (Verses 12-14)
Dit is een scène van schaamte, waarin zij hun fout erkennen en de waarheid bekennen die zij ooit ontkenden. Zij verklaren nu hun zekerheid over datgene waarover zij voorheen twijfelden, en verzoeken om een terugkeer naar de aarde om de fouten die zij hebben begaan recht te zetten. Zij buigen hun hoofden in schaamte terwijl zij staan voor hun Heer, wie zij ontkenden ooit te zullen ontmoeten. Dit alles gebeurt echter wanneer het te laat is, wanneer geen enkele bekentenis of verklaring meer van nut is.
This is a scene of shame, one wherein they acknowledge their error and admit the truth that they once denied. They now declare their certainty of what they used to doubt, and request a return to the earth to put right what they did wrong. They hang their heads in shame as they stand before their Lord whom they denied they would ever meet. All this happens, however, when it is too late, when no admission or declaration is of any use.
Opstaan voor aanbidding
Getting Up For Worship
De volgende scène geeft nu een andere gevoel, aura en geur over. Het is zo aangenaam dat harten er warm van worden. Het is een beeld van gelovigen in hun toewijding, die hun nederigheid tonen voor hun Heer, die tot Hem bidden met ontzag in hun harten, hopend op Zijn barmhartigheid en genade. Hij heeft voor hen een beloning in pet terwiج die zij zich, hoe ze het ook proberen, niet kunnen voorstellen.
The next scene now imparts a different feeling, aura and fragrance. It is so pleasant that hearts warm to it. It is an image of believers in their devotion, showing their humility before their Lord, praying to Him with awe in their hearts, hoping for His mercy and grace. He has in store for them a reward that they cannot imagine, no matter how they try.
Alleen zij die in Onze openbaringen geloven, zijn zij die, wanneer zij eraan worden herinnerd, neerbuigen in aanbidding en de grenzeloze glorie en lof van hun Heer prijzen; en die nooit hoogmoedig zijn; die zich 's nachts uit hun bedden slepen om tot hun Heer te bidden in vrees en hoop; en die liefdadig zijn met wat Wij hen hebben geschonken. Niemand kan zich voorstellen welke zalige genoegens er voor hen bewaard zijn gebleven als beloning voor wat zij deden. (Versen 15-17)
Only they believe in Our revelations who, whenever they are reminded of them, fall down prostrating themselves in adoration, and extol their Lord’s limitless glory and praise; and who are never arrogant; who drag themselves out of their beds at night to pray to their Lord in fear and hope; and who are charitable with what We provide for them. No one can imagine what blissful delights have been kept in store for them as a reward for what they used to do. (Verses 15-17)
Dit is een aangenaam beeld van gelovige zielen die zo zachtmoedig en gevoelig zijn. Zij zijn oprecht in de toewijding die zij uitsluitend aan God richten. Geen hoogmoed of trots kruipt in hun harten. Zij ontvangen de openbaringen van God met belangstelling en aanvaarding, gedreven om deze te begrijpen en naar te handelen. Wanneer deze gelovigen worden herinnerd aan de openbaringen van God, “vallen zij neer in prostratie uit aanbidding.” (Vers 15) Zij worden diep geraakt door wat hen wordt verteld, verheerlijken God en voelen Zijn majesteit. Daarom is hun eerste reactie om neer te vallen in prostratie. Dit is de beste uitdrukking van hun gevoelens, waarbij zij hun voorhoofden in aanbidding op de grond leggen. Met dit fysieke gebaar “verheerlijken zij de grenzeloze glorie en lof van hun Heer.” Zij zijn nooit hoogmoedig. Hun reactie is oprecht en drukt hun ware gevoelens van de glorie van God uit.
This is a pleasant image of believing souls which are so gentle and sensitive. They are sincere in the devotion they address to God alone. No arrogance or pride creeps into their hearts. They receive God’s revelation with interest and acceptance, eager to understand and act on them. When these believers are reminded of God’s revelations, they “fall down prostrating themselves in adoration.” (Verse 15) They are keenly influenced by what they are told, glorify God and feel His majesty. Hence, their first reaction is to fall down prostrating themselves. This is the best expression of their feelings, putting their foreheads on the ground in adoration. With this physical gesture, they “extol their Lord’s limitless glory and praise.” They are never arrogant. Their response is genuine, expressing their true feelings of God’s glory.
Lessen uit de geschiedenis
Lessons Of History
Het gedeelte dat spreekt over de gelovigen en ongelovigen, de rechtvaardigen en de goddelozen, en het lot van beide groepen is nu voltooid. De soera begint vervolgens een nieuw gedeelte dat kort spreekt over Moses en de openbaringen die God aan hem gaf om als leiding te dienen voor de Israëlieten, net zoals de Qur’ān aan Muhammad ﷺ werd gegeven om leiding te bieden aan degenen die in God geloven. Beide ontvangers van goddelijke openbaringen delen gemeenschappelijke principes en een gemeenschappelijk geloof. Het kiezen van degenen die standvastig waren in tegenspoed onder de mensen van Moses om leiders van hun gemeenschap te worden, heeft sterke implicaties voor de gelovigen, waarbij hen wordt aangespoord om hun standvastige overtuigingen te behouden en standvastig en geduldig te blijven in tegenspoed. Dit zijn de kwaliteiten die hen leiders maken in dit leven en ervoor zorgen dat zij op aarde gevestigd zullen worden.
The section speaking about the believers and unbelievers, the righteous and the wicked, and the fates of both groups is now complete. The sūrah then begins a new section that speaks briefly about Moses and the revelations God gave him to serve as guidance to the Children of Israel, just like the Qur’ān was given to Muhammad to provide guidance to those who believe in God. Both recipients of divine revelations share common principles and a common faith. Choosing those who were patient in adversity among Moses’ people to be leaders of their community carries strong implications for the believers, urging them to maintain their firm beliefs and to remain steadfast and patient in adversity. These are the qualities that make them leaders in this life and ensure that they will be established on earth.
Wij hebben het Boek aan Mozes zeker gegeven, wees dus niet in twijfel over de overeenstemming ermee.
We certainly gave the Book to Moses, so be not in doubt about convergence with it.
Wij hebben daarvan een leidraad voor de Israëlieten gemaakt, en Wij hebben onder hen leiders verheven; zolang zij standvastig bleven en zeker geloof hadden in Onze openbaringen, verspreidden zij leiding overeenkomstig Onder bevel. Uw Heer is zeker degenen die op de Dag van de Opstanding tussen de mensen zullen beslissen over dat waarover zij verschilden. (Versen 23-25)
We made of it guidance for the Children of Israel, and We raised among them leaders who, so long as they remained steadfast and had sure faith in Our revelations, spread guidance in accordance with Our command. Your Lord is certainly the One who will decide between people on the Day of Resurrection with regard to all that on which they differ. (Verses 23-25)
De bepaling “wees dus niet in twijfel over de overeenstemming ermee,” is een interpolatie die bedoeld is om de Profeet ﷺ te verzekeren van de waarheid die aan hem is gegeven. Het benadrukt dat het dezelfde waarheid is die Mozes bepleitte, zoals geopenbaard in zijn boek. De twee profeten en de twee boeken komen samen in hun pleidooi voor deze waarheid. Dit is de verklaring die ik verwerk voor deze bepaling. Sommige commentatoren suggereren echter dat de frase ‘over de overeenstemming ermee’ betekent ‘over de ontmoeting met hem’, wat duidt op de ontmoeting tussen Mozes en Muhammad ﷺ tijdens de nachtreis en de hemelvaart van de laatste. In de waarheid is convergentie op basis van waarheid en een gemeenschappelijk geloof waarschijnlijker, aangezien het dient om de Profeet ﷺ gerust te stellen, zodat hij standvastig blijft ondanks alle oppositie en vervolging die hij en zijn volgelingen ondergaan. Het komt ook overeen met wat in het volgende vers wordt vermeld: “Wij stelden onder hen leiders aan die, zolang zij standvastig bleven en zeker geloof hadden in Onze openbaringen, leiding verspreidden overeenkomstig Onze opdracht.” (Vers 24) Dit impliceert dat als de kleine groep gelovigen die op dat moment in Makkah leefde, volhield en geduldig bleef in tegenspoed, net als die leiders van de Israëlieten, zij leiders zouden worden in de moslimgemeenschap. Het vestigt de kenmerken die mensen kwalificeren om leiders te zijn, namelijk: geduld in tegenspoed en een onwankelbaar geloof.
Kijken naar het leven
Looking At Life
De soera raakt vervolgens hun harten met een beeld van het leven zoals het begint, waarbij een dor land wordt getoond voordat het tot leven komt en het leven eruit ontspringt. Dit beeld vormt een contrast met het eerdere beeld dat de dood en verwoesting toont die een land teisterden dat ooit vol leven was:
The sūrah then touches their hearts with an image of life as it starts, showing them a barren land before it quickens and life springs out of it. This image provides a contrast with the earlier one showing death and ruin devastating a land that was once full of life:
Zijn zij zich er niet van bewust dat Wij het water naar een droog land brengen waar geen gewas op groeit, en daarmee gewassen voortbrengen waarvan hun vee en zijzelf eten? Zien zij het niet? (Vers 27)
Are they not aware that it is We who drive water to dry land devoid of herbage, and with it We bring forth crops of which their cattle and they themselves eat? Can they not see? (Verse 27)
Zij zien met hun eigen ogen hoe God water naar dor land stuurt, en hoe snel het groen wordt, vol planten en gewassen die voedsel bieden voor hen en hun vee. Dit beeld van een dood land dat door regen tot leven wordt gewekt, opent gesloten harten om te kijken naar deze prachtige levenskracht, geschonken door Degene die het leven doet bloeien. Het gevoel dat dit beeld achterlaat, is een gevoel van nabijheid tot God Almachtig, Die dit alles mogelijk maakt. Het is Hij, en alleen Hij, die leven en schoonheid brengt in dit universum.
They see with their own eyes how God sends water to barren land, and how soon it becomes green, rife with plants and crops which provide food for them and their cattle. This image of a dead land rejuvenated by rain opens closed hearts to look at this beautiful life-force given by the One who causes life to blossom. The feeling that this image leaves is one of closeness to God Almighty who makes all this possible. It is He, and only He, who brings life and beauty to this universe.
We zien hoe de Qur’ān onze harten meeneemt door het leven en door groei na verwoesting en de dood. In beide situaties streeft het ernaar de lusteloze effecten van overmatige vertrouwdheid af te schudden.
We see how the Qur’ān takes our hearts through life and growth after ruin and death. In both situations, it aims to shake off the languid effect of over familiarity.
Bovendien beoogt het die verstikkende barrières weg te nemen die ons ervan weerhouden de lessen van de geschiedenis in acht te nemen.
Furthermore, it aims to remove those stifling barriers that prevent us from heeding the lessons of history.