Al-Naşr (Goddelijke Hulp)
Al-Naşr (Divine Help)
In de Naam van God, de Heer van Genade, de Altijddure Genadige.
In the Name of God, the Lord of Grace, the Ever Merciful.
Wanneer de hulp en de overwinning van God komen, (1)
When God’s help and victory come, (1)
en u ziet mensen in grote getale de religie van God aannemen (2)
and you see people embracing God’s religion in large numbers (2)
verheerlijk dan de grenzeloze glorie van uw Heer, prijs Hem, en vraag Zijn vergeving. Hij is Degene die berouw aanneemt. (3)
then extol your Lord’s limitless glory, and praise Him, and seek His forgiveness. He is the One who accepts repentance. (3)
Overzicht
Overview
Deze korte soera brengt het goede nieuws aan Muhammad ﷺ, de Boodschapper van God, dat de hulp van God nabij zal zijn, evenals de overwinning en de collectieve acceptatie van Zijn religie door de volkeren. Het instrueert hem om zich tot zijn Heer te wenden in toegewijde aanbidding, gekoppeld aan een nederige smeek om Zijn vergeving. De soera presenteert ook de aard en de rechtvaardigheid van dit geloof en de ideologie ervan, die de mensheid verheft naar een standaard van waardigheid, toewijding en vrijheid die zij nooit kan bereiken, behalve door te reageren op de oproep van de Islam en het implementeren van de Islamitische boodschap.
This short sūrah brings the good news to Muĥammad, God’s Messenger, that God’s help will be forthcoming, as will victory and peoples’ collective acceptance of His religion. It instructs him to turn towards his Lord in devoted adoration coupled with a humble request for His forgiveness. The sūrah also presents the nature and the righteousness of this faith and its ideology, which elevates humanity to a standard of dignity, dedication and freedom that it can never attain except through responding to the call of Islam and implementing the Islamic message.
Van de verschillende overleveringen met betrekking tot de openbaring van deze soera, citeren wij de overlevering die is gerapporteerd door imam Aĥmad, die als volgt luidt: “‘Ā’ishah zei dat de Boodschapper van God ﷺ tegen het einde van zijn leven zeer frequent herhaalde: ‘Alle verheerlijking en lof zijn aan God toe. Ik vraag Zijn vergeving; en ik doe berouw om mijn zonden.’ Hij zei ook:
Of the several traditions regarding the revelation of this sūrah, we quote the one related by Imām Aĥmad which runs as follows: “`Ā’ishah said that God’s Messenger used to repeat very frequently, towards the end of his life: All glorification and praises are due to God. I seek His forgiveness; and I repent of my sins.’ He also said:
‘Mijn Heer vertelde mij dat ik een teken in mijn gemeenschap zou zien. Hij beval mij om Hem, de Vergevende, te verheerlijken en te prijzen, en om Zijn vergeving te vragen wanneer ik dit teken zie. Voorwaar, ik heb het gezien.’
‘My Lord told me I would see a sign in my community. He ordered me to glorify and praise Him, the Forgiving, and ask His pardon when I see this sign. Indeed, I have.
“Wanneer de hulp van God en de overwinning komen, en u ziet dat de mensen de religie van God in grote getale omarmen, prijs dan de grenzeloze glorie van uw Heer, en loof Hem, en zoek Zijn vergeving. Hij is Degene die berouw aanneemt.” [Eveneens overgeleverd door Muslim met een andere transmissieketen.] Ibn Kathīr zegt in zijn commentaar op de Qur’ān: “De overwinning die in deze soera wordt vermeld, verwijst, zoals unaniem overeengekomen, naar de verovering van Makkah. De Arabische stammen wachtten op de afwikkeling van het conflict tussen de Quraysh en de moslims, voordat zij een beslissing namen over hun aanvaarding van de Islam, waarbij zij zeiden dat als Muĥammad zou zegevieren over zijn volk, hij inderdaad een profeet zou zijn. Gevolglikkelijk, toen dat was bereikt, aanvaardden zij de Islam in grote getallen. Binnen twee jaar na de verovering van Makkah werd het hele Arabisch Schiereiland gedomineerd door de Islam, en, alle dank aan God, verklaarde elke Arabische stam haar geloof in de Islam.” In zijn Şaĥīĥ al-Bukhārī citeert hij `Amr ibn Salamah die zegt: “Toen Makkah voor de Islam viel, haastte elke stam zich om aan de Boodschapper van Allah ﷺ de aanvaarding van de Islam te verklaren.”