Al-Baqarah (Glimpses Of Israelite History) 40 - 74
Al-baqarah ( Glimpses Of Israelite History) 40 - 74
Israëlieten! Denk aan Mijn gunst die Ik aan jullie heb geschonken. Kom uw verbond met Mij na en Ik zal Mijn verbond met jullie nakomen; en vrees uitsluitend Mij.
Children of Israel! Remember My favour which I have bestowed on you. Fulfil your covenant with Me and I will fulfil Mine with you; and of Me alone stand in awe.
(40)
(40)
Geloof in wat Ik heb geopenbaard, bevestigend wat jullie reeds hebben, en wees niet de eersten die het verwerpen. Verruil Mijn openbaringen niet voor een geringe prijs, en vrees Mij alleen. (41)
Believe in what I have revealed, confirming that which you already have, and be not the first to reject it. Do not barter away My revelations for a paltry price, and fear Me alone. (41)
Bedek de waarheid niet met onwaarheid, en onderdruk de waarheid niet terwijl je dat opzettelijk doet. (42)
Do not overlay the truth with falsehood, nor knowingly suppress the truth. (42)
Houd nauwgezet je gebeden in acht, betaal je armenbelasting (Zakah) en buig in gebed met hen die buigen. (43)
Attend regularly to your prayers, pay your zakāt, and bow down in prayer with those who bow down. (43)
Hoe kunt u anderen gebieden rechtvaardig te zijn en uzelf vergeten, zelfs wanneer u de Schrift leest? Begrijpt u het niet? (44)
How can you bid others to be righteous and forget yourselves, even when you read the Scriptures? Do you not understand? (44)
Zoek kracht in geduldige volharding en in het gebed, wat inderdaad een zware taak is, behalve voor de vromen. (45)
Seek strength in patient perseverance and in prayer, which is indeed a demanding task except for the devout. (45)
die weten dat zij hun Heer zullen ontmoeten en tot Hem zij uiteindelijk zullen terugkeren.
who know that they shall meet their Lord and to Him they shall ultimately return.
(46)
(46)
Israëlieten! Denk aan Mijn gunst die Ik aan jullie heb geschonken, en dat Ik jullie heb verkiezen boven alle volkeren. (47)
Children of Israel! Remember My favour which I bestowed on you, and that I have preferred you over all people. (47)
Vrees de dag waarop geen ziel de andere op enige wijze zal kunnen helpen, noch bemiddeling van hen zal worden aanvaard, noch losgeld van hen zal worden genomen, en niemand hulp zal ontvangen. (48)
Fear the day when no soul shall avail another in any way, nor shall intercession be accepted from any of them, nor ransom taken from them, and none shall receive help. (48)
En denk aan hoe Wij u hebben verlost van het volk van Farao, die u met gruwelijke kwellingen bekeelden, door uw zonen te doden en slechts uw vrouwen te sparen. Dat was een zware beproeving van uw Heer. (49)
And remember how We delivered you from Pharaoh’s people, who afflicted you with cruel suffering, killing your sons and sparing only your women. That was a grievous trial from your Lord. (49)
Wij hebben de zee voor jullie gespleten, jullie naar veiligheid geleid en het volk van Farao voor jullie ogen verdronken. (50)
We parted the sea for you, led you to safety and drowned Pharaoh’s people before your very eyes. (50)
En [denk ook aan] toen Wij veertig nachten voor Mozes hadden bepaald, en jullie in zijn afwezigheid de kalf aanbaden en zo onrechtvaardigen werden. (51)
And [remember, too], when We appointed for Moses forty nights, and in his absence you took to worshipping the calf, and thus became wrongdoers. (51)
Toch hebben Wij u daarna vergeven, opdat u dankbaar zou zijn. (52)
Yet even after that We pardoned you, so that you might be thankful. (52)
Wij hebben Mozes de Schrift en het Maatstaf [waarmee men het goede van het kwade onderscheidt] gegeven, opdat jullie rechtgeleid zouden worden. (53)
We gave Moses the Scriptures and the Standard [by which to distinguish right from wrong], so that you might be rightly guided. (53)
Mozes zei tegen zijn volk: ‘Jullie, mijn volk, hebben jezelf onrecht aangedaan door de kalf aan tebidden. Keer dan in berouw terug naar jullie Schepper en dood elkaar. Dat zal beter voor jullie zijn in het aangezicht van jullie Schepper.’ Zo heeft Hij jullie berouw aanvaard; want Hij is Degene die berouw aanvaardt, de Barmhartige. (54)
Moses said to his people, ‘You, my people, have wronged yourselves by worshipping the calf. Turn, then, in repentance to your Maker and slay one another. That will be better for you in your Maker’s sight.’ Thus, He accepted your repentance; for He is the One to accept repentance, the Merciful. (54)
En [denk] aan toen u zei: ‘Mozes, wij zullen niet in u geloven totdat wij God persoonlijk hebben gezien.’ Toen werd u door een blikseminslag getroffen terwijl u toekeek.
And [remember] when you said, ‘Moses, we will not believe in you until we see God in person.’ You were then struck by a thunderbolt while you were looking on.
(55)
(55)
Maar Wij hebben jullie weer opgewekt nadat jullie als dode waren, opdat jullie dankbaar zouden zijn. (56)
But We raised you again after you had been as dead, so that you might be thankful. (56)
Wij hebben de wolken voor jullie laten neerdalen om schaduw te bieden, en Wij hebben voor jullie manna en kwartels neergezonden. ‘Eet van de goede zaken die Wij voor jullie hebben voorzien.’ Voorwaar, zij deden Ons geen kwaad, maar zij deden zichzelf kwaad. (57)
We caused the clouds to provide shade for you, and sent down for you manna and quails. ‘Eat of the good things We have provided for you.’ Indeed, to Us they did no harm, but themselves did they wrong. (57)
En [denk] aan toen Wij zeiden: ‘Betreed deze stad, eet van haar overvloedige voedsel zoals jullie wensen, en werp jullie neer in prostratie wanneer jullie de poorten binnenkomen en zeg: “Heer, verlicht ons van onze last.” Wij zullen dan jullie zonden vergeven en Wij zullen degenen die het goede doen rijkelijk belonen.’ (58)
And [remember] when We said, ‘Enter this city, eat of its abundant food as you may desire, prostrate yourselves as you enter the gates and say: “Lord, relieve us of our burden.” We will then forgive your sins and We will richly reward those who do good.’ (58)
Maar de onrechtvaardigen onder hen vervingen de woorden die hen waren gegeven door andere woorden. Daarom lieten Wij een straf uit de hemel over hen neerkomen als vergelding voor hun overtreding. (59)
But the wrongdoers among them substituted other words for those which they had been given. Therefore, We let loose against them a scourge from heaven in requital for their transgression. (59)
En [denk] aan het moment dat Mozes water bad voor zijn volk, Zeiden Wij tot hem: ‘Sla de rots met uw staf.’ Twaalf bronnen vloeiden daaruit voort. Elke stam kende zijn drinkplaats. Eet en drink van wat God heeft voorzien en verspreid niet voortdurend corruptie in het land.
And [remember] when Moses prayed for water for his people We said to him, ‘Strike the rock with your staff.’ Twelve springs gushed forth from it. Each tribe knew their drinking place. Eat and drink of what God has provided and do not persistently spread corruption in the land.
(60)
(60)
En [denk] aan toen u zei: ‘O Mozes! Wij kunnen niet langer genoegen nemen met slechts één soort voedsel. Bid daarom tot uw Heer om voor ons voort te brengen wat de aarde voortbrengt van kruiden, komkommers, knoflook, linzen en uien.’ Hij zei: ‘Zouden jullie iets minder willen in ruil voor wat veel beter is?’
And [remember] when you said, ‘Moses! We can no longer put up with one kind of food. Pray to your Lord, then, to bring forth for us some of what the earth produces of green herbs, cucumber, garlic, lentils and onions.’ He said, ‘Would you take a lesser thing in exchange for what is much better?
'Ga naar welk land dan ook en je zult krijgen wat je hebt gevraagd.' Schande en vernedering werden op hen gestempeld en zij riepen de toorn van God over zich af, omdat zij Zijn openbaringen ontkenden en profeten onrechtvaardig doodden, en omdat zij volhielden in hun ongehoorzaamheid en overtreding. (61)
Go down to any land and you shall have what you asked for.’ Ignominy and humiliation were stamped upon them and they incurred the wrath of God, because they denied His revelations and slew prophets against all right, and because they persisted in their disobedience and transgression. (61)
Zij die geloven, en zij die Joden zijn, en de christenen en de Sabieeën — wie in God en de Laatste Dag gelooft en het goede doet, zal zijn beloning bij zijn Heer hebben. Zij hoeven niet te vrezen en zullen niet verdrietig zijn. (62)
Those who believe, and those who are Jews, and the Christians and the Sabaeans — anyone who believes in God and the Last Day, and does what is right, shall have their reward with their Lord. They have nothing to fear nor shall they grieve. (62)
Wij hebben jullie plechtige verbond aanvaard en de berg Sinaï boven jullie verheven, terwijl Wij zeiden: ‘Neem met vastberadenheid en kracht aan wat Wij jullie hebben gegeven, en houd al de inhoud ervan in gedachten, opdat jullie godvrezend blijven.’ (63)
We accepted your solemn pledge and raised Mount Sinai above you, saying, ‘Take with firmness and strength what We have given you, and bear in mind all its contents, so that you may remain God- fearing.’ (63)
Toch keerde u zich daarna af, en indien het niet was voor de genade en barmhartigheid van Allah, zou u zeker tot de verliezers behoren hebben. (64)
Yet after that you turned away, and but for God’s grace and mercy you would have surely been among the losers. (64)
Jullie zijn goed bekend met degenen onder jullie die de sabbat overtraden. Tot hen zeiden Wij: ‘Word vernederde apen.’ (65)
You are well aware of those of you who broke the Sabbath. To them We said, ‘Be as despicable apes.’ (65)
Daarmee stelden Wij een voorbeeld voor hun eigen tijd en voor alle toekomstige tijden, en een vermaning voor degenen die God vrezen. (66)
Through that [punishment] We set an example to their own time and for all times to come, and an admonition to the God- fearing. (66)
Toen Mozes tegen zijn volk zei: ‘God gebiedt jullie om een koe te offeren,’ zeiden zij: ‘Bespot je ons?’ Hij zei: ‘Het zij mij verlost dat ik zo onwetend zou zijn.’ (67)
When Moses said to his people, ‘God commands you to sacrifice a cow,’ they said, ‘Are you mocking at us?’ He said, ‘God forbid that I should be so ignorant.’ (67)
Zij zeiden: ‘Bid tot uw Heer voor ons om ons duidelijk te maken wat voor soort koe zij moet zijn.’ Hij zei: ‘Hij zegt dat zij noch een oude koe, noch een jonge koe mag zijn, maar van een leeftijd daartussenin. Doe dan wat u is bevolen.’ (68)
They said, ‘Pray on our behalf to your Lord to make plain to us what kind of cow she should be.’ He said, ‘He says let her be neither an old cow nor a young heifer, but of an age in between. Do, then, as you are commanded.’ (68)
Zij zeiden: ‘Bid tot uw Heer voor ons om ons duidelijk te maken welke kleur zij moet hebben.’ [Mozes] antwoordde: ‘Hij zegt: laat zij een gele koe zijn, helder van kleur, die een welgevallige indruk maakt op de toeschouwer.’ (69)
They said, ‘Pray on our behalf to your Lord to make clear to us of what colour she should be.’ [Moses] replied, ‘He says let her be a yellow cow, bright of hue, pleasing to the beholder.’ (69)
Zij zeiden: ‘Bid tot uw Heer voor ons om ons duidelijk te maken wat voor type zij precies moet zijn, want voor ons lijken koeien erg op elkaar. Wij zullen, zo God wil, rechtgeleid worden.’ (70)
They said, ‘Pray on our behalf to your Lord to make plain to us of what exact type she should be, for to us cows are much alike. We shall, God willing, be guided aright.’ (70)
[Mozes] antwoordde: ‘Hij zegt dat zij een koe moet zijn, niet gebruikt om de aarde te ploegen of de gewassen te besproeien, zonder gebreken en zonder een andere kleur.’ Zij zeiden: ‘Nu heb je de juiste beschrijving gegeven.’ Zij offerden haar, hoewel zij het bijna niet hadden gedaan. (71)
[Moses] answered, ‘He says let her be a cow, not broken-in to plough the earth or water the tillage, free of all fault, without markings of any other colour.’ Said they, ‘Now you have given the right description.’ They sacrificed her, although they had almost left it undone. (71)
Nadat jullie een mens hebben gedood, geven jullie elkaar de schuld voor deze [moord].
Having slain a human being, you cast the blame on one another for this [murder].
God zal ongetwijfeld onthullen wat jij verborgen hebt gehouden. (72)
God would definitely reveal what you have concealed. (72)
Wij zeiden: ‘Sla hem met een stuk daarvan.’
We said, ‘Strike him with a piece of it.
'Zo brengt God de doden tot leven en toont Hij u Zijn tekenen, opdat u uw verstand gebruikt.' (73)
Thus God brings the dead back to life and shows you His signs, so that you may use your reason.’ (73)
Toch zijn jullie harten daarna verhard, totdat ze zo hard waren als rotsen of zelfs nog harder; want er zijn rotsen waaruit rivieren ontspringen; andere splijten zodat er water doorheen stroomt, en sommige andere rotsen vallen neer uit vrees voor God. Voorwaar, God is niet onwetend van wat jullie doen. (74)
Yet after all this, your hearts hardened until they were as hard as rocks or even harder; for there are rocks from which rivers gush forth; others split so that water flows through them, and some other rocks fall down for fear of God. Indeed, God is not unaware of what you do. (74)
Overzicht
Overview
Op dit punt begint de soera haar aanspreken van de Israëlieten, vertegenwoordigd door de Joden van Madinah, die de felste weerstand boden tegen de islamitische boodschap op het moment dat deze daar arriveerde. Zij lanceerden een meedogenloze campagne van openlijke en verborgen weerstand zodra zij beseften dat het was gekomen om te blijven en om de controle over de stad en haar bevolking over te nemen. Zij voelden dat de islam hen onvermijdelijk zou beroven van de morele en economische hegemonie die zij tot dan toe hadden genoten. Langzaam begon de islam de kloven te helen die bestonden tussen de twee belangrijkste rivaliserende Arabische stammen van Madinah, de Aws en de Khazraj, waardoor de geschillen die de Joden hadden kunnen uitbuiten, ten einde kwamen. Tegelijkertijd bood het Madinah een onafhankelijke gedragscode, gebaseerd op de Qur’ān.
At this point, the sūrah begins its address to the Children of Israel, represented by the Jews of Madinah, who posed the stiffest opposition to the Islamic message the moment it arrived there. They launched a relentless campaign of overt and covert resistance as soon as they realized that it had come to stay and to take control of the city and its population. They felt that Islam was bound to deprive them of the moral and economic hegemony they had so far enjoyed. Slowly, Islam began to heal the rifts that had existed between Madinah’s two main rival Arab tribes, the Aws and the Khazraj, thus ending the disputes that the Jews had been able to exploit. At the same time it provided Madinah with an independent code of conduct, based on the Qur’ān.
De oorlog die de Joden in die vroege dagen tegen de Islam en moslims begonnen, woedt tot op de dag van vandaag voort. De vorm en het uiterlijk zijn misschien veranderd, maar de aard en de middelen blijven hetzelfde. Dit is ondanks het feit dat de Joden, die gedurende hun hele geschiedenis wijdverspreid zijn vervolgd, altijd zijn verwelkomd en gehuisvest door moslimgemeenschappen. Moslimgemeenschappen hebben immers geen geschiedenis van religieuze of raciale intolerantie, discriminatie of vervolging. Zij staan erom bekend vreedzame buitenstaanders te verwelkomen die niet van plan zijn de Islam te ondermijnen of haar mensen schade toe te brengen.
The war the Jews began to wage against Islam and Muslims in those early days has raged on to the present day. The form and appearance may have changed, but the nature and means remain the same. This is in spite of the fact that the Jews, who have been widely persecuted throughout their history, have always been welcomed and accommodated by Muslim communities. Indeed, Muslim communities have no history of religious or racial intolerance, discrimination or persecution. They are known to welcome peaceful outsiders who have no intention to undermine Islam or harm its people.
Men dacht dat de Joden van Madinah de eersten zouden zijn die de Islam verwelkomden en het nieuwe geloof en de pleitbezorger ervan, de Profeet Muĥammad, zouden aanvaarden. De Qur’ān had al een algemene goedkeuring aan de Torah gegeven; terwijl de Joden door hun eigen Geschriften waren bevolen om te wachten op de opkomst van een nieuwe Boodschapper, die door hun eigen profeten was beschreven. In feite hadden zij tegen de heidense Arabieren gespogeld over zijn aanstaande komst.
Gods verbond met de Israëlieten
God’s Covenant With The Israelites
Israëlieten! Denk aan Mijn gunst die Ik aan jullie heb geschonken. Kom uw verbond met Mij na en Ik zal Mijn verbond met jullie nakomen; en vrees uitsluitend Mij.
Children of Israel! Remember My favour which I have bestowed on you. Fulfil your covenant with Me and I will fulfil Mine with you; and of Me alone stand in awe.
Geloof in wat Ik heb geopenbaard, bevestigend wat jullie reeds hebben, en wees niet de eersten die het verwerpen. Verruil Mijn openbaringen niet voor een geringe prijs, en vrees Mij alleen. Vermeng de waarheid niet met de onwaarheid, en onderdruk de waarheid niet opzettelijk.
Believe in what I have revealed, confirming that which you already have, and be not the first to reject it. Do not barter away My revelations for a paltry price, and fear Me alone. Do not overlay the truth with falsehood, nor knowingly suppress the truth.
Houd standvastig vast aan jullie gebeden, betaal jullie armenbelasting (Zakah) en buig mee met hen die buigen. Hoe kun je anderen gebieden tot het goede en jezelf vergeten, zelfs wanneer jullie de Schrift lezen? Begrijpen jullie het niet? Zoek kracht in geduldige volharding en in het gebed, wat inderdaad een zware taak is, behalve voor de vromen, die weten dat zij hun Heer zullen ontmoeten en dat zij uiteindelijk tot Hem zullen terugkeren.
Attend regularly to your prayers, pay your zakāt, and bow down in prayers with those who bow down. How can you bid others to be righteous and forget yourselves, even when you read the Scriptures? Do you not understand? Seek strength in patient perseverance and in prayer, which is indeed a demanding task except for the devout, who know that they shall meet their Lord and to Him they shall ultimately return.
(Verzen 40-46)
(Verses 40-46)
Elke beschouwing van de Joodse geschiedenis zou iemand onmiddellijk vervullen met verwondering over de overvloed aan gunsten en zegeningen die God aan dit volk heeft geschonken. Men zou ook niet kunnen nalaten te verbazen over hoe volhardend zij in ruil daarvoor totale ondankbaarheid hebben getoond. In deze inleidende aankondiging maakt God een algemene verwijzing naar die speciale gunsten, voordat Hij over enkele ervan in meer detail spreekt. Terwijl Hij dit doet, roept God de Israëlieten opnieuw op om hun beloften en de verbintenissen die zij met Hem zijn aangegaan na te komen. Als zij dit doen, zal Hij hen zegenen met meer gunst en genade.
Any review of Jewish history would immediately fill one with amazement at the host of favours and blessings God has bestowed on these people. Nor could one fail to be amazed at how persistently they have shown total ingratitude in return. In this opening announcement, God makes a general reference to those special favours before going on to speak about some of them in greater detail. As He does so, God again calls on the Israelites to fulfil their pledges and the commitments they made to Him. If they do, He will bless them with more favour and grace.
Wat is dit verbond? Is het het oorspronkelijke verbond dat met Adam werd gesloten: “Leiding zal van Mij tot jullie komen. Degenen die Mijn leiding volgen, zullen niets te vrezen hebben en noch te verdrietigen zijn, maar degenen die Onze openbaringen ontkennen en tegenspreken, zullen het vuur hebben, waarin zij zullen verblijven.” (Versen 38-39) Of is het het universele verbond dat tussen God en de menselijke natuur is gesloten, dat de mens bindt om de Heer te zoeken en Hem alleen te aanbidden, zonder partners aan Hem te verlenen? Dat laatste behoeft geen kwalificatie of rechtvaardiging, aangezien de mens dit instinctief en natuurlijk waarneemt, zolang zijn fundamentele natuur vrij is van wispelturige en afwijkende invloeden. Of verwijst de vers naar het verbond dat met Abraham werd gesloten, de patriarch van Israël: “Toen zijn Heer Abraham testte met bepaalde geboden en hij deze vervulde, zei Hij: ‘Ik heb jou tot leider van de mensheid aangesteld.’ Abraham vroeg: ‘En wat met mijn nakomelingen?’ God zei: ‘Mijn verbond geldt niet voor de onrechtvaardigen.’” (Vers 124)
What is this covenant? Is it the original one made with Adam: “Guidance shall reach you from Me. Those who follow My guidance shall have nothing to fear nor shall they grieve, but those who deny and gainsay Our revelations shall have the fire, wherein they shall abide.” (Verses 38-39) Or, is it the universal covenant made between God and human nature, which binds man to seek the Lord and worship Him alone, associating no partners with Him? The latter needs no qualification or justification, as man perceives it instinctively and naturally, as long as his basic nature is free of capricious and deviant influences. Or does the verse refer to the covenant made with Abraham, the patriarch of Israel: “When his Lord tested Abraham with certain commandments and he fulfilled them, He said, ‘I have appointed you a leader of mankind.’ Abraham asked, And what of my descendants?’ God said, ‘My covenant does not apply to the wrongdoers.’” (Verse 124)
Woorden die overeenkomen met daden
Matching Words With Deeds
De soera weerlegt hun schijn van vroomheid en godsvrucht, in het bijzonder die van hun ouderen en rabbijnen, die zij claimen enkel op basis van het feit dat zij goddelijke openbaringen hebben ontvangen. De feitelijke situatie is dat zij de nieuwe openbaringen, die hun eigen openbaringen bevestigen, bleven verwerpen. De soera vraagt hen afkeurend: “Gebieden jullie anderen de vroomheid, terwijl jullie jezelf vergeten, ook al lezen jullie de Schrift? Begrijpen jullie het niet?” (Vers 44)
The sūrah refutes their pretence, particularly that of their elders and rabbis, of piety and godliness which they claim simply on the basis of having received divine revelations. The fact is that they continued to reject the new revelations which confirm their own. The sūrah asks them disapprovingly: “How can you bid others to be righteous and forget yourselves, even when you read the Scriptures? Do you not understand?” (Verse 44)
Dit kan op bepaalde specifieelijke gelegenheden gericht zijn geweest aan de Joden van Madinah, maar het is van toepassing op alle gelovigen en religieuze leiders van alle groepen en generaties.
This may well have been directed at the Jews of Madinah on some specific occasions, but it applies to all believers and religious leaders of all groups and generations.
Wanneer religieuze onderwijzing een louter beroep wordt, verliest het zijn vurigheid. Degenen die dit beroep aannemen, beginnen dingen te zeggen waar zij niet in geloven en hun daden neigen losgekoppeld te raken van hun woorden. Dit kan ertoe leiden dat zij feiten verdraaien en ideeën en principes compromitteren om hun eigen belangen en verlangens te dienen. Hun uitspraken, verklaringen en meningen, of fatwa's, mogen misschien overtuigend klinken, maar zij staan ver af van de geest en de letter van de religie.
When religious teaching becomes a mere profession, it loses its fervour. Those who take it up begin to say things they do not believe and their actions tend to become divorced from their words. This can lead them to twist facts and compromise ideas and principles to serve their interests and desires. Their rulings, pronouncements and opinions, or fatwas, may sound convincing but they are far removed from the spirit and the letter of the religion.
De dubbele standaarden van degenen die beweren een bepaalde religie of ideologie te vertegenwoordigen, schaden hen niet alleen persoonlijk, maar ondermijnen ook de ideeën en de religies die zij bepleiten. Hierdoor horen mensen mooie woorden die worden tegengesproken door kwade daden. Vervolgens raken zij in verwarring en het licht dat door het geloof in hun harten wordt gegenereerd, wordt zwakker. Doordat zij het vertrouwen in religieuze predikers hebben verloren, verliezen zij nu het vertrouwen in de religie zelf.
The double standards of those who claim to represent a certain religion or ideology not only harm them personally, but also undermine the ideas and the religions they are advocating. Thus people would hear fine words, contradicted by foul deeds. Then become confused and the light generated by faith in their hearts becomes dim. Having lost trust in religious preachers, they now lose trust in the religion itself.
Twee bronnen van kracht
Two Sources Of Strength
Verwijzingen naar volharding komen zeer regelmatig voor in de Qur’ān, die het presenteert als cruciaal en onmisbaar bij het verdragen van tegenslag en het nemen van belangrijke beslissingen.
Reference to perseverance is quite frequent in the Qur’ān, which presents it as crucial and indispensable in enduring hardship and making momentous decisions.
Een van de moeilijkste momenten die iemand kan ervaren, is het moeten erkennen van de waarheid en het als gevolg daarvan moeten opgeven van macht en materieel privilege.
One of the most difficult moments anyone can encounter is having to acknowledge the truth and relinquish power and material privilege as a result.
Maar wat begrijpen we uit het gebod om ‘kracht te zoeken in... het gebed’? Het gebed wordt in de islam gezien als een verbinding tussen de mens en zijn Heer en Meester, waardoor het menselijke hart kracht en standvastigheid put. Het genereert leven en energie in de menselijke ziel. Ondanks zijn unieke relatie met God en het verheven niveau van spirituele vroomheid dat hij bereikte, was de Profeet Muĥammad erom bekend dat hij tot het gebed greep telkens wanneer hij verdriet of angst ervoer. Het gebed blijft een onuitputtelijke bron van vrede, troost en spirituele verheffing voor elke gelovige.
But what do we understand from the directive to ‘seek strength in... prayer’. Prayer is seen by Islam as a link between man and his Lord and Master, through which the human heart draws strength and fortitude. It generates life and energy in the human soul. Despite his unique relationship with God and the lofty level of spiritual piety he attained, the Prophet Muĥammad was known to resort to prayer every time he experienced distress or anxiety. Prayer remains an inexhaustible fountain of peace, comfort and spiritual uplift for every believer.
Een voorwaarde voor volharding, of şabr, en godsvrucht (Taqwa), is het absolute en onwankelbare geloof in de terugkeer van de mens naar God, wanneer zijn daden zullen worden gewogen en hij zal worden geoordeeld. Dit is ook een essentiële vereiste voor het vestigen van waarden voor dit leven en het leven daarna. Zodra de juiste criteria om deze waarden te beoordelen zijn vastgesteld, worden de wereld en al haar schatten en rijkdommen als zeer weinig waard beschouwd in vergelijking met de beloningen in het hiernamaals.
A prerequisite of perseverance, or şabr, and fear of God, or taqwā, is the absolute and unshakeable belief in man’s return to God when his actions will be reckoned and he will be judged. This is also an essential requirement for the establishment of values for this life and the life to come. Once the right criteria to judge these values are set, the world and all its treasures and riches are seen as worth very little when compared to the rewards in the hereafter.
Wanneer elke ziel er alleen voor staat
When Every Soul Stands Alone
De uitspraak was bedoeld om hen aan die glorie en dat voorrecht te herinneren, om hen aan te moedigen de nieuwe kans die de Islam hen biedt te grijpen om zich weer aan te sluiten bij de gemeenschap van gelovigen en hun verbond met God te vernieuwen. Maar zij worden ook gewaarschuwd voor “een dag waarop geen enkele ziel een andere op welke wijze dan ook zal kunnen helpen,” en waarbij geen enkel individu een ander kan redden.
The statement was meant to remind them of that glory and privilege in order to encourage them to seize the fresh opportunity presented to them by Islam to rejoin the community of believers and renew their covenant with God. But they are also being warned about “a day when no soul shall avail another in any way,” and no individual can save another.
Dit is een van de belangrijkste islamitische principes. Verantwoordelijkheid en verantwoording zijn persoonlijk en niet collectief, en zijn direct gerelateerd aan de wil en de keuzevrijheid van een individu. Ze zijn ook gebaseerd op goddelijke rechtvaardigheid.
This is one of the most important Islamic principles. Responsibility and accountability are personal and not collective, and are directly related to an individual’s will and freedom of choice. They are also based on divine justice.
Het is een principe dat de waardigheid en integriteit van de mens waarborgt en zijn geweten cultiveert en versterkt. Het verhoogt zijn normen van moraliteit en gedrag en verrijkt zijn rijkdom aan waarden waarmee de Islam hem heeft geëerd.
It is a principle that upholds the dignity and integrity of man and cultivates and strengthens his conscience. It raises his standards of morality and behaviour and enriches his wealth of values with which Islam has honoured him.
Het vers benadrukt verder dat op die dag geen enkele bemiddeling “zal worden aanvaard..., noch losgeld zal worden genomen” van, of namens, iemand. Tenzij een persoon een verslag heeft van geloof en goede daden, kan niets hem redden of zijn misdaden of koppigheid tegenover God kwijtschelden. Bovendien zal hij geen enkele vorm van steun ontvangen van wie dan ook.
The verse further stresses that on that day, no intercession “shall be accepted..., nor ransom taken” from, or on behalf of, anyone. Unless a person has a record of faith and good deeds, nothing can save him or absolve his misdemeanours or intransigence towards God. Furthermore, he shall receive no support of any kind from anyone else.
Een lange lijst van gunsten
A Long List Of Favours
De soera gaat vervolgens over tot het opsommen van de gunsten die God de Israëlieten had geschonken, waarvan de belangrijkste hun bevrijding was van de tirannie en vervolging door de Farao. Het schetst hun reactie op deze gunsten, die werd gekenmerkt door een gebrek aan waardering en een flagrante schending van de geboden van God. “En denk aan hoe Wij jullie hebben bevrijd van de volgelingen van de Farao, die jullie met wrede lijden kwelden, jullie zonen doodden en alleen jullie vrouwen spaarden. Dat was een zware beproeving van jullie Heer. Wij hebben de zee voor jullie gespleten, jullie naar veiligheid geleid en de volgelingen van de Farao voor jullie ogen verdronken.” (Versen 49-50)
The sūrah proceeds to enumerate the favours God had extended to the Israelites, the most significant of which was their deliverance from the tyranny and persecution of the Pharaoh. It portrays their response to these favours which was marked with lack of appreciation and flagrant violation of God’s commandments. “And remember how We delivered you from Pharaoh’s people, who afflicted you with cruel suffering, killing your sons and sparing only your women. That was a grievous trial from your Lord. We parted the sea for you, led you to safety and drowned Pharaoh’s people before your very eyes.” (Verses 49-50)
De Qur’ān herinnert op beeldende wijze aan de beproevingen die de voorvaderen van de Israëlieten hebben ondergaan, alsof de latere Joden zelf die ervaringen hebben doorgemaakt. Het benadrukt zowel de daad van bevrijding als de kwelling en de vervolging die eraan voorafgingen. Het maakt het specifieke punt dat de gehele ervaring een element van beproeving door God voor de Israëlieten bevatte, waarbij hun geloof en vastberadenheid, en hun vertrouwen in de Heer werden getest. De uitdrukking die in dit vers wordt gebruikt met betrekking tot het lijden, voegt connotaties toe dat het lijden als voedsel was dat regelmatig werd gegeven. Het belicht één aspect van dat lijden, namelijk het doden van jonge mannen en het alleen laten van vrouwen. Dit was bedoeld om de Joden te verzwakken en hun kracht uit te putten.
The Qur’ān graphically recalls the ordeals suffered by the Israelites’ forefathers, as if the later Jews themselves had undergone those experiences. It stresses the act of deliverance as well as the torment and the persecution that preceded it. It makes the specific point that the whole experience contained an element of trial by God to the Israelites, testing their faith and resolve, and their trust in the Lord. The expression used in this verse in reference to the suffering adds connotations that the suffering was like food given regularly. It highlights one aspect of that suffering, which is the killing of young men and leaving women alone. This was meant to weaken the Jews and exhaust their strength.
De vers probeert de luisteraar te doen beseffen dat wanneer het door de wil van God is bepaald, hardship, ongeluk en beproevingen niet tevergeefs zullen zijn. Zodra men zich bewust is van dit feit, zal men meer veerkracht en morele kracht ontwikkelen die het mogelijk maken om pijn te verdragen en deze veel gemakkelijker te overwinnen. De ervaring zal een mens inspireren om dichter bij God te komen en Zijn barmhartigheid en hulp te zoeken, en zal het vermogen om met de moeilijkheden van het leven om te gaan vergroten, evenals de verdienste voor beloning in het hiernamaals. Vandaar de treffende opmerking: “Dat was een zware beproeving van jouw Heer.” (Vers 49)
Ondankbaarheid in haar ergste vorm
Ingratitude At Its Worst
De Joden hebben Egypte verlaten en zijn, door de genade en barmhartigheid van God, veilig over de Rode Zee gekomen. De soera vervolgt het verhaal: “En [denk ook aan] toen Wij voor Mozes veertig nachten bepaalden, en in zijn afwezigheid de kalf aanbad en zo onrechtvaardigen werden. Toch hebben Wij jullie daarna vergeven, opdat jullie dankbaar zouden zijn. Wij gaven Mozes de Schrift en het Maatstaf [waarmee men het goede van het kwade onderscheidt], opdat jullie rechtgeleid zouden worden. Mozes zei tot zijn volk: ‘Jullie, mijn volk, hebben jezelf onrecht aangedaan door de kalf aan te bidden. Keer dan in berouw terug naar jullie Schepper en dood elkaar. Dat zal beter voor jullie zijn in het aangezicht van jullie Schepper.’ Zo heeft Hij jullie berouw aanvaard; want Hij is Degene die berouw aanvaardt, de Barmhartige.” (Versen 51-54)
The Jews have left Egypt and, through God’s grace and mercy, crossed the Red Sea safely. The sūrah picks up the story: “And [remember, too], when We appointed for Moses forty nights, and in his absence you took to worshipping the calf, and thus became wrongdoers. Yet even after that We pardoned you, so that you might be thankful. We gave Moses the Scriptures and the Standard [by which to distinguish right from wrong], so that you might be rightly guided. Moses said to his people, ‘You, my people, have wronged yourselves by worshipping the calf Turn, then, in repentance to your Maker and slay one another. That will be better for you in your Maker’s sight.’ Thus, He accepted your repentance; for He is the One to accept repentance, the Merciful.” (Verses 51-54)
Het episode van het kalf wordt in meer detail behandeld in de verzen 87-98 van soera 20, die eerder in Mekka werd geopenbaard. Het is een bekend hoofdstuk uit de Joodse geschiedenis. Toen hun Profeet hen voor een tijdje verliet, zakten zij weg tot het aanbidden van een levenloos object, in totale veronachtzaming van de instructies van de Profeet die hen, bij de genade van God, had gered van Farao en zijn leger. Hun houding wordt in haar ware kleuren beschreven:
The episode of the calf is covered in more detail in verses 87-98 of Sūrah 20, revealed earlier in Makkah. It is a well-known chapter of Jewish history. When their Prophet left them for a while, they sank as low as worshipping an inanimate object, in total disregard of the instructions of the Prophet who saved them, by God’s grace, from Pharaoh and his army. Their attitude is described in its true colours:
“Jullie zijn begonnen met het aanbidden van het kalf, en daarmee zijn jullie onrechtvaardigen geworden.” (Vers 51) Wie zou een ergere onrechtvaardige kunnen zijn dan iemand die een model van een kalf aanbidt, nadat God hem had gered van afgodendienaars?
“You took to worshipping the calf, and thus became wrongdoers.” (Verse 51) Who could be a worse wrongdoer than one who worships the model of a calf after God had saved him from idolaters?
Het uitlokken van Gods straf
Inviting God’s Punishment
De soera herinnert de Israëlieten aan meer van hun daden van koppigheid en harteloos gedrag: “En [denk aan] toen Wij zeiden: ‘Betreed deze stad, eet van haar overvloedige voedsel zoals jullie wensen, werp jullie neer wanneer jullie de poorten binnenkomen en zeg: “Heer, verlicht ons van onze last.” Wij zullen dan jullie zonden vergeven en Wij zullen degenen die het goede doen rijkelijk belonen.’ Maar de onrechtvaardigen onder hen vervingen de woorden door andere woorden dan de woorden die hen waren gegeven.”
The sūrah reminds the Children of Israel of more of their acts of intransigence and heartless behaviour: “And [remember] when We said, ‘Enter this city, eat of its abundant food as you may desire, prostrate yourselves as you enter the gates and say: “Lord, relieve us of our burden.” We will then forgive your sins and We will richly reward those who do good.’ But the wrongdoers among them substituted other words for those which they had been given.
“Daarom lieten Wij een straf uit de hemel tegen hen los, als vergelding voor hun overtreding.” (Versen 58-59)
Therefore We let loose against them a scourge from heaven in requital for their transgression.” (Verses 58-59)
Sommige rapporten geven aan dat de stad die hier wordt bedoeld Jeruzalem is, de heilige stad die, niet lang na de Joodse exodus uit Egypte, God de Israëlieten beval binnen te gaan, waarbij de inwoners, die een ras van reuzen waren, werden verdreven. Zij weigerden en vroegen Mozes om dat alleen te doen terwijl zij buiten de stad wachtten. Deze episode wordt volledig besproken in de verzen 20-26 van soera 5, waar zij, in een houding van ongeëvenaarde brutaliteit, tegen Mozes zeggen: “Machtige mensen wonen in dat land, en wij zullen het zeker niet betreden tenzij zij het verlaten. Als zij het inderdaad verlaten, dan zullen wij het betreden.” (5: 22) “Mozes, wij zullen nooit naar binnen gaan zolang zij er zijn. Ga dan voort, jij en jouw Heer, en vecht. Wij zullen hier blijven.” (5: 24)
Some reports indicate that the city referred to here is Jerusalem, the holy city which, not long after the Jewish exodus from Egypt, God commanded the Israelites to enter, driving out its inhabitants who were a race of giants. They refused and asked Moses to do that by himself while they waited outside the city. This episode is discussed fully in verses 20-26 of Sūrah 5, where, in an attitude of unmatched insolence, they say to Moses: “Mighty people dwell in that land, and we will surely not enter it unless they depart from it. If they do depart, then we will enter.” (5: 22) “Moses, we will never go in so long as they are in it. Go forth, then, you and your Lord, and fight. We shall stay here.” (5: 24)
Ontevreden met de gunst van Allah
Unhappy With God’s Bounty
Laten we de scène herinneren. De Israëlieten zijn gevlucht voor vervolging en hebben een reis gemaakt door een woestijn van zand en rotsen. De zon brandt de hele dag en de hemel zal geen regen geven. Terwijl zij deze wanhopige en vijandige omstandigheden verdragen, springt water uit de rotsen, valt manna met de smaak van honing uit de hemel en beginnen kwartels in grote getale aan te komen.
Let us recall the scene. The Israelites have fled from persecution and have journeyed into a desert of sand and rocks. The sun beats down all day and the sky will yield no rain. While they endure these desperate and hostile conditions, water springs out of the rocks, honey-tasting manna falls from the sky and quails begin to arrive in multitudes.
Maar ondanks dit alles bleven de geesten van de mensen gesloten, hun harten onverzettelijk en hun houding star. Ze konden niet de gelegenheid benutten of het doel van hun vlucht uit Egypte begrijpen. God had hen verlost van de vernedering en vervolging door de Farao om hun eer, waardigheid en vrijheid te herstellen.
But despite all this, the people’s minds remained closed, their hearts intractable and their attitude rigid. They could not rise to the occasion or appreciate the purpose of their flight from Egypt. God had delivered them from the humiliation and persecution of the Pharaoh in order to restore their honour, dignity and freedom.
Het behoeft geen uitleg dat er een prijs betaald moest worden. Ze zouden de heilige stad Jeruzalem erven; maar ze moesten deze eerst veroveren.
Needless to say, there was a price to be paid. They were to inherit the holy city of Jerusalem; but they had to capture it first.
De Israëlieten leken die eer niet te waarderen of bereid te zijn om de nodige offers te brengen. Ze waren simpelweg niet in staat tot de toewijding en de verantwoordelijkheid die God hen had toevertrouwd. Ze waren niet bereid om zelfs de meest alledaagse behoeften en gewoonten op te offeren, zodat zij de korte maar zware reis door de woestijn konden ondernemen, op weg naar glorie, vrijheid en waardigheid.
The Israelites did not seem to appreciate that honour or to be ready to make the necessary sacrifices. They simply were not up to the commitment and the responsibility that God had entrusted them with. They were not prepared even to sacrifice the most mundane of their daily needs and habits, so that they might undertake the brief but harsh journey across the desert, on their way to glory, freedom and dignity.
De Qur’ān herinnert de Joden van Madinah aan wat hun voorvaderen van Moses hadden gevraagd en richt zich tot de vroege Israëlieten, zeggende: “[En denk aan] het moment dat jullie zeiden: 'O Moses! Wij kunnen niet langer tegen één soort voedsel kunnen. Bid daarom tot jouw Heer om voor ons voort te brengen wat de aarde voortbrengt aan groene kruiden, komkommer, knoflook, linzen en uien.' Hij zei: 'Zouden jullie iets minder willen in ruil voor wat veel beter is? Ga naar een stad en jullie zullen krijgen wat jullie hebben gevraagd.' Schande en vernedering werden op hen gestempeld en zij riepen de toorn van God over zich af, omdat zij Zijn openbaringen ontkenden en profeten onrechtvaardig doodden, en omdat zij volhielden in hun ongehoorzaamheid en overtreding." (Vers 61)
Opschepperige beweringen door de Joden
Boastful Claims By The Jews
Geen enkele andere natie in de geschiedenis heeft meer onbuigzaamheid en koppigheid getoond dan de Joden. Zij hebben op wrede en meedogenloze wijze een aantal profeten en boodschappers gedood en verminkt. Door de eeuwen heen hebben zij de meest extreme houdingen getoond tegenover God, en tegenover hun eigen religie en volk.
No other nation in history has shown more intransigence and obstinacy than the Jews. They viciously and mercilessly killed and mutilated a number of prophets and messengers. They have over the centuries displayed the most extreme attitudes towards God, and towards their own religion and people.
Desalniettemin hebben zij altijd gesproken van hun deugdzaamheid en de ongeloofwaardige beweringen gedaan dat zij de meest rechtgeleide natie zijn, het uitverkoren volk van God en de enige mensen die gered zullen worden. Dergelijke beweringen worden volledig weerlegd door de Qur’ān, die in deze soera verder benadrukt dat het meest fundamentele en allesomvattende principe de eenheid van Gods religie is. Het stelt vast dat het geloof in God voor alle groepen en naties hetzelfde is, en dat dit zal leiden tot rechtvaardigheid en goede daden. Gods genade en barmhartigheid zijn niet het monopolie of het voorrecht van een specifieke raciale of etnische groep.
Nevertheless, they have always boasted of their virtue and made the implausible claims of being the most rightly-guided nation, the chosen people of God and the only people that shall be saved. Such claims are totally refuted by the Qur’ān which, in this sūrah, goes on to stress the most basic and all-embracing principle of the unity of God’s religion. It establishes that belief in God is one and the same for all groups and nations, and that it will lead to righteousness and good deeds. God’s grace and mercy are not the monopoly or the privilege of any particular racial or ethnic group.
Ze worden uitgebreid naar alle gelovigen in alle stadia van de menselijke geschiedenis, in opeenvolging, tot de komst van de laatste boodschap van God, die alle gelovigen zal verenigen. “Degenen die geloven, en degenen die Joden zijn, en de christenen en de Sabieeën — wie ook in God en de Laatste Dag gelooft en het goede doet, zal zijn beloning bij zijn Heer ontvangen. Zij hoeven niets te vrezen en zullen niet verdrietig zijn.” (Vers 62)
They are extended to all believers at all stages of human history, in succession, until the arrival of God’s final message, which would unite all believers. “Those who believe, and those who are Jews, and the Christians and the Sabaeans — anyone who believes in God and the Last Day, and does what is right, shall have their reward with their Lord. They have nothing to fear nor shall they grieve.” (Verse 62)
‘Degenen die geloven’, zoals hier gebruikt, verwijst naar de moslims, terwijl “Sabeërs” waarschijnlijk verwijst naar een pre-islamitische religieuze groep onder de Arabieren die ontevreden waren over afgoderij en zochten naar geloof in de ene God van Abraham, waarbij zij zich afscheidden van de heidense Arabieren. Hun naam komt van het Arabische woord *saba’*, wat een persoon beschrijft die de religie van zijn voorvaderen heeft verlaten. In sommige commentaren worden zij verward met de volgelingen van het Sabeïsme, die sterren aanbaden.
Waar spot onaanvaardbaar is
Where Mockery Is Inadmissible
De soera gaat over naar een ander kenmerk van hun schendingen van hun verbond met God, en hun onvermogen om aan de vereisten ervan te voldoen. Deze keer neemt het de vorm aan van zwakte in het aangezicht van verleiding en het vooruitzicht op kortetermijnwinst. “Jullie weten heel goed wie van jullie de sabbat overtraden. Tot hen zeiden Wij: ‘Word vernederde apen.’ Door die [straf] stelden Wij een voorbeeld voor hun eigen tijd en voor alle tijden die komen, en een vermaning voor de Godvreesigen.” (Verses 65-66)
The sūrah moves on to yet another manifestation of their violations of their covenant with God, and their failure to fulfil its requirements. This time it takes the form of weakness in the face of temptation and the prospect of short-term gain. “You are well aware of those of you who broke the Sabbath. To them We said, Be as despicable apes.’ Through that [punishment] We set an example to their own time and for all times to come, and an admonition to the God-fearing.” (Verses 65-66)
elders in de Koran vinden we de details van hun schending van de sabbat: “Vraag hen over de stad die aan de zee lag: hoe haar mensen de sabbat schonden. Op elke sabbat verschenen hun vissen voor hen door het wateroppervlak te doorbreken, maar zij zouden hen niet naderen op andere dagen dan de sabbatdagen.” (7: 163) Zij hadden verzocht dat er een dag aan hen toegewezen zou worden voor rust. God stelde voor hen de zaterdag in als een dag waarop zij niet voor hun levensonderhoud werkten. Hij stelde hen vervolgens voor een duidelijke beproeving toen vissen in grote aantallen naar de kust kwamen op de sabbat, maar niet op andere dagen van de week. Overweldigd door hebzucht waren de Israëlieten niet in staat om die beproeving te doorstaan. Het lag niet in hun natuur om zo'n kans voorbij te laten gaan omwille van een zo triviale zaak als het naleven van een bepaald verbond dat met God was gesloten! Zo schonden zij, op een listige en schandelijke wijze, de sabbat door de vissen te vangen wanneer zij naar de kust kwamen en te wachten tot de volgende dag, wanneer de sabbat voorbij was, om hen te verzamelen. Als gevolg daarvan werden zij streng berispt en beoordeeld als niet meer dan ‘verachtelijke apen’, aangezien hun mentaliteit en gedrag tot volkomen weerzinwekkende diepten waren gezonken.
Elsewhere in the Qur’ān we have the details of their violation of the Sabbath: “Ask them about the town which stood by the sea: how its people profaned the Sabbath. Each Sabbath their fish appeared before them breaking the water’s surface, but they would not come near them on other than Sabbath days.” (7: 163) They had requested that a day should be assigned to them for rest. God set them Saturday as a day when they do not work for a living. He then put them to a clear test when fish would come to the shore in large numbers on the Sabbath but not on other days of the week. Overwhelmed by greed, the Israelites were not able to pass that test. It was not in their nature to let such an opportunity go by for the sake of such a trivial matter as the observance of a certain covenant made with God! Thus, deviously and flagrantly, they violated the Sabbath by trapping the fish when they came to the shore and waiting until the next day, when the Sabbath was over, to collect them. As a consequence, they were severely reprimanded and rated as no more than ‘despicable apes’, since their mentality and behaviour had sunk to utterly revolting depths.
Het Episode van de Koe
The Episode Of The Cow
De huidige passage wordt afgesloten met het verhaal van de koe, dat hier in zijn geheel wordt verteld aangezien het nergens anders in de Qur’ān wordt vermeld. Het verhaal schetst de Israëlieten als een ontwijkend en koppig volk, dat voortdurend op zoek is naar excuses en rechtvaardigingen voor hun mislukkingen.
The present passage is rounded off by the story of the cow, told here in full since it is not mentioned elsewhere in the Qur’ān. The story depicts the Israelites as shifty and stubborn people, ever looking for excuses and justification for their failures.
Toen Mozes tegen zijn volk zei: ‘God gebiedt jullie om een koe te offeren,’ zeiden zij: ‘Maak je ons in de spot?’ Hij zei: ‘Het zij mij ver weg om zo onwetend te zijn.’ Zij zeiden: ‘Bid tot jouw Heer voor ons om ons duidelijk te maken wat voor soort koe het moet zijn.’ Hij zei: ‘Hij zegt dat zij noch een oude koe, noch een jonge koe mag zijn, maar van een leeftijd daartussenin. Doe dan wat jullie is geboden.’ Zij zeiden: ‘Bid tot jouw Heer voor ons om ons duidelijk te maken welke kleur zij moet hebben.’ [Mozes] antwoordde: ‘Hij zegt dat zij een gele koe moet zijn, helder van kleur, die de kijker behaagt.’ Zij zeiden: ‘Bid tot jouw Heer voor ons om ons duidelijk te maken wat voor exact type zij moet zijn, want voor ons lijken koeien erg op elkaar. Wij zullen, zo God wil, de juiste leiding krijgen.’ [Mozes] antwoordde: ‘Hij zegt dat zij een koe moet zijn, niet ingewerkt om de aarde te ploegen of de gewassen te besproeien, vrij van alle gebreken, zonder markeringen van een andere kleur.’ Zij zeiden: ‘Nu heb je de juiste beschrijving gegeven.’ Zij offerden haar, hoewel zij het bijna niet hadden gedaan. Nadat jullie een mens hebben gedood, gaven jullie de schuld aan elkaar voor deze [moord]. God zou ongetwijfeld onthullen wat jullie verborgen hebben gehouden. Wij zeiden: ‘Sla hem met een stuk daarvan. Zo brengt God de doden tot leven en toont jullie Zijn tekenen, opdat jullie uw verstand gebruiken.’ (Verzen 67-73)
When Moses said to his people, ‘God commands you to sacrifice a cow, ‘ they said, Are you mocking at us?’ He said, ‘God forbid that I should be so ignorant.’ They said, ‘Pray on our behalf to your Lord to make plain to us what kind of cow she should be.’ He said, ‘He says let her be neither an old cow nor a young heifer, but of an age in between. Do, then, as you are commanded.’ They said, Tray on our behalf to your Lord to make clear to us of what colour she should be.’ [Moses] replied, ‘He says let her be a yellow cow, bright of hue, pleasing to the beholder.’ They said, Tray on our behalf to your Lord to make plain to us of what exact type she should be, for to us cows are much alike. We shall, God willing, be guided aright.’ [Moses] answered, ‘He says let her be a cow, not broken-in to plough the earth or water the tillage, free of all fault, without markings of any other colour.’ Said they, ‘Now you have given the right description.’ They sacrificed her, although they had almost left it undone. Having slain a human being, you cast the blame on one another for this [murder]. God would definitely reveal what you have concealed. We said, ‘Strike him with a piece of it. Thus God brings the dead back to life and shows you His signs, so that you may use your reason.’ (Verses 67-73)
Een vermoorde man die tot leven werd gewekt
A Murdered Man Brought Back To Life
Zodra zij het bevel hadden uitgevoerd, openbaarde God aan hen het doel ervan:
As soon as they carried out the command, God revealed to them its purpose:
“Nadat jullie een mens hebben gedood, gaven jullie elkaar de schuld van deze [moord]. God zou ongetwijfeld onthullen wat jullie verborgen hebben gehouden. Wij zeiden: ‘Sla hem met een stuk daarvan. Zo brengt God de doden weer tot leven en toont Hij jullie Zijn tekenen, opdat jullie uw verstand gebruiken.” (Versen 72-73)
“Having slain a human being, you cast the blame on one another for this [murder]. God would definitely reveal what you have concealed. We said, ‘Strike him with a piece of it. Thus God brings the dead back to life and shows you His signs, so that you may use your reason.’“ (Verses 72-73)
Dit is het tweede aspect van het verhaal, dat de macht van God, de realiteit van de opstanding en de aard van leven en dood benadrukt. De vorm verandert van vertelling naar directe rede. God heeft aan de Israëlieten onder Moses de wijsheid onthuld achter het vragen aan hen om een koe te slachten. Een man was vermoord en, omdat er geen getuigen beschikbaar waren, gaven zij elkaar de schuld van zijn moord. God wilde aan hen demonstreren dat Hij het slachtoffer tot leven kon wekken om zijn moordenaar of moordenaars te identificeren. Dit werd bereikt door het lichaam van de dode man te slaan met een stuk van de offerkoe. Het mysterie was opgelost en gerechtigheid was geschied.
This is the second aspect of the story, which highlights God’s power, the reality of resurrection and the nature of life and death. The mode changes from narration to direct speech. God has revealed to the Israelites under Moses the wisdom behind asking them to slaughter a cow. A man had been murdered and, with no witnesses available, they were blaming one another for his murder. God wanted to demonstrate to them that He could bring the victim back to life to identify his killer or killers. This was achieved by striking the dead man’s body with a piece of the sacrificial cow. The mystery was solved and justice was done.
De vraag hier is waarom deze aanpak noodzakelijk zou moeten zijn wanneer God de doden tot leven kan wekken zonder de behoefte aan iets specifieks. Wat voor mogelijke relatie zou er kunnen bestaan tussen de geofferde koe en de vermoorde persoon die tot leven wordt gewekt?
The question here is why this approach should be necessary when God can restore the dead to life without the need for anything in particular. What possible relationship could there be between the sacrificed cow and the murdered person being restored to life?
De Joden waren gewend om koeien te offeren, maar waarom zou een stuk vlees het leven kunnen teruggeven aan een dood lichaam, terwijl het zelf geen leven had en niet in staat was om leven te geven? Het logische antwoord is dat de hele gebeurtenis symbolisch was, bedoeld om de macht van God te tonen, waarvan de werking de mens niet kan bevatten. We zien de effecten van de macht van God de hele tijd om ons heen, maar we zijn niet in staat om de realiteit ervan of de manier waarop het werkt te begrijpen.