We moeten ook reflecteren op de term ‘aanbidding’ en hoe deze wordt gebruikt in deze soera, en in de Qur’ān in het algemeen. Dit zal ons een idee geven van wat er achter deze ondubbelzinnige verklaring ligt die de aanbidding van God alleen gebiedt en het verbiedt om enige vorm van aanbidding aan iemand anders te richten.
We need also to reflect on the term ‘worship’ and how it is used in this sūrah, and in the Qur’ān in general. This will give us an idea of what lies beyond this unequivocal statement ordering the worship of God alone and the prohibition of any gesture of worship to anyone else.
De (Fiqh) termen ‘aanbidding’, wat de omgang tussen een persoon en God aanduidt, en ‘transacties’, verwijzend naar de onderlinge omgang tussen mensen, werden niet gebruikt in de vroegste periode van de islam, toen de Qur’ān werd geopenbaard. Het gebruik ervan begon later. We hebben elders over de geschiedenis van een dergelijk gebruik als volgt geschreven:
The Fiqh terms ‘worship’, denoting dealings between a person and God, and ‘transactions’, referring to people’s dealings with one another, were not used in the very early period of Islam, when the Qur’ān was being revealed. Their use started later. We wrote elsewhere on the history of such usage as follows:
De onderverdeling van menselijke activiteiten in ‘aanbidding’ en ‘transacties’ begon ergens nadat geleerden begonnen met het schrijven van boeken over de islamitische jurisprudentie (Fiqh). In het begin was deze onderverdeling doorgaans van academische aard, maar helaas had het enkele negatieve effecten op de geest van de mensen. Deze zouden later het islamitische leven in het algemeen beïnvloeden. Mensen begonnen te denken dat het concept van aanbidding alleen van toepassing was op het eerste type activiteit dat in het speciale gedeelte in boeken over de islamitische jurisprudentie (Fiqh) werd behandeld. Geleidelijk aan werd dit concept steeds minder geassocieerd met het aspect dat werd behandeld in het gedeelte over ‘transacties’ in juridische werken. Dit vertegenwoordigt een afwijking van de holistische islamitische benadering, wat onvermijdelijk leidt tot een afwijking in het islamitische leven in het algemeen.
The division of human activities into ‘worship’ and ‘transactions’ began sometime after scholars started to write books on Islamic law, or Fiqh. At the beginning, the division was typically academic in nature, but regrettably, it had some negative effects in people’s minds. These were later to affect Islamic life in general. People started to think that the concept of worship applied only to the first type of activity addressed in its special section in books on Islamic law. Gradually, this concept was seen to have less and less to do with the aspect addressed in the section on ‘transactions’ in legal works. This represents a deviation from the holistic Islamic approach which is inevitably followed by a deviation in Islamic life in general.
Onder de Islam is er geen menselijke activiteit waarop het concept van aanbidding geen van toepassing is. De islamitische levenswijze streeft ernaar dit concept in alle aspecten van het leven te implementeren. Alle islamitische wetgeving, of het nu betrekking heeft op het bestuur, de economie, het straf-, burger- en familierecht, of werkelijk welk ander aspect van het leven dan ook, heeft geen ander doel dan de implementatie van het concept van aanbidding in het menselijk leven. Menselijke activiteit kan niet op zodanige wijze worden beschreven dat zij dit doel dient, dat de Qur’ān beschrijft als het doel van het menselijk bestaan, tenzij zij wordt ondernomen in overeenstemming met de goddelijke levenswijze. Dat wil zeggen: om de goddelijkheid uitsluitend aan God toe te schrijven en alle aanbidding enkel tot Hem te richten.
Under Islam, there is no human activity to which the concept of worship does not apply. The Islamic code of living aims to implement this concept in all aspects of life. All Islamic legislation, whether it relates to government, economy, criminal, civil and family law, or indeed any other aspect of life, has no objective other than the implementation of the concept of worship in human life. Human activity cannot be described in such terms, so as to serve this objective which the Qur’ān describes as the aim of human existence, unless it is undertaken in accordance with the divine way of life. That is, to attribute Godhead to God alone and to address all worship to Him only.
Anders zou de menselijke activiteit in strijd zijn met het doel van het menselijk bestaan, of met andere woorden, afwijken van het goddelijke geloof.
Otherwise, human activity would be in conflict with the aim of human existence, or in other words, be deviant from the divine faith.
Wanneer we de soorten menselijke activiteiten die geleerden van de islamitische jurisprudentie (Fiqh) als ‘aanbidding’ beschrijven beschouwen in het licht van de Qur’ān, moeten we beseffen dat deze niet apart worden behandeld van het andere type activiteit dat dergelijke geleerden ‘transacties’ noemen. In feite zijn beide met elkaar verweven in de Qur’ān en haar richtlijnen.
When we consider the types of human activity Fiqh scholars describe as ‘worship’ in the light of the Qur’ān, we are bound to realize that they are not addressed separately from the other type of activity such scholars call ‘transactions’. Indeed, both are interlinked in the Qur’ān and its directives.
Beide behoren tot het concept van aanbidding dat het principe van de dienstbaarheid van de mens aan de Ene God, die geen partners heeft, in werking stelt.
Both belong to the concept of worship which puts into effect the principle of man’s servitude to the One God who has no partners.
Naarmate de tijd verstreek, begonnen sommige mensen te denken dat zij moslims konden zijn wanneer hun aanbidding in overeenstemming was met de islamitische regels, terwijl hun transacties werden uitgevoerd volgens een ander systeem, voortgebracht door andere godheden die voor hen wetgeven zonder de autoriteit van God. Maar dit is een grote mythe. Islam is een volledig geheel. Iedereen die probeert het in twee delen te splitsen, ondermijnt de eenheid ervan; of, om een andere uitdrukking te gebruiken, verlaat de islam geheel.
As time passed, some people began to think that they could be Muslims when their worship activity was in accordance with Islamic rules, while their transactions were conducted according to some other system produced by some other deities which legislate for them without God’s authority. But this is a great myth. Islam is a complete whole. Anyone who tries to divide it into two parts undermines its unity; or, to use a different expression, abandons Islam altogether.
Dit is een fundamenteel vraagstuk dat zorgvuldig overwogen moet worden door elke moslim die de ware betekenis van de Islam wil implementeren en het doel van het menselijk bestaan wil dienen. 25
This is a fundamental issue that needs to be carefully considered by every Muslim who wishes to implement the true meaning of Islam and serve the goal of human existence. 25
We kunnen hier toevoegen wat we in dit deel al hebben vermeld:
We may add here what we have already stated in this volume:
De Arabieren die als eersten door de Qur’ān werden aangesproken, beperkten de betekenis van de term `abada niet tot loutere aanbiddingsrituelen. Toen de Arabieren in Makkah voor het eerst met deze term werden aangesproken, waren er namelijk nog geen aanbiddingsrituelen aan hen toegewezen. Zij begrepen dat het betekende dat zij zich in al hun levenszaken uitsluitend aan God moesten onderwerpen en de onderwerping aan een ander moesten afzweren. De Profeet ﷺ definieerde ‘aanbidding’ in een van zijn uitspraken als ‘gehoorzaamheid’, en niet als het brengen van aanbiddingsrituelen. Hij beantwoordde hiermee de vraag van `Ādī ibn Ĥātim over de Joden en de Christenen en hun behandeling van hun rabbijnen en monniken als goden. Hij zei: “Ja, inderdaad. Zij (bedoelende de rabbijnen en monniken) maakten voor hen wettig wat God heeft verboden, en verboden hen wat God wettig heeft gemaakt, en zij gehoorzaamden.”
The Arabs who were first addressed by the Qur’ān did not confine the import of the term `abada to mere worship rituals. Indeed, when the Arabs were first addressed by this term in Makkah, no worship rituals had then been assigned to them. They understood it to mean that they were required to submit themselves to God alone in all their life affairs and to renounce submission to anyone else. The Prophet defined ‘worship’ in one of his pronouncements as meaning ‘compliance,’ not as offering worship rituals. He was answering `Ādī ibn Ĥātim’s question about the Jews and the Christians and their treatment of their rabbis and monks as gods. He said: “Yes, indeed. They (meaning the rabbis and monks) made lawful to them what God has forbidden, and forbade them what God has made lawful, and they complied.
“Dit is hoe zij hen aanbaden.” De term ‘aanbidding’ is gaan staan voor aanbiddingsrituelen, aangezien dit een vorm is van onderwerping aan God. Deze vorm omvat echter op geen enkele wijze de volledige betekenis van ‘aanbidding’.26
This is how they worshipped them.” The term ‘worship’ has come to signify worship rituals since these are one form of showing submission to God. This form does not by any means, however, encompass the full meaning of ‘worship’.26
Indien de ware essentie van aanbidding slechts het uitvoeren van aanbiddingsrituelen zou zijn geweest, dan zou dit het zenden van al Gods boodschappers niet hebben gerechtvaardigd. Het zou de grote inspanningen die door die Profeten (vrede zij met hen allen) zijn geleverd, en het zware lijden waaraan de pleitbezorgers van de Islam door de eeuwen heen zijn onderworpen, niet hebben gerechtvaardigd. De mensheid redden van onderwerping aan allerlei schepselen en hen terugbrengen tot onderwerping aan God in alle zaken, is die zware prijs inderdaad waard.
Indeed, had the true essence of worship been the mere offering of worship rituals, it would not have warranted the sending of all God’s messengers. It would not have warranted the great efforts exerted by those Prophets (peace be upon them all) and the hard suffering to which the advocates of Islam have been subjected throughout the ages. Saving mankind, however, from submission to creatures of all sorts and returning them to submission to God in all matters is indeed worth that heavy price.
Het vestigen van de eenheid van God, de enige God, Heer en Onderhouder in het universum, en de enige bron van wetgeving in alle zaken, en het vestigen van de enige levenswijze die aanvaardbaar is voor God, zijn allemaal doelen die het zenden van de boodschappers van God rechtvaardigen. Ze rechtvaardigen ook de inspanning van grote moeite door de boodschappers, evenals het verdragen van al het lijden dat de pleitbezorgers van de Islam door de geschiedenis heen hebben ondergaan. Dit is niet omdat God deze doelen moet bereiken: Hij heeft niets en niemand nodig. Het zijn waardevolle doelen simpelweg omdat het menselijk leven niet rechtgezet, hervormd, verheven en waardig voor de mens kan worden zonder het vestigen van het geloof gebaseerd op de eenheid van God.27
The establishment of the oneness of God, the only God, Lord and Sustainer in the universe, and the only source of legislation in all matters, and the establishment of the only way of life acceptable to God are all aims which merit the sending of God’s messengers. They also merit the exertion of great efforts by the messengers as well as the endurance of all the suffering the advocates of Islam have endured throughout history. This is not because God needs to achieve these aims: He is in need of nothing and no one. They are worthy aims simply because human life cannot be put right, reformed, elevated and become worthy of man without the establishment of the faith based on God’s oneness.27
We moeten nu een verdere uitwerking toevoegen aan deze slotopmerkingen over de soera. We zouden eerst moeten kijken naar de impact die de waarheid van de eenheid van God heeft op het menselijk bestaan, de natuurlijke behoeften en de constitutie van de mens; en hoe dit zijn concept van het leven beïnvloedt, wat op zijn beurt zijn gehele wezen beïnvloedt.
We need now to add some further elaboration to these final comments on the sūrah. We should first look at the impact the truth of God’s oneness produces on man’s existence, natural needs and constitution; and how it influences his concept of life, which in turn influences his whole entity.
Dit holistische concept van het leven richt zich op mensen, hun aspiraties, behoeften en verlangens, en stelt hen al deze zaken in het teken van Eén Wezen van Wie alles gevraagd kan worden en tot Wie alle zaken gericht zijn. Het is dit Eén Wezen die bemind en gevreesd wordt; Wiens welbehagen wordt gezocht en Wiens toorn vermeden moet worden, omdat Hij Degene is die alles schept, bezit en bestuurt.
This holistic concept of life addresses people, their aspirations, needs and desires, setting them all to deal with One Being from whom everything may be requested and to whom all things are addressed. It is this One Being who is loved and feared; whose pleasure is sought and whose anger must be avoided, because He is the One who creates, owns and conducts everything.
Tegelijkertijd verwijst dit concept de mensheid naar een enkele bron waaruit alle concepten, normen, waarden en wetten afgeleid kunnen worden. Hij is de Eenige die het juiste antwoord heeft op elke vraag die de mens mogelijk moet stellen terwijl hij zijn leven leidt.
At the same time, this concept refers mankind to a single source from which to derive all concepts, standards, values and laws. He is the One who has the right answer to every question that man may need to ask as he goes about his life.
Met dit alles in gedachten is de gehele entiteit van de mens perfect geïntegreerd, in gevoel en handeling, geloof en praktijk, vermogen en waarneming, leven en dood, gezondheid en levensonderhoud, dit huidige leven en het leven daarna. Deze integratie spaart de mens veel verwarring die hij anders zou lijden.
Bearing all this in mind, man’s whole entity is perfectly integrated, in feeling and action, faith and practice, ability and perception, life and death, health and sustenance, this present life and the life to come. This integration spares man much confusion that he would otherwise suffer.
Wanneer de mens zo geïntegreerd is, bevindt hij zich in zijn beste situatie, wat een situatie van eenheid is.
When man is so integrated, he is in his best situation, which is a situation of unity.
We moeten onthouden dat eenheid van toepassing is op God, de Schepper, en ook van toepassing is op het universum ondanks de grenzeloze aspecten en situaties, en op alle levende wezens met hun eindeloze variëteit en vermogens. Eenheid is ook van toepassing op het doel van het menselijk leven, namelijk aanbidding, in al zijn aspecten en vormen. Dit zal zeker het resultaat zijn wanneer de mens in deze wereld naar de waarheid zoekt.
We should remember that unity applies to God, the Creator, and also applies to the universe despite its limitless aspects and situations, and to all living creatures with their endless variety and abilities. Unity also applies to the objective of human life, namely worship, in all its aspects and forms. This is certain to be the result whenever man searches for the truth in this world.
Wanneer de mens zich in een positie bevindt die perfect aansluit bij alle aspecten van de waarheid, bevindt hij zich op het hoogste niveau van zijn eigen kracht, en in volledige harmonie met de wereld waarin hij leeft, en met alles waarop hij een wederzijdse invloed heeft. Deze harmonie stelt de mens in staat om zijn beste rol in het leven te spelen en maximale resultaten te behalen voor al zijn inspanningen.
When man is in a position that perfectly fits with all aspects of the truth, he finds himself at the highest level of his own strength, and in full harmony with the world in which he lives, and with everything that he has a mutual impact on. This harmony allows man to play his best role in life and achieve maximum results for all his efforts.
Toen deze waarheid haar volheid bereikte met de eerste moslimgemeenschap, was zij in staat een grote rol te spelen met verreikende gevolgen voor de mensheid en de menselijke geschiedenis. Wanneer dit opnieuw gebeurt, zoals het onvermijdelijk zal gebeuren met Gods toestemming, zal God het grote resultaten laten bereiken, ongeacht welke belemmeringen het mag tegenkomen. De aanwezigheid van deze waarheid in haar volheid zelf ontketent een onweerstaanbare kracht, omdat zij deel uitmaakt van de universele kracht die in harmonie werkt met de kracht van de Schepper zelf.
When this truth achieved its fullness with the first Muslim community, it was able to play a great role with far-reaching effects on mankind and human history. When this happens again, as it inevitably will by God’s leave, God will let it accomplish great results, no matter what impediments it may have to face. The very presence of this truth in its fullness initiates an irresistible force, because it is part of the universal power that works in harmony with the Creator’s own power.
Het belang van deze waarheid is niet enkel om ons concept van geloof te corrigeren, wat een uiterst belangrijk doel is; het draagt ook bij aan een juiste en samenhangende waardering van het leven. De waarde van het menselijk leven wordt enorm verrijkt wanneer het in zijn totaliteit een aspect van aanbidding wordt, waarbij elke activiteit, groot of klein, een onderdeel of een symbool van een dergelijke aanbidding is. Dat gezegd zij, dit is alleen waar wanneer we kijken naar de impliciete betekenis in een dergelijke activiteit, namelijk het erkennen van God als de enige godheid tot wie alle aanbidding gericht moet zijn. Dit is de hoogste positie waarnaar de mens kan streven, en waarmee hij zijn ultieme volmaaktheid bereikt. Het is de positie die de Profeet ﷺ bereikte toen hij opstijging naar zijn hoogste rang, als ontvanger van de openbaring van God, en toen hij zijn nachtreis maakte: “Gezegend is Hij die van hoog uit aan Zijn dienaar de maatstaf heeft geschonken waarmee hij het ware van het valse kan onderscheiden.” (25: 1) “Grenzeloos in Zijn glorie is Hij die Zijn dienaar bij nacht heeft getransporteerd van de Heilige Moskee [in Makkah] naar de Aqşā Moskee [in Jerusalem] — waarvan Wij de omgeving hebben gezegend — zodat Wij hem enkele van Onze tekenen konden tonen. Voorwaar, Hij alleen is Degene die alles hoort en alles ziet.” (17: 1)
The importance of this truth is not merely to correct our concept of faith, which is an extremely important objective; it also adds to the proper and coherent appreciation of life. The value of human life is greatly enriched when it becomes, in totality, an aspect of worship, with every activity, major or minor, a part or a symbol of such worship. Needless to say, this is true only when we look at the implied significance in such activity, which is acknowledging God as the only deity to whom all worship should be addressed. This is the highest position to which man may aspire, and through which he achieves his ultimate perfection. It is the position which the Prophet achieved when he ascended to his highest rank, as a recipient of God’s revelation, and when he went on his night journey: “Blessed is He who from on high has bestowed upon His servant the standard by which to discern the true from the false.” (25: 1) “Limitless in His glory is He who transported His servant by night from the Sacred Mosque [in Makkah] to the Aqşā Mosque [in Jerusalem] — the environs of which We have blessed — so that We might show him some of Our signs. Indeed He alone is the One who hears all and sees all.” 28 (17: 1)