Al-Shuara De Dichters (Rechtvaardige Handel met Iedereen) 176-191
Al-Shuara The Poets ( Fair Dealings For All) 176-191
Ook de bewoners van de beboste dalen [van Madyan] ontkenden de boodschappers van God.
The dwellers of the wooded dales [of Madyan], too, denied God’s messengers.
(176)
(176)
Hun broer Shu`ayb zei tegen hen: ‘Hebben jullie geen vrees voor God? (177)
Their brother Shu`ayb said to them: ‘Will you have no fear of God? (177)
Ik ben een Boodschapper [door Hem gezonden] tot jullie, waardig van alle vertrouwen. (178)
I am a Messenger [sent by Him] to you, worthy of all trust. (178)
Vrees dus God en geef aandacht aan mij. (179)
So, fear God and pay heed to me. (179)
Ik vraag jullie daarvoor geen enkele beloning; mijn beloning is slechts bij de Heer van alle werelden. (180)
No reward whatever do I ask of you for it: my reward is only from the Lord of all the worlds. (180)
Geef de volledige maat; en wees niet van hen die anderen minder geven [dan wat hen toekomt]; (181)
Give full measure; and be not of those who give others less [than their due]; (181)
en weeg met een even weegschaal; (182)
and weigh with even scales; (182)
en ontneem anderen niet waar zij rechtmatig aanspraak op maken; en veroorzaak geen onrecht op aarde door corruptie te verspreiden; (183)
and do not deprive others of what rightfully belongs to them; and do not act wickedly on earth spreading corruption; (183)
‘...en vrees Hem die jullie heeft geschapen, evenals de talloze generaties van weleer.’ (184)
and fear Him who has created you as well as the countless generations of old.’ (184)
Zij zeiden: ‘Jij bent slechts iemand die betoverd is.’ (185)
They said: ‘You are but one who has been bewitched. (185)
Jij bent slechts een mens zoals wij! En voorwaar, wij geloven dat jij liegt. (186)
You are only a human being like us! And, indeed, we believe that you are lying. (186)
‘Laat dan fragmenten van de hemel op ons neerkomen, als je een man van de waarheid bent.’ (187)
Cause, then, fragments of the sky to fall down on us, if you are a man of truth.’ (187)
Hij antwoordde: ‘Mijn Heer weet alles wat jullie doen heel goed.’ (188)
Answered he: ‘My Lord knows fully well all that you do.’ (188)
Maar zij ontkenden hem. Zo overviel het lijden hen op de dag van de duistere wolk. Het was werkelijk het lijden van een angstaanjagende dag. (189)
But they denied him. Thus suffering overtook them on the day of the darkening cloud. It was truly the suffering of an awesome day. (189)
Voorwaar, hierin is een duidelijke teken; maar de meesten van hen zullen niet geloven. (190)
Indeed, there is in this a sure sign; yet most of them will not believe. (190)
En voorwaar, Hij is jullie Heer, de Almachtige, de Barmhartige. (191)
And indeed it is your Lord who is the Mighty One, the Merciful. (191)
Wijdverspreide corruptie
Widespread Corruption
Dit passage vertelt het verhaal van de profeet Shu`ayb, wat vanuit een historisch oogpunt voorafgaat aan dat van Mozes, maar het wordt hier verteld vanwege de lessen die besloten liggen in alle verhalen die in deze soera worden gegeven. De bewoners van de ‘beboste valleien’ waren hoogstwaarschijnlijk de mensen van Madyan. Het lijkt erop dat Madyan dicht bij dit beboste land lag, vol met bomen, zoals de Koranische beschrijving suggereert. Madyan ligt dicht bij de Golf van `Aqaba, in het gebied tussen de Ĥijāz-provincie van Saudi-Arabië en Palestina.
This passage tells the story of the Prophet Shu`ayb which, from a historical point of view, comes before that of Moses, but it is told here for the lessons involved in all the stories given in this sūrah. The dwellers of the ‘wooded dales’ were most probably the people of Madyan. It seems that Madyan was close to this wooded land, thick with trees, as the Qur’ānic description implies. Madyan lies close to the Gulf of `Aqaba, in the area between the Ĥijāz province of Saudi Arabia and Palestine.
Shu`ayb ﷺ begon op dezelfde manier als andere profeten door de mensen aan te roepen, hen de basisprincipes van het geloof uit te leggen, en duidelijk te maken dat hij geen gewin zocht in ruil voor zijn pleidooi. Vervolgens sprak hij hen over de kwalen die hun eigen samenleving teisterden:
Shu`ayb began in the same way as other prophets calling on people, explaining to them the basic essentials of faith, and making it clear that he sought no gain in return for his advocacy. He then spoke to them about the ills that plagued their own society:
“Geef de volledige maat, en wees niet van hen die anderen minder geven [dan waar zij recht op hebben; en weeg met een evenwichtige weegschaal; en ontneem anderen niet wat rechtmatig aan hen toebehoort; en handel niet kwaad op aarde door corruptie te verspreiden.” (Verzen 181-183)
“Give full measure, and be not of those who give others less [than their duel; and weigh with even scales; and do not deprive others of what rightfully belongs to them; and do not act wickedly on earth spreading corruption.” (Verses 181-183)
Zoals duidelijk vermeld in soera 7 en 11, Al-A'raf en Hūd respectievelijk, gaven zij mensen een te kleine maat wanneer zij zaken voor hen afwogen. Zij gebruikten ook hun macht om meer te nemen dan wat hen rechtmatig toebehoorde, terwijl zij mensen minder gaven dan waar zij recht op hadden. Zij kochten zaken voor minder dan hun eerlijke prijs, maar verkochten tegen hogere prijzen. Het lijkt erop dat zij dicht bij de karavaanroutes woonden, en dit stelde hen in staat om hun eigen voorwaarden op te leggen. De boodschapper ﷺ die God naar hen stuurde, adviseerde hen om rechtvaardigheid na te streven in al dergelijke transacties. Hij predikte het ware geloof, wat onvermijdelijk een goede behandeling van anderen vereist, en wat onrechtvaardigheid in de handel en interacties tussen mensen niet kan negeren.